Andere tijden

Door Jan Willem Vaartjes


Mijn oom studeerde tandheelkunde in de jaren zeventig. In de jaren tachtig en negentig heb ik zijn praktijk van dichtbij kunnen volgen; ik kwam er zelfs als patiënt. Mijn oom was voor mij dan ook een belangrijke inspirator, mede door hem heb ik voor dit vak gekozen. Helaas heeft hij zijn praktijk later wegens gezondheidsproblemen moeten verkopen, maar tot die tijd was hij waarschijnlijk het schoolvoorbeeld van de algemeen practicus uit die periode. Een periode waarin de basis werd gelegd voor de goede mondgezondheid in Nederland. Hij was een ontzettend harde werker die dag en nacht klaarstond voor zijn patiënten. Hij had zijn garage omgebouwd tot praktijk met – vrij bijzonder voor die tijd – twee stoelen. Mijn tante nam zowel de assistentie als de administratie voor haar rekening.
Maar de maatschappij is veranderd en de stand der wetenschap en techniek in de mondzorg heeft zich in een duizelingwekkend tempo ontwikkeld. Tegenwoordig is een tandarts die een nieuwe praktijk opent zelden nog de enige tandarts. Er zijn meerdere behandelkamers en het team is uitgebreid met zorgverleners, zoals de mondhygiënist, de preventieassistent en misschien al de cadcam- medewerker. Niet alleen het team is groter, ook de praktijksetting is uitgebreider. Bepaalde zaken die in bestaande praktijken nog zijn toegestaan omdat anders de toegankelijkheid van de mondzorg in gevaar komt, kunnen bij het starten van een nieuwe praktijk niet meer. Er zijn veel vierkante meters nodig om de juiste routing en scheiding tussen de verschillende processen te waarborgen; veel meer vierkante meters dan de garage van mijn oom had. Kortom, om een praktijk aan alle wet- en regelgeving te laten voldoen, zijn stevige investeringen van de praktijkeigenaar nodig. En die bereidheid om tonnen te investeren, is er alleen bij duidelijkheid en betrouwbaar beleid.

Medicus vs. ondernemer

Het blijft vreemd dat we al meer dan anderhalf jaar praten over een “herijking” van tarieven die zich volledig richt op praktijkeigenaren. Uitstel van de gevreesde tariefaanpassingen is misschien mooi, maar als het uitgangspunt een norminkomen is dat gebaseerd is op de eerdergenoemde praktijk uit de jaren tachtig, dan trekt dat een wissel op de toekomst. Ons beroep is het afgelopen decennia immers enorm veranderd, grotendeels in positieve zin. In een moderne groepspraktijk is de eigenaar naast een (ongetwijfeld) uitstekende tandarts ook een ondernemer pur sang die beschikt over managementvaardigheden. Bij een moderne praktijk zijn de kosten beduidend hoger: er is meer praktijkoppervlakte nodig, de kosten rondom de infectiepreventie zijn hoger en vaak is er een officemanager nodig als noodzakelijk verlengstuk van de tandartsmanager.

Blik op de toekomst

Tijdens een kostenonderzoek werd duidelijk dat de deelnemende praktijkeigenaren vooral tot de leeftijdscategorie van mijn oom behoren. Deze groep heeft in de meeste gevallen een afwijkende kostenstructuur. Dat is begrijpelijk, maar het kan geen basis zijn voor de mondzorg van morgen. Met de juiste vraagstelling en aanvullende analyse moet uit het onderzoek wel degelijk naar boven kunnen komen welke tariefstructuur past bij de praktijk van de toekomst. Een praktijk die de kwaliteit levert waar de patiënt om vraagt en die is ingericht op de meest recente wet- en regelgeving. De ANT blijft zich ervoor inzetten om snel de inhoud, kwaliteit én zorg weer leidend te laten zijn. 

Door Jan Willem Vaartjes
Jan Willem Vaartjes is voorzitter van de ANT. Na zijn studie tandheelkunde heeft hij zich gedifferentieerd in de orale implantologie. Hij werkt als tandarts-partner bij de kliniek voor tandheelkunde in Utrecht. Vaartjes maakt zich sterk voor transparantie en minder regeldruk.