Column Jan-Willem Vaartjes - Dentz 3/4



Dit zou een van mijn laatste columns zijn geworden, omdat ik in oktober van dit jaar na bijna acht jaar zou aftreden als bestuurder van de ANT. In 2012, direct na het debacle met de vrije tarieven in de mondzorg stuurde ik het toenmalige bestuur van de ANT een uitgebreide mail waarin ik uiteen zette wat er strategisch en in de mediacampagne beter had gemoeten. Toevallig bleek het zo te zijn dat de ANT zich juist op dat moment voor een keuze
gesteld zag; het opheffen van de vereniging (met het behalen van de vrije tarieven was immers de doelstelling van de vereniging gehaald) of een doorstart te maken met een nieuwe ploeg. Ik werd gevraagd mee te lopen bij de ANT om vervolgens in januari 2013 als voorzitter te starten. De keuze was dus gemaakt; het werd een doorstart, en wat voor één. Met zeer weinig bestuurlijke kennis, maar met veel lef en een onuitputtelijke inspanning hebben wij ons voor de positie van de tandarts ingezet. Dat begon al met rechtzetten van het beeld dat de tandartsen hun prijzen meer dan 10% hadden verhoogd. Uit een door ons opgezet tegenonderzoek door het bedrijf Milliman bleek dat in de NZa marktscan bij sommige behandelingen codes zoals verdovingen en cofferdam uit andere zittingen niet waren meegenomen in de vergelijking tussen de geclusterde tarieven van 2012 en het referentietarief van 2011. Hierdoor viel de berekende prijsstijging in 2012 onterecht hoger uit en deze misinterpretatie van de feiten was mede aanleiding tot het stopzetten van het experiment. De bevindingen van het Milliman-rapport gebruikten we voor een media-offensief en toen de NZa geen gehoor gaf aan de kritiek ook voor een daarop volgende Ombudsmanprocedure. Deze procedure leidde tot een vrij kritisch rapport van de Ombudsman met de aanbeveling dat de NZa in de toekomst veel opener moet zijn over de gebruikte (reken)methodes. Daarmee werd een belangrijk punt voor toekomstige onderzoeken gescoord, en dat op een gustig moment, omdat de NZa juist toen ook het kostenonderzoek aan het afronden was. Dit kostenonderzoek was direct ook de volgende vuurdoop. De dreigende tariefkorting, het vele werk voor de aangeschreven tandartsen om de alle gegevens correct en op tijd aan te leveren en de door de overheid ingezette race naar de bottom met als inzet meer kwantiteit dan kwaliteit, maakte in de beroepsgroep veel emotie los. Tandartsen kwamen ook los van de beroepsorganisaties in verweer en organiseerden onder meer debatten. Hierdoor wist ik een van de meest actieve tandartsen op dit vlak, Ravin Raktoe, zo gek te krijgen om het bestuur van de ANT te versterken. Over de uitkomst van het kostenonderzoek is achteraf van alles te zeggen, maar ik weet zeker dat al onze argumenten en krachtige media-aanpak cruciaal zijn geweest om de schade te beperken. Op YouTube is nog steeds een aflevering te vinden van de ANT talkshow ‘Los in de Mond’ over dit onderwerp, waarin we dieper op dit onderwerp in gaan. Nog steeds zeer de moeite waard om te bekijken.

Ook in die tijd begonnen zorgverzekeraars met generieke terugvorderingacties, waarvan de bekendste de ‘V21/V20’-controle was. Als ANT treden we absoluut op tegen bewust verkeerd en overmatig declareren, maar hier ging het om meer dan 2000 tandartsen die op basis van een vage interpretatie van de tariefomschrijving werden geconfronteerd met soms enorme terugvorderingen. Wij hebben toen uit principe samen met de VvAA een tandarts (die niet eens ANT lid was) bijgestaan in zijn strijd tegen dit onrecht. Zowel in de eerste zaak als in het hoger beroep hebben de zorgverzekeraars bakzeil moeten halen. Om deze reden zie je momenteel ook niet meer van die grote ongenuanceerde terugvorderingacties. Terecht, want er moet gefocust worden op dat hele kleine percentage waar mogelijk wel sprake is van fraude. Voor verzekeraars is dat waarschijnlijk meer werk en minder rendabel, maar het is wel de juiste route. De ANT heeft hierin ook haar verantwoordelijkheid genomen en is uiteindelijk zelfs een samenwerking aangegaan met Zilveren Kruis, welke succesvol is gebleken en waar andere verzekeraars zich bij zullen gaan aansluiten. Een zelfreinigend vermogen maakt je positie in de samenleving sterker en zorgt er uiteindelijk zelfs voor dat je meer vrijheid kan krijgen.

Voor mij was de uitspraak van de rechter ook persoonlijk van belang omdat ik bij het NCRV-programma ‘De Monitor’ uitgebreid mijn beklag had gedaan over het feit dat de zorgverzekeraar het gevorderde geld in eigen zak hield en niet mede terug gaf aan de patiënt. Mocht het hoger beroep anders uitgepakt hebben, dan zou Teun van de Keuken zeker weer op de stoep hebben gestaan.

Maar risico’s nemen en je nek uitsteken horen erbij, anders bereik je te weinig. Zo hebben we ook een zzp’er gesteund die door de Belastingdienst was bestempeld als zijnde ‘geen ondernemer’. Dit ondanks het hebben van meerdere opdrachtgevers en een aantoonbaar debiteurenrisico. De juridische kosten van zo’n actie zijn makkelijk twintig keer het lidmaatschap, maar omdat het belang voor veel van onze leden groot was, hebben we als ANT de keuze gemaakt ons in te zetten voor deze zaak. In alle gedoe rondom het ondernemerschap bleken er ook verkeerde adviezen te worden gegeven, zoals dat je niet langer dan 1 jaar in een praktijk zou kunnen werken. Dat, terwijl in de IT de gemiddelde opdrachtduur veel langer is. Een krachtig verweer was nodig om de sector te redden van zijn eigen verdeeldheid en vlak voor de Coronacrisis kwam het verlossende woord dat de Belastingdienst ons bezwaar had gehonoreerd.

Er zijn gedurende mijn voorzitterschap natuurlijk nog meer belangrijke onderwerpen geweest, waaronder taakherschikking, waar ik in een volgende column verder over zal uitweiden. Een belangrijke les is geweest dat je met lef om op te komen voor je zaak veel kan bereiken. Maar dit kan niet alleen afhankelijk zijn van een (tijdelijk) bestuur. Dit moet verankerd zijn in een krachtige ledenorganisatie die bijna alle tandartsen vertegenwoordigt. Alleen dan kun je alle onderwerpen de aandacht geven die ze verdienen, en is bovendien je politieke slagkracht groter. Als ik de kans krijg van onze leden dan zal ik mij hiervoor de komende tijd blijven inzetten binnen de nieuwe ledenorganisatie.