Alle signalen op rood bij de NZa

Door Wilfred Kniese


Het gaat niet goed met de NZa. Het aantal signalen dat over de mondzorg wordt ontvangen is dramatisch afgenomen en van die signalen moet de NZa het hebben. De daling is dermate dramatisch dat de directeur Toezicht en Handhaving begin dit jaar ontslag heeft genomen. Boventalligheid dreigde. Toegegeven, de mondzorg had natuurlijk qua signalen wel een kleine voorsprong op concurrenten zoals de huisartsen. Signalen die bij de NZa binnenkomen zijn per definitie negatief en duiden op fraude. Bijna elke expert in de mondzorg die op fraude wordt aangesproken verweert zich door te stellen dat er superieure kwaliteit wordt geleverd die een premie verdient. En de NZa geeft standaard als repliek dat die kwaliteit al volledig in de tarieven is verdisconteerd.

Niet door de beugel
Neem een recent voorbeeld van wat voor de NZa niet door de beugel kan. Een implantoloog met veel musici als patiënt hanteerde een kleine kwaliteitsopslag. En deze musici zijn niet de eerste de besten. Niemand minder dan Ivan Rebroff, de Duitse Rus met zijn fantastische stem en ongekend volume is bij het schandaal betrokken. Toen Ivan destijds het zoveelste Wolga-lied inzette  was er zo'n luchtverplaatsing dat de toehoorders op de voorste rijen zich aan hun leuningen moesten vastklampen. En nu blijkt dat Ivan implantaten had. Die moesten dus extra stevig verankerd worden in de boven- en onderkaak (KiMo gaat hier speciaal de Ebro-richtlijn op aanpassen opdat deze Wolga-compatibel wordt). En dat verdient een premie. Het gaat hier uiteindelijk om de veiligheid van onze patiënten die in de zaal zitten en je wilt toch niet dat de implantaten hen om de oren vliegen. Ik zou het dus sportief van de  NZa hebben gevonden als er een speciale code was ontworpen, zeg J 81: "versterkte verankering implantaat bij extreme fysieke belasting". En voor de verandering gewoon een keer een minimum tarief i.p.v. een maximum tarief. Het had een sympathieke geste geweest en de boete kunnen halveren. Dat is dus niet gebeurd want de NZa vond dat er een toontje lager moest worden gezongen.        

Braaf gedragen
Natuurlijk is het kortzichtig van tandartsen zich braaf te gedragen omdat de overheid dat van hen vraagt. Het dierenrijk zet de toon als het gaat om succesvolle overlevingsstrategieën. Een enkele vogel is een makkelijke prooi voor een roofvogel maar een zwerm vogels maakt de havik tureluurs. Tandartsen zouden dus juist zoveel mogelijk signalen moeten sturen naar de NZa. Maar nu serieus: als iemand een voorbeeld wil stellen door bewust te provoceren om het systeem te testen en dat doet in alle openheid en wellicht met als doel een juridische uitspraak af te dwingen die voor iedereen duidelijkheid verschaft, dan heeft dat mijn volle sympathie. Dat is een strijd met open vizier. Zoniet, dan vind ik persoonlijk dat je niet voor de muziek uit moet willen lopen maar de beroepsorganisaties de strijd moet laten voeren en daarachter in het gelid moet mee marcheren. Bent u toch nog steeds van mening dat u een bovengemiddeld superieure kwaliteit biedt in vergelijking tot uw collega's en vindt dat daar een kleine extra beloning tegenover mag staan, doet u dan een duit in het signalenzakje van de NZa maar laat u wel uitbetalen in de enige klinkende munt waar de NZa nog geen grip op heeft: de “gebitcoin”.

De Dentz in medaille-vorm
De allerhoogste onderscheiding in de tandheelkunde is uitgereikt aan Prof.Dr. Rob Burgersdijk. En volkomen terecht. Ik beschouw Rob als mijn dentale mentor. Rob heeft verstand van tandheelkunde en ik niet en dat maakt hij mij ook regelmatig fijntjes duidelijk. Mijn antwoord is dan altijd dat ambtenaren dat ook niet hebben maar dat het ze evenmin weerhoudt zich met van alles te bemoeien. Rob hikte al geruime tijd aan tegen de hoogste onderscheiding maar er miste kennelijk nog iets in zijn palmares. Onbegrijpelijk. Alleen al zijn bijdrage aan het rapport Linschoten is ruimschoots voldoende om alle denkbare medailles en oorkondes uit de kast te trekken. Ik ken buiten Rob en mijzelf weinig mensen die zo liefdevol over mondhygiënistes praten en zo gemotiveerd tegen taakherschikking kunnen zijn.

Huzarenstukje
Maar Rob heeft, genietend van zijn emeritaat, een huzarenstukje uitgehaald waarmee hij definitief in het Pantheon der tandheelkunde kan worden opgenomen. U weet dat echte artsen neerkijken op tandartsen omdat er niets wetenschappelijks aan het vak is. En ook de Gezondheidsraad heeft in 2012 geconstateerd dat de tandartsen maar wat aanrotzooien. Om dat deficit snel in te lopen moeten er richtlijnen ontwikkeld gaan worden. Daarvoor heeft Rob een strategie in de stelling gezet. Als eerste is de FTWV (Federatie Tandheelkundig Wetenschappelijke Verenigingen) nieuw leven ingeblazen. De “W” is inderdaad een contradictio in terminus, althans volgens de critici. Maar het doel is dan ook veeleer belangenbehartiging van gedifferentieerde tandartsen teneinde algemeen practici  (quasi)-wetenschappelijk buiten te sluiten van “complexe” verrichtingen. En al deze verenigingen heeft Rob dusdanig veel zand in de ogen weten te strooien dat ze akkoord zijn gegaan met de oprichting van een richtlijnen-stichting, bij uitstek een organisatievorm waarbij je alle belangenbehartiging ruimhartig opzij zet en jezelf aan de heidenen overlevert. Vervolgens heeft Rob met alle mogelijke middelen net niet weten te voorkomen dat de stichting tot een vereniging werd omgevormd. Om er vervolgens alles aan te doen om de  vereniging weer als een stichting te laten runnen. En hiermee is het pleit dus definitief beslecht. De Dentz-medaille wordt in de markt overigens wel als een duidelijke aanmoediging gezien om het emeritaat eindelijk eens serieus te gaan nemen. De opsomming van wapenfeiten tijdens de uitreiking klonk dan ook eerder als een necrologie. En daarom ga ik mij nu hard maken voor de introductie van de "ANT-erepenning voor emeritus niet-leden" met als criterium een uitzonderlijke prestatie na het 75e levensjaar. In de hoop dat deze nieuwe stip op de horizon Rob nog lang in beweging zal houden. De mondzorg kan (nog) niet zonder hem.

Door Wilfred Kniese
Wilfred Kniese is ANT-bestuurslid (vice-voorzitter en penningmeester).