Een goede start



Wie dacht dat met het vertrek van minister Schippers onze sector van saaiheid in slaap zou sukkelen, is bedrogen uitgekomen. Op het gebied van de mondzorg nog niet belast door grote inhoudelijke kennis – die vaak daadkrachtige besluitvorming in de weg staat – heeft onze nieuwe minister de AMvB taakherschikking, die toch al helemaal voor-, uit- en nagekookt was, op subtiele wijze achter gesloten deuren en zonder consultatieronde herschreven op een manier die NVM-mondhygiënisten de tranen in de ogen heeft doen springen. En niet van vreugde en dankbaarheid. Immers, de AMvB gaat zo meteen onderscheid maken tussen mondhygiënisten met een deficiënte opleiding, zeg maar de harde kern van de NVM, en de uitverkorenen voor wie het register gloort. En die uitverkorenen mogen zo meteen zonder voorbehoud bijna alles doen, daaronder inbegrepen het met opdracht delegeren van voorbehouden handelingen naar deficiënte collega’s.

Het amusante van de maatregel is dus dat het net afgestudeerde belhitje, zij-ingestroomd vanuit het mbo, de inkt van het diploma nog niet geheel opgedroogd en met de ervaring van een paar vlakjes cariësbehandeling waar je amper een kies mee rondkomt, taken mag gaan delegeren aan de ervaren en doorgewinterde mondhygiënist, vaak met een vwo- of zelfs gymnasiumdiploma op zak, die daarmee in opdracht en onder verantwoordelijkheid van het hitje de voorbehouden handelingen functioneel zelfstandig mag blijven verrichten. En dat alles omdat hun curriculum net wat minder gevuld was. Zo hadden de vrijgevestigde en vrijgevochten nachtegalen, die zich als geen ander onder aanvoering van hun ambtelijk erelid hard hebben gemaakt voor dit experiment, hun toekomst natuurlijk niet voorgesteld.

Transparante keuzevrijheid
En zoals een goede maatregel in de mondzorg tegenwoordig betaamt, is ook het patiëntenperspectief meegenomen en wel via de keuzevrijheid die de VVD altijd hoog in het vaandel heeft staan. Want de patiënt kan zo meteen maar liefst gaan kiezen uit tweejarig-, driejarig-, en vierjarig opgeleide mondhygiënisten, vierjarig- plus opgeleide mondhygiënisten (met extra certificaat beroepsfotograaf) als ook uit de (tijdelijk) geregistreerde mondhygiënist met garantiecertificaat VWS. En om te voorkomen dat de patiënt verdwaalt in deze wirwar van keuzes gaat de NVM een keurmerk invoeren, uitsluitend voor niet-NVM leden die werken bij praktijken aangesloten bij KNMT en ANT. En middels een kwaliteitsstatuut gedeponeerd bij het Zorginstituut Nederland zal gegarandeerd worden dat alle Nederlanders glashelder het onderscheid gaan leren kennen tussen zelfstandig bevoegde en functioneel zelfstandig bevoegde mondhygiënistenwaarbij de eerste categorie de titel geregistreerd mondhygiënist en de tweede categorie de titel (ordinair) mondhygiënist mag voeren. En het experiment is voor de minister geslaagd als de patiënten tevreden zijn en aan hun tandarts algemeen practicus kunnen uitleggen wie hen heeft behandeld.

Hilarisch
Per saldo is nu niemand meer blij. De mondhygiënisten niet, de tandartsen niet, de zorgverzekeraars niet, de patiënten niet en inmiddels de minister ook niet. Want die had gehoopt dat het veld ergens onderling zou zijn uitgekomen. Een hilarisch resultaat voor een maatregel waar VWS dacht de dames een plezier mee te zullen doen. Humor voor fijnproevers dus. En zeg niet dat ik nooit gewaarschuwd heb. Mijn columns hebben er bol van gestaan. Hoe verwoordt onze Nederlandse taal dat ook al weer: boontje komt om z’n loontje, wie een kuil graaft voor een ander, de wal keert het schip, een koekje van eigen deeg, in je eigen voet schieten, van de regen in de drup...

Gelukkig dat de patiënten voorlopig nog kunnen terugvallenop hun oude vertrouwde tandarts waar je nog steeds zonder verwijzing voor nagenoeg al je wensen en problemen terechtkunt. Dat is gewoon transparant, veilig, betrouwbaar en doelmatig. En daarom hebben wij als ANT gezegd: laat deze beker maar even aan ons voorbijgaan totdat VWS en NVM er samen uit zijn wat ze nu werkelijk willen. Zoals Jan Schaefer dat zo mooi formuleerde: is het beleid of is er over nagedacht? De tandartsen hebben er al honderd jaar over nagedacht, VWS voert nu al bijna twaalf jaar beleid. Kernachtiger kunnen wij het voor u niet samenvatten.

Bevoegd onbekwaam
Tandartsen worden bekwaam want bevoegd van de universiteit afgeleverd. Ze mogen zich dan wel geen mka-chirurg noemen en nog net geen orthodontist, maar daar houdt het dan echt wel mee op. Ze mogen dus bijna alles, gevolg van een ruim gevuld curriculum. Kunnen ze het ook echt? Het realistische antwoord daarop is dat iedereen een aantal jaren nodig zal hebben om het vak praktisch onder de knie te krijgen. Maar nu gaan er richtlijnen komen die haaks op het curriculum gaan voorschrijven wanneer iemand (werkelijk) bekwaam is om een handeling te (mogen) verrichten. Hoezo wet BIG, hoezo taakdelegatie? Niet de tandarts maar de richtlijn bepaalt wat wel en wat niet mag. Hoe logisch is dit alles? Richtlijnen zijn bij uitstek gebaseerd op wetenschappelijk bewijs. En universiteiten leiden wetenschappelijk op? ACTA is zelfs naar plaats vier op de wereldranglijst van beste tandheelkundige universiteiten geklommen dankzij een niet aflatende stroom wetenschappelijke publicaties. Hetgeen overigens nog niet betekent dat er ook goede tandartsen vandaan komen. Dat is de paradox van het geheel: de studenten zelf slaan Nijmegen en Groningen juist hoger aan. Geld kan inderdaad maar één keer worden uitgegeven. Maar dat terzijde. Onze wetenschappelijk opgeleide studenten gaan nu uit het veld worden geslagen met richtlijnen die de universiteiten het liefst ook nog zelf zouden willen opstellen. Maar wat heeft er dan al die decennia aan het onderwijs gemist dat er richtlijnen moeten komen om al die keurig wetenschappelijk gevormde en getrainde tandartsen een beetje in het gareel te kunnen houden na hun studie? Of worden wetenschap en opleiding zorgvuldig gescheiden gehouden, zodat richtlijnen weer een leuke bron van inkomsten kunnen vormen via bij- en nascholing? Je zou bijna gaan denken dat studenten bevoegd onbekwaam worden afgeleverd...

Collegiaal overleg
Op de Dental Expo hebben we nog even kort collegiaal met onze evenknieën van de KNMT over de mondzorg gesproken. Kort samengevat kwam ons gesprek hierop neer: de mondzorg staat in Brand(s), we zien de toekomst Donker in en worden (koh)Siek van taakherschikking, want het gaat alleen maar om beSuyniging, maar we hebben besloten niet te Kniese(n) en in ieder geval de Vaart(jes) in de samenwerking te houden. Zolang we de rug maar Rak houden doet de rest er gewoon niet Toe. Wij tandartsen zijn het dus in ieder geval roerend eens. Of, om in de termen van de minister te spreken, wij zijn er onderling helemaal uitgekomen.