Door de beugel?

Door Jan Willem Vaartjes


De ophef over de gestegen techniek- en materiaalkosten bij de orthodontisten is u vast niet ontgaan. De omzet is redelijk op peil gebleven ondanks de korting, waarbij de toename zat in de materiaal- en techniekkosten. De consument zou volgens de orthodontisten bewust kiezen voor duurdere beugels. De andere stakeholders lieten zich niet zo snel uit het veld slaan en tuigden snel een kleine enquête op die – natuurlijk – uitwees dat er te weinig werd voorgelicht. Niet verrassend bij uitgeknepen taakdelegatietarieven, en tegelijkertijd een les in hoe het niet moet.

Belemmeringen

Het tv-programma De Monitor kreeg een anonieme tip van iemand die beweerde dat een tandarts de korting op techniekkosten in een bedrijf doorberekende waar de tandarts indirect ook (mede-)eigenaar van is. Over de vraag of dit wel door de beugel kan, heeft ons bestuur heftig gediscussieerd. Maar lopen de emoties niet extra hoog op als het om tandartsen gaat? Tandprothetici zijn bijvoorbeeld probleemloos door het kostenonderzoek gekomen. De NZa heeft daarbij alleen gekeken naar het honorariumdeel; de marge bij doorlevering van het eigen laboratorium is niet meegenomen. Logisch; tandtechniek is een vrije markt in Europa. Begint de Wet marktordening gezondheidszorg zijn ijzeren greep op de mondzorg te verliezen? Is dat erg? Het is vooral jammer dat er sprake moet zijn van techniek- en materiaalkosten. Juist nu weefselbesparende plastische technieken in opmars zijn en vooral daar de remmende werking van het gereguleerde tariefsysteem wordt gevoeld. Voor de rest moet wederkerigheid gelden. Als in Nederland marktwerking gestimuleerd wordt en toeleveranciers zoals tandtechnici ook praktijkeigenaar zijn en van de NZa marge mogen maken op zowel honorarium als tandtechniek, dan moet dit toch ook voor de tandarts gelden? Er zal toch niet met twee maten gemeten worden!?

Nieuwe visie voor tariefsysteem

Laten we er niet krampachtig over doen, maar het zien als een interessante juridische casus. Het zou me niet verbazen als de NZa zich bewust is van de zwakke plekken in het systeem en broedt op de mogelijkheid om allerlei tarieven (weer) inclusief te maken. Dat zou kunnen inhouden dat er meer maximumprijzen voor techniek en materiaal worden vastgesteld waardoor de keuzevrijheid en een gevarieerd behandelaanbod verder in gevaar komen. Het tariefsysteem loopt feitelijk op zijn laatste benen en moet grondig op de schop, ook al zijn vrije tarieven de komende jaren nog niet haalbaar. Daar is wel een nieuwe visie voor nodig. Het herschrijven van het prestatiehuis met meer toeslagen, hoe terecht misschien ook, zou volgens het kostprijsprincipe van de NZa niet mogen leiden tot een omzetstijging. Dit wreekt zich dus automatisch bij het volgende kostenonderzoek of eerder bij de publicatie van Vektis’ volumecijfers. Daardoor is het onze hoogste prioriteit om buiten het gereguleerde deel afspraken te kunnen maken met patiënten over een meerprijs. De basis is in dat geval een goed referentietarief waar, na toestemming van de volwassen patiënt, van kan worden afgeweken. Het is dan niet langer nodig om alle mogelijke handelingen vast te leggen in het prestatiehuis. Ook heeft het gebruik van een dergelijke toeslag geen invloed op de statistiek van materiële controles en kostenonderzoeken. Deze benadering vergt transparantie en uitleg, maar levert eveneens een flexibel systeem op dat snel op innovaties kan inspringen. Dit systeem moet ervoor zorgen dat we in Nederland ook hoogwaardige en innovatieve tandheelkunde kunnen aanbieden, zonder concessies te doen aan doelmatigheid. 

 

Dentz 3 2015

Door Jan Willem Vaartjes
Jan Willem Vaartjes is voorzitter van de ANT. Na zijn studie tandheelkunde heeft hij zich gedifferentieerd in de orale implantologie. Hij werkt als tandarts-partner bij de kliniek voor tandheelkunde in Utrecht. Vaartjes maakt zich sterk voor transparantie en minder regeldruk.