Column Jan Willem Vaartjes - Dentz 3



Mogelijk heeft u gelezen dat een tandarts die botox rondom de ogen gebruikte berispt is door het Medisch Tuchtcollege. Helaas in deze zaak deed deze tandarts zich voor als cosmetisch arts en gebruikte zij ook weleens botox buiten het hoofd-halsgebied. Zaken die nooit zouden mogen en ons beroep onnodig in een kwaad daglicht zetten.

Zelf ben ik in het derde jaar van de opleiding geneeskunde met die opleiding gestopt. Ik was inmiddels aan het implanteren en aan het ondernemen geslagen. Daarvoor had ik de lange en intensieve opleiding geneeskunde met twee jaar coschappen niet nodig. Ik kan me helemaal uitleven in mijn beroep als tandarts en heb geen moment spijt gehad van deze beslissing. Tandheelkunde is een uitdagend medisch vakgebied waarmee je makkelijk je eigen affiniteit kunt opzoeken om je vervolgens daarin verder te verdiepen. Er is geen enkele reden om je arts te noemen. Het werkterrein is allang niet meer alleen de tanden en kiezen zelf. Revolutionaire technologische ontwikkelingen staan tot je beschikking, mondgezondheid is gerelateerd aan de algemene gezondheid, orofaciale pijn strekt zich uit tot in de kauwspieren en de gelaatsesthetiek. Met als basis de glimlach speelt dat een belangrijke rol in ons dagelijks handelen.

De conclusie van het tuchtcollege was dat injecties van de tandarts alleen een tandheelkundig doel zouden kunnen dienen. Er bestaat momenteel helaas geen goede definitie van wat tandheelkunde dan is, maar kennelijk kan het zo uitgelegd worden dat het geen cosmetiek is. We zouden ons alleen moeten focussen op het directe gebied in en rond de mond. Een aanstaande richtlijn rondom cosmetiek van het Zorginstituut zal dit oordeel gaan bevestigen. Mogelijk bent u van mening dat botox voor ons beroep niet belangrijk is, maar als gekeken wordt naar onze opleiding en de beloftes rondom mondarts is de achterliggende gang van zaken vreemd te noemen. Bij het afstuderen is de tandarts in de basis de zorgverlener met de meeste kennis van de mond, kaken en aanverwante structuren (zoals de mimische musculatuur en nervi). Met name dat laatste is belangrijk in deze discussie. Dit staat ook zo opgeschreven in de Europese richtlijn met de minimumeisen voor de studie tandheelkunde. Er is een goede basiskennis nodig van de algemene gezondheid, farmacologie en gelaatsesthetiek. Zet dit eens af tegen het experiment taakherschikking, waarbij na een onvolledige opleiding cariologie, farmacologie en radiologie op de hogeschool wel zelfstandig gehandeld mag worden. Ons pleidooi voor een aanvullende opleiding is nog niet gehonoreerd. 

De argumenten voor de taakherschikking zijn onder andere meer keuze voor de patiënt en het feit dat de tandarts zich kan positioneren als mondarts. Daarnaast vinden er talloze initiatieven plaats om de zorg te ‘ontschotten’. Deze afbakening dat een tandarts zich alleen met de smalle definitie van tandheelkunde mag bezighouden staat daar lijnrecht tegenover. Met deze uitleg is bloedprikken voor de diabetesstatus van een parodontitispatiënt al tuchtrechtelijk verwijtbaar en wat te doen met grensgevallen zoals het afnemen van groeifactoren bij dento-alveolaire chirurgie? What’s next? Een sinuslift door een tandarts tuchtrechtelijk verwijtbaar stellen als er een (onschuldige) mucosale antrumcyste aanwezig is? We worden een worst voorgehouden, terwijl zestig procent van ons beroep als niet-academisch wordt bestempeld (en gehonoreerd uiteindelijk), maar als puntje bij paaltje komt ben je snel de klos als meer gedaan wordt dan het behandelen van tanden en kiezen. Uiteindelijk zal dit, en ook de vaste tarieven, een beperking zijn in de doorontwikkeling van ons beroep.