Borrelpraat als beleid

Door Jan Willem Vaartjes


Patiënt tegen tandarts: “U kijkt wat bedenkelijk”.

“Tja beste patiënt, ziet u die donkere streepjes onder die gouden onlays? Dat hoort niet. En het bot hoort eigenlijk hier te liggen. Hoe oud was u ook alweer? 74, aha. En diabetes type II las ik? Dan is een goed gebit extra belangrijk om gezond oud te worden. Wij volgen hier strak alle protocollen. Dat is pas echte kwaliteit. Uw vorige tandarts had duidelijk die visie niet. Maar goed dat u nu bij ons zit. Kan de offerte per e-mail, of liever even printen? Dat worden wel een paar velletjes want met een DPSI-score 4 is er veel werk aan de winkel.”

“Heb je gehoord dat de NZa de lijst voor tandtechniek-in-eigen-beheer gaat herijken?”

 “Herijken. Hmm dat klinkt als jargon voor lekker korten. Het werd ook weleens tijd dat die computerkronen aangepakt werden. We gaan zelf de investering en leercurve niet aan maar ik vind dat ze veel te makkelijk cashen. En dan die ondernemende tandartsen die met allerlei bedrijven aan alles geld willen verdienen. Zag je die wagen van hem op het congres laatst? Als je 2 tot 3 keer zoveel tijd uittrekt voor een restauratie en er geen Oost-Europees spul in bulk in gooit dan word je in dit systeem alleen maar gestraft. Fantastisch dat dit eindelijk tijdens een hoorzitting in de Kamer is gezegd. Nu kan niemand meer zijn ogen sluiten.”

“Die tandartsen repareren en vullen liever dan dat ze gaatjes voorkomen. Kassa voor ze! Wij pakken echt alleen als het niet anders kan een boor. En we doorlopen eerst een preventietraject; ja natuurlijk altijd, minstens een uur. Las trouwens laatst in de krant dat tandartsen verslaafd zijn aan de boor. Had een beroemde tandarts zelf gezegd. Je kan gaatjes kennelijk ook met krabben behandelen. Schandalig! Die tandartsen zijn zo bang voor verandering. We moeten elkaar een beetje vrijlaten dat is veel beter voor de patiënt.”

Dit waren een paar makkelijke voorbeelden van hoe oliedom en helaas ook beschadigend we soms over de mondzorg en collega’s praten. En niet alleen als borrelpraat. Ook in de media, in contacten met beleidsmakers en politiek wordt dit gebracht als de echte stand van zaken. Veel sectoren houden de rijen gesloten, maar in de complexe mondzorg, met meerdere soorten zorgverleners en meer concurrentie, lukt dat duidelijk niet.

De buitenwereld heeft daardoor het idee dat er van alles mis is in de mondzorg. Zinvol ingrijpen kunnen de beleidsmakers alleen niet. De geschetste problemen zijn namelijk opgeklopte incidenten en buiten de tandartswereld heeft bijna niemand verstand van de mondzorg. Helaas draagt dit verkeerde beeld wel bij aan contraproductieve maatregelen, zoals taakherschikking. Met bijkomend voordeel voor de beleidsmaker dat de tandarts dan vervangen wordt door zorgverleners die veel meer protocollair werken. Met behulp van het Kwaliteitsinstituut zijn de juridische mogelijkheden al opgetuigd om de protocollen en richtlijnen te laten opstellen en af te dwingen. Daarnaast zou de tandarts op declaratieniveau volledig controleerbaar moeten zijn. Dit komt voort uit het wantrouwen tegenover zorgverleners en zorgt ervoor dat er nauwelijks ruimte wordt geschapen voor vrijere tarieven in de mondzorg. En door alle plannen dreigt er bovendien een bureaucratisch infarct van de praktijkvoering. 

Ik ben best trots op wat we de laatste jaren bereikt hebben op het gebied van belangenbehartiging. Maar als wij tandartsen in de toekomst écht potten willen breken dan is er meer nodig. Geen geklaag, geen reactief beleid, maar pro-actief beleid gebaseerd op keiharde data. Geen enquêtes of peilingen, maar data op patiëntniveau. Denk daarbij aan een declaratiedatabase om de NZa-berekeningen te kunnen controleren en aan zorginhoudelijke data. In andere sectoren zijn er allang koppelingen vanuit softwarepakketten met geautomatiseerde systemen die gevalideerd meten hoe patiënten behandeltrajecten doorlopen. Als je als sector eigenaar wordt van deze data, kun je de hoge mate van patiënttevredenheid en het succes van de behandelingen objectiveren. Niet als eis van een zorgverzekeraar om een vergoeding in de wacht te slepen maar als basis voor beleid en belangenbehartiging. Met dat als basis kun je de rest terugverwijzen naar waar het thuis hoort: bij de borrel.

Door Jan Willem Vaartjes
Jan Willem Vaartjes is voorzitter van de ANT. Na zijn studie tandheelkunde heeft hij zich gedifferentieerd in de orale implantologie. Hij werkt als tandarts-partner bij de kliniek voor tandheelkunde in Utrecht. Vaartjes maakt zich sterk voor transparantie en minder regeldruk.