Eind goed, al goed?

Door Jan Willem Vaartjes


Hoe ik me voelde toen het kostenonderzoek werd gepubliceerd? Op die vraag was het lastig antwoorden en nog steeds weet ik niet of we nu tevreden of teleurgesteld moeten zijn. Het gevoel dat de lading misschien het beste dekt, is dat van opluchting. We waren het niet eens met de opzet en methodiek van het kostenonderzoek en lange tijd was er ook sprake van veel hogere kortingen. In die zin zou je kunnen zeggen dat de uitkomsten meevallen en dat we de blik op de toekomst kunnen richten. Voor mij en onze penningmeester Wilfred geldt dat het kostenonderzoek toch bijna twee jaar van ons leven heeft beheerst. Als de sector zó onder druk staat dan zijn dat de momenten dat je er als belangenbehartiger vol in moet gaan. Dat is dankbaar werk als je het gevoel hebt dat dit niet voor niks is geweest.

Werk aan de winkel

Dit betekent niet dat we nu op onze lauweren kunnen rusten. Ik besef heel goed dat de implantologen harde klappen krijgen. Ze worden rücksichtslos met negentien procent gekort. De implantologen die zich vooral met kroon- en brugwerk bezighouden, worden gekort door de hoge volumes die werden behaald in de overkappinsprothese implantologie. Deze korting was niet meer terug te draaien, maar het verrichtingenhoofdstuk kan wel herschreven worden. Daarbij kunnen we per verrichting de moeilijkheidsgraad en een bijbehorend puntenaantal bepalen. Het zou niet kloppen om de dentate implantologie op dezelfde wijze te korten gezien de benodigde tijdsinspanning, het te nemen risico en de benodigde kwalificaties. Ook zullen we blijven strijden voor de volledige rehabilitatie van de tandartsen. Het experiment met de vrije tarieven in 2012 was niet alleen een traumatische ervaring voor de beroepsgroep, het heeft ons ook grote en onterechte imagoschade opgeleverd. Ons Milliman- rapport heeft al voor gedeeltelijk eerherstel gezorgd. We zijn er echter nog niet. De procedure die we zijn gestart bij de Ombudsman moet worden afgerond om aan iedereen te laten zien dat tandartsen wel degelijk om kunnen gaan met vrije tarieven. Ik zie dat niet alleen als gerechtigheid, maar ook als een belangrijk tussenstation op weg naar een stelsel van vrije tarieven in de toekomst.
Verder weet iedereen dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de mondhygiënist graag op de stoel van de tandarts ziet zitten. Bij de ANT is het de komende twee jaar alle hens aan dek om dat plan tegen te houden. Zolang er geen duidelijke visie en een volledig uitgewerkt plan aan taakherschikking ten grondslag liggen, zijn wij faliekant tegen. De regierol hoort bij de tandarts en aan dat principe doen wij – in het belang van de mondzorg en onze patiënten – geen enkele concessie. En dan zijn er nog de maximumtarieven. De ANT wil aantonen dat de maximumtarieven de consumentenrechten belemmeren volgens het Europese recht. Gelukkig heeft de NZa zich bereid getoond om naar het voorstel voor Zorg op Maat te kijken, een systeem waarbij de tandarts na toestemming van de patiënt hogere tarieven mag rekenen, bijvoorbeeld bij toppreferente zorg of extra counseling.
Zo kort na het afschaffen van de vrije tarieven is het heel bijzonder dat er alweer draagvlak bestaat voor dit voorstel. Er lijkt namelijk wat veranderd te zijn bij de zorgwaakhond. De ANT kreeg het persbericht dat de NZa verstuurd heeft over het kostenonderzoek, al voor het versturen ervan te lezen. En qua toon heb ik nog nooit zo’n mild persbericht gezien. Eind goed, al goed? Vraagt u mij dat over vijf jaar nog maar eens. De komende jaren blijft een stevige vuist vanuit de tandartsen hard nodig.

Door Jan Willem Vaartjes
Jan Willem Vaartjes is voorzitter van de ANT. Na zijn studie tandheelkunde heeft hij zich gedifferentieerd in de orale implantologie. Hij werkt als tandarts-partner bij de kliniek voor tandheelkunde in Utrecht. Vaartjes maakt zich sterk voor transparantie en minder regeldruk.