Beter in Halfweg gekeerd

Door Wilfred Kniese


Het grote moment was eind september aangebroken: NVM-mondhygiënisten vierde op spetterende wijze het vijftigjarig bestaan in het, politiek niet geheel correct te noemen, SugarCity in Halfweg. Maar als tertiaire preventie de weg voorwaarts is voor de mondhygiënisten dan klinkt het woord suiker natuurlijk wel zoetgevooisd. Het was als vanouds weer een spectaculair congres. Met een vorstelijk onthaal en tot in de puntjes verzorgd. En dit keer was er geen ambtenaar van VWS die kwam mededelen dat de nachtegalen nog even geduld moesten uitoefenen, maar dat er achter de schermen hard gewerkt werd om de AMvB taakherschikking op de rails te zetten.

Alleen bij het begin van de receptie schrok ik wel even toen overal grote bakken met ongepelde apennootjes werden neergezet. Ongepelde nootjes zijn net iets hygiënischer dan gepelde nootjes waar mensen die net van het toilet komen zonder hun handen te wassen in lopen te graaien. Er is dus wel aan preventie gedacht. Maar het blijft even slikken met die kwellende vraag wat de symboliek achter deze geste is. Ik moest als eerste denken aan een vooraanstaand lid van een vooraanstaande wetenschappelijke vereniging. Gevraagd naar diens visie op taakherschikking luidde het antwoord: ‘Je kunt een aap leren boren.’ Dan sta je in één klap met je mond vol tanden met al je mooie argumenten tegen taakherschikking. Mijn tweede associatie was met het Engelse gezegde: if you pay peanuts you get monkees. Wellicht vindt NVM-mondhygiënisten dat hun leden peanuts verdienen en dat taakherschikking bittere noodzaak is om het verdienmodel van de zelfstandig gevestigde leden wat op te peppen. Ikzelf draai dit gezegde altijd om: If you employ monkees you better pay them peanuts. Dit gaan nog gevleugelde uitdrukkingen worden de komende jaren. Immers, het beleid achter taakherschikking is doelmatigheidsverhoging, lees kostenverlaging. De NZa staat al in de startblokken om een aantal tarieven in de mondzorg naar beneden bij te stellen met in het achterhoofd de veel lagere arbeidskostencomponent van de mondhygiënisten. Ik waarschuw hier al jaren tegen. We gaan gezamenlijk ten onder aan onze eigen kortzichtigheid. En ik blijf hier tegen waarschuwen. Beter in Halfweg gekeerd dan over vijftig jaar volledig verdwaald.

 

Fantoomonderwijs

Er is toenemende kritiek op de kwaliteit van het onderwijs aan onze Nederlandse tandheelkundefaculteiten. Niet dat het academisch en wetenschappelijk niveau te wensen overlaat. Integendeel. Met een paar handige zetten is ACTA zelfs tot in de bovenste regionen van de internationale ranglijsten doorgedrongen. Maar het blijft tegelijkertijd een ambachtelijk vak en dat krijg je alleen maar onder de knie door het veel te doen. En daar schort het kennelijk aan. Onze studenten worden bevoegd, want bekwaam, afgeleverd na een paar proefboringen, een kroontje hier en een endo’tje daar. Als reden wordt opgegeven een groot gebrek aan gekwalificeerde docenten en een schreeuwend gebrek aan gekwalificeerde patiënten. Een killing cocktail. Die docenten begrijp ik wel. Het schuift niet lekker aan de universiteit en goedbedoelde bijverdiensten worden meteen afgestraft als belangenverstrengeling. En voor die patiënten heb ik ook wel begrip. Je zit drie keer zo lang in de stoel voor een minimale korting. Het credo is dus: als iets eenmaal gelukt

is, moet je het kunnen. De eerste succesvolle poging telt. ACTA heeft daar nu het volgende op gevonden: het fantoomonderwijs. Een prachtige nieuwe zaal is in gebruikgenomen met een groot aantal fantoomhoofden die de patiënten moeten vervangen. En ook de docenten krijgen het een stuk makkelijker: er heeft nog nooit een fantoomhoofd een klacht ingediend over een pijnlijke of mislukte ingreep. Inderdaad, zo kun je een aap leren boren. Alleen zijn die fantoomhoofden zich een aap geschrokken. Er is namelijk gemengd onderwijs. En dus zagen ze plotseling een mondhygiënist met een brede en valse grijns en een vervaarlijke boor in de hand zich over heen buigen, taakverschrikking lispelend. Al die fantoomhoofden zijn prompt op hol geslagen en ACTA lijkt nu op een spookhuis. Het schijnt dat Nijmegen aan eenzelfde project werkt als ACTA, maar natuurlijk wel op een wat bescheidener schaal. Alleen Groningen is nog radicaler bij het steunen van het taakherschikkingsbeleid van VWS. Daar is afgesproken dat de laatste hoogleraar die het pand

verlaat het licht uitdoet, waarna diepe duisternis zal heersen. In die duisternis ziet niemand het verschil meer tussen tandheelkunde en mondzorgkunde en deze gaan verder als amalgaam door het leven.

 

Robotisering

Er gloort echter licht aan de horizon en wel vanuit het land van de rijzende zon. In China is het eerste succesvolle implantaat geplaatst door een robot. Het boren van primaire cariës door een robot moet daarbij vergeleken kinderspel zijn. Met deze robotisering in de mondzorg wil China het chronisch tekort aan tandartsen in dat land gaan bestrijden. En Nederland, hard op weg om naar Chinese toestanden af te glijden, kan van deze innovatieve benadering veel gaan leren. Het past ook naadloos in de filosofie van de VVD die van automatisering in de zorg veel verwacht. Het dossier taakherschikking kan daarmee in één klap naar het archief van VWS. Genderneutrale robots zullen bekwaam geprogrammeerd worden om de meeste curatieve handelingen inclusief tertiaire preventie te gaan overnemen. Tandartsen laten zich schrappen uit het BIG-register en worden robothouder in plaats van zorgverlener. Daarmee vallen ze niet langer onder de regulerende werking van de NZa en kunnen alsnog vrije tarieven worden gerealiseerd. De ultieme ondernemersdroom wordt werkelijkheid. En de fantoomhoofden bij ACTA gaan zichzelf boren en krijgen de rust die ze verdienen. Het aantal opleidingsplaatsen kan drastisch omlaag en de financiën van de universiteiten worden gesaneerd en weer gezond gemaakt. De opleiding mondzorgkunde kan gewoon terug naar twee jaar en de mondhygiënisten gaan zich helemaal inzetten voor datgene waar ze voor zijn opgeleid: zulke goede preventie leveren dat zelfs de robots overbodig gaan worden. Robotisering is gewoon de panacee voor de problemen in de mondzorg.

 

Preferred gesprekspartner

Jarenlang heeft de ANT de overheid een gebrek aan visie verweten. En plotsklaps met de nieuwe minister is er nu wel een gedegen en onderbouwde visie. Bovendien één die geheel strookt met de laatste inzichten van de ANT. De ANT gaat zich dus vanaf 2018 volledig inzetten op de robotisering in de mondzorg en wordt daarmee de preferred gesprekspartner van VWS en de politiek. Creatieve en doelmatige belangenbehartiging in optima forma door de vereniging die zich de laatste jaren met

sneltreinvaart heeft ontwikkeld. De toekomst begint morgen. Join the winning bandwagon.

Door Wilfred Kniese
Wilfred Kniese is ANT-bestuurslid (vice-voorzitter en penningmeester).