‘Knellende ambities’ - Column Wilfred Kniese - Dentz 4



Het loopt alweer bijna tegen Sinterklaas en dat is de tijd om de wenslijstjes met ambities uit de kast te halen, af te stoffen en in de schoen te deponeren. De NZa is dit jaar bijtijds van start gegaan en heeft de verzamelde ambities qua timing keurig verstuurd rond het tijdstip dat ook de Raad van State haar zegen aan het experiment taakherschikking heeft gegeven en niets een succesvolle start medio 2020 meer in de weg kan staan.

Recent heeft de NZa de informatie van een Wob-verzoek vrijgegeven. De ANT had (dit keer) niet om deze informatie gevraagd maar wel dankbaar gebruik gemaakt van de generositeit van de NZa: een dikke duizend pagina’s! Daar hebben ambtenaren dagen aan zitten weglakken. Ieder keer als ik zo’n Wob onder ogen krijg moet ik onwillekeurig denken aan het zoveelste script voor de film “Zwartboek”. En bekruipt mij het gevoel dat er zoveel mogelijk documenten worden meegeleverd in de hoop dat de echt relevante informatie ondersneeuwt. Minstens een derde gaat over het maken en afzeggen van afspraken: “we moeten nodig eens bijpraten, “wanneer kun jij”, “nee dan kan ik niet”, “wellicht dat die en die wel kan aanschuiven”, “anders maar even na de vakantie”. En al die namen moeten worden weggelakt ook al weet iedereen over wie het gaat. En dan zijn er eindeloos veel documenten die dubbel tot zelfs zes dubbel worden meegeleverd. En ook dubbele documenten waarin bij de een bepaalde passages zijn weggelakt maar in de andere deze goed leesbaar zijn aangeleverd. Een monnikenwerk om het allemaal door te nemen (overigens ook om het bij elkaar te sprokkelen, hulde). En dan toch altijd wel de buit van een paar pagina’s die alle moeite hebben geloond.

Zo schrijft een medewerker van VWS eind juli 2017 met droge ogen, op het moment dat de AMvB eigenlijk al naar de Kamer had gemoeten: “in het kader van de taakherschikking kijken we nu naar de tarieven in de mondzorg”, “wij weten op dit moment helemaal niet hoe het werkt, dus horen graag de basics” en na enig overleg “nogmaals dank, het heeft ons een goed inzicht gegeven in de werking van de tarieven in de mondzorg”. Welke vragen zijn zoal de revue gepasseerd? “Wat is de winstmarge op de verrichtingen die nu nog voorbehouden zijn”, “zijn er knelpunten voor taakherschikking in het huidige beleid rond de tarieven”, “hebben jullie knoppen om de taakherschikking verder te stimuleren”, “verdienen tandartsen meer geld met de codes die we willen vrijgeven”, “hoeveel omzetverlies lijden tandartsen richting mondhygiënisten”. Ik heb dat laatste overigens even voor u op een rijtje gezet, als doorgewinterde professional zult u de codes wel herkennen: (A15, A10, X10, V71, V72, V81, V82, V91, V92, V15, V30, V35). En het bijbehorende antwoord luidt 17.6%.

De NZa heeft hier zeer professioneel op geantwoord zonder zich de politieke dimensies van dat antwoord bewust te zijn: “we hebben geen knoppen en er zijn geen knelpunten want we hanteren functionele bekostiging en er zijn maximumtarieven”. Dat antwoord heeft even moeten bezinken voordat de paniek uitbrak in Den Haag.

En dit alles illustreert precies wat de ANT al jaren VWS verwijt: jullie hebben de feiten niet onderzocht, het beleid niet onderbouwd en weten dus niet waar je over praat. En die kritiek is altijd in wollige termen weggewuifd. Begrijpelijk, dogma’s zijn op geloof gebaseerd en niet op feiten.

In een pitch voor de Tweede Kamer schreef de NZa al in 2016 dat het wel leuk is als het veld roept om meer maatwerk en meer vrijheid buiten de basisverzekering. Maar er moeten dan toch echt eerst heel veel richtlijnen, protocollen en visitaties komen, de geleverde zorg moet de transparantie van kristal krijgen, de kwaliteit 100% meetbaar en de tarieven geijkt op toegankelijkheid voor iedereen. En het is aan het veld om dit te regelen. En VWS voegt daar blijmoedig aan toe dat het beleid voortaan gaat worden afgestemd op patiënttevredenheid met daarop aangepaste beloning: Pay-4-Happiness. Het is al jaar en dag bekend dat in Nederland de patiënt pas happy is als gratis zorg wordt geboden. En zo wordt de sector de komende 10 jaar aan het lijntje gehouden. En gaan de mondhygiënisten het lid op de neus krijgen dankzij hun met VWS gedeelde ambities.

Het beleid voor de mondzorg is al sinds de Wmg in 2006 als een vangnet over de sector uitgeworpen. Aan de vier uiteinden van het net staan VWS, de NZa, het Zorginstituut en de Zorgverzekeraars te rukken en te trekken om de bewegingsruimte te kunnen beperken. Soms zijn de acties volkomen willekeurig, op andere momenten is het zonneklaar dat achter de schermen even gesmoesd is en de hazen plotseling heel hard in een bepaalde richting beginnen te rennen. Maar per saldo is er geen coherente visie omdat het dogma de plaats van onderbouwd beleid heeft ingenomen. Men probeert dus vol ambitie maar wat. En de daders liggen straks op het kerkhof van de mondzorg. Niet aan, maar naar de knoppen noemen ze dat.