Dakbedekkers gezocht M/V

Door Jan Willem Vaartjes


Waarschijnlijk zitten we nu midden in de storm van het kostenonderzoek. De uitkomst laat zich al raden. Het CBS stelde namelijk in 2009 al vast dat de jaarrekeningen van tandartsen en huisartsen niet noemenswaardig van elkaar verschilden. Bij de huisartsen is al eerder een kostenonderzoek uitgevoerd. Het wrange is dat de overheid daar alleen heel andere conclusies aan wil verbinden, ondanks dezelfde uitkomsten. In het kader van omdenken moeten we dit maar als een compliment zien. Als maatschappij vinden we de sectoren onderwijs en zorg ontzettend belangrijk, met als gevolg dat er veel overheidsbemoeienis is. De afgelopen decennia hebben zich meerdere ‘beleidsinnovaties’ aangediend. Je kunt je afvragen wat al die wijzigingen nou hebben gebracht. De kranten staan inmiddels bol van de problemen en het is eerder ondanks dan dankzij het beleid dat we in de internationale lijstjes nog mee kunnen komen.
Laten we eerst vaststellen of het werkelijk zo is dat de kosten van de mondzorg in de toekomst onbetaalbaar worden. Mondzorg is er namelijk in alle soorten en maten en grotendeels privaat gefinancierd. De omvang van de mondzorg is dus simpel gezegd afhankelijk van wat er mogelijk is én wat de bevolking er op dat moment voor over heeft. Wie die zorg uitvoert zal er weinig toedoen. Op dit moment kunnen we objectief vaststellen dat Nederland goed scoort en de kosten internationaal gezien lager zijn dan gemiddeld, waardoor je serieuze vraagtekens kan zetten bij deze onheilspellende toekomstvisie. Daarnaast mist volledig het kwaliteitsaspect in het efficiëntie-denken. Zo wil VWS in het kader van taakherschikking mondhygiënisten toestaan eenvoudige cariës te behandelen. Dat levert eerder hogere kosten op en meer loketten, dan betere zorg. Kijken we naar een vergelijkbaar vakgebied in de zorg dat geleverd wordt door twee zorgverleners, namelijk de perinatale zorg, dan zien we dat terug. In het advies van het College Perinatale Zorg wordt een aantal maatregelen voorgesteld om de kwaliteit te verbeteren. Rondom geboortezorg wordt nu gepleit voor minder fragmentatie, werken in teamverbanden, één vast aanspreekpunt en één digitaal dossier. Deze adviezen staan haaks op de plannen van VWS in de mondzorg. Als het niet zo’n serieuze ontwikkeling was, dan had ik waarschijnlijk met een glimlach gekeken naar de redenatie dat preventie in de mondzorg gebaat is bij uitbreiding van curatieve taken van de belangrijkste preventieve zorgverlener, de mondhygiënist. Het is knap om dit vol overtuiging te kunnen uiten en tegenstanders neer te zetten als conservatief en domeindenkers. Dat is een lastig frame om uit te komen, maar de lessen in de geboortezorg zijn evident genoeg. Daarnaast moeten we duidelijk laten zien dat de tandartsen innoveren. Kijk naar de verdere digitalisering van ons vak zowel op het gebied van restauraties als het informeren van onze patiënten. We werken aan een intelligente bekostigingsstructuur die in de kern doelmatig is en preventie stimuleert, die ook zorg op maat mogelijk maakt. We zullen moeten zorgen dat er voor kwetsbare ouderen landelijke dekking is van praktijken waar ze veilig en makkelijk terecht kunnen. Bij de jeugd zullen we nog effectiever inzetten op preventie. Hoe dat moet? Kijk naar het Ivoren Kruis, NOTCP en besteed tijdens de opleiding voor mondzorgkundige meer tijd aan motivational interviewing.
Voor de juiste keuzes is dus geen wijziging van de wet BIG nodig. We hebben als tandartsen nog tijd om de samenleving deze problemen te laten in zien. Dat lukt niet met columns in vakbladen, daarvoor heb je een sterke, kritische beroepsvereniging nodig om dit te uiten naar pers en politiek.

Door Jan Willem Vaartjes
Jan Willem Vaartjes is voorzitter van de ANT. Na zijn studie tandheelkunde heeft hij zich gedifferentieerd in de orale implantologie. Hij werkt als tandarts-partner bij de kliniek voor tandheelkunde in Utrecht. Vaartjes maakt zich sterk voor transparantie en minder regeldruk.