Column Wilfred Kniese - Dentz 3



In deze column neem ik u mee naar de wondere wereld van de hamster. Ons brein werkt sterk associatief en het beeld van dit dier maakt onze alledaagse werkelijkheid een stuk inzichtelijker en met dat begrip de last van het tandartsleven draaglijker. En dan even niet de hamster als hamsteraar. Daar is de gemiddelde tandarts niet echt goed in, overvallen als deze wordt door zijn eigen pensioen. Niet dat bewust gekozen moment waarop de boor aan de wilgen wordt gehangen, maar dat moment van opperste verbazing als blijkt dat de bankrekening niet meer automatisch volloopt. En men zich voor het eerst in een lange carrière in de mondzorg realiseert dat de (maximum) tarieven van de NZa gekoppeld waren aan prestatiecodes, met nadruk op prestaties. Geen prestaties, geen geld. Geen geld, geen pensioen. Daarvoor was juist dat hamsteren bedoeld.

Mijn associatie is de hamster uit mijn jeugd, gevangen in een soort aquariumbak, maar dan zonder water omdat hamsters daar niet zoveel mee op hebben. En naast een hoop zaagsel voor absorptie van de behoeften een opengewerkte kokosnoot die als Airbnb dienstdeed. En vooral de tredmolen, met vier openingen in de kwadranten om de instap te faciliteren. Rond het invallen van de duisternis kwam de hamster wat slaperig uit de kokosnoot, deed iets met het zaagsel en kroop daarna de tredmolen in om het op een rennen te zetten. Na een tijdje stak hij dan zijn kop buiten de tredmolen en zag je hem denken: shit, ik ben geen millimeter opgeschoten. Terug in de molen en weer rennen, rennen, rennen. Dat ging zo een aantal keren door, waarna de pogingen werden opgegeven en het ritueel zich pas 24 uur later herhaalde.

Ook de hamster leert namelijk niet echt van zijn ervaringen. Hier dus de associatie met de tandartsen. Onze gezamenlijke stakeholders als daar zijn de ambtenaren van VWS en de NZa, de zorgverzekeraars en de consumentenorganisaties kijken allen geamuseerd in de hamsterkooi en zien hoe de tandartsen zich de hele dag de benen uit het lijf rennen. Dan kijken de stakeholders elkaar aan en vragen zich af hoe dit zo te houden. Dus worden de tarieven met regelmaat verlaagd, codes geclusterd, de tijd bijgehouden, richtlijnen en protocollen geformuleerd voor nog meer transparantie van de toch al glazen kooi. En die tandartsen maar rennen om de gevolgen beperkt te houden totdat ze tot de conclusie komen dat het allemaal toch niets uitmaakt, gaan slapen om de volgende dag blijmoedig de boor weer ter hand te nemen en te denken: ach, de ANT regelt het wel, daar betaal ik immers mijn contributie voor.

Het interessante is dat de associatie ook omgekeerd werkt. Het is allemaal een rollenspel met perspectief. Tandartsen staan even geamuseerd boven de kooi de ambtenaren gade te slaan die zich dag in dag uit de benen uit het lijf rennen om de mondzorgkosten naar beneden te krijgen. En dan zie je diezelfde ambtenaren verbijsterd uit hun tredmolen komen om na het zoveelste kostenonderzoek of de zoveelste monitor mondzorg te constateren dat de omzet van tandartsen een taai leven leidt. Waarna er weer gerend en gerend wordt resulterend in een nieuwe salvo ineffectieve maatregelen rond tarieven en prestatiecodes.

Aan de ene kant dus de ambtenaren die op topsnelheid in hun ambtelijke tredmolen rondrennen (er wordt altijd beweerd dat die molens langzaam malen maar dat is een misverstand) en anderzijds de tandartsen die minstens zo hard de andere kant op rennen. Beide partijen zijn daarbij van mening dat niets beweegt. En om tot elkaar te komen en gezamenlijk dezelfde kant uit te gaan rennen heeft de NZa (mogelijk in overleg met VWS) alle stakeholders uitgenodigd om in constructief overleg de gemeenschappelijke ambities voor de richting en de snelheid van de tredmolen te gaan vastleggen. Een proces dat, wat de ANT betreft, vooralsnog gehuld blijft in wolken zaagsel. En dat leidt altijd tot verrassingen als het zaagsel eenmaal is nedergedaald. We gaan het zien en beleven.