Kroongetuigen…

Door Wilfred Kniese


U zult begrijpen dat mijn vorige column geschreven was vóór de Apolloniaborrel en dat ik slechts de hoop kon uitspreken op toekenning van het predicaat koninklijk aan de NMT. Welnu, de wens is uitgekomen en voor een zaal vol kroongetuigen heeft niemand minder dan minister Schippers (inderdaad, dezelfde van het experiment) het predicaat op een presenteerblaadje aangeboden aan de voorzitter van de NMT. Maar toch, een hele eer voor de gehele beroepsgroep. Ik heb daar destijds overigens wel een paar kritisch kanttekeningen bij geplaatst. En het was in die zin geruststellend om te lezen in het Nederlands Tandartsenblad dat het predicaat aan niet meer dan één organisatie per branche wordt toegekend.

Overigens is het pleit nog niet geheel beslecht want ik heb begrepen dat de Algemene Ledenvergadering van de NMT zich nog moet uitspreken over de wenselijkheid om de al honderd jaar bestaande en vertrouwde naam te gaan verlengen, juist nu de minister en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) willen dat de mondzorg de broekriem gaat aanhalen. Wij zijn geen belanghebbende in deze zaak, laat dat duidelijk zijn. En we mengen ons dus niet in zaken die ons niet aangaan. Echter, het moet wel worden opgemerkt dat de kroon al lang niet meer wordt vergoed in de basisverzekering en veel van zijn glans verloren heeft. En dat de tandarts heel wat meer behoefte heeft aan erkenning door zijn patiënten dan erkenning door de kroon, zo konden we lezen in het hoofdredactioneel van datzelfde Nederlands Tandartsenblad.

Ik ben blijkbaar niet de enige in de zorg die af en toe een uitstapje richting de filosofen maakt. Ook de heer Langejan, bestuursvoorzitter van de NZa, heb ik hierop betrapt. ‘De filosofen hebben tot nu toe de wereld geïnterpreteerd, maar het komt erop aan haar te veranderen’. Wie herkent daar niet het revolutionaire elan van Karl Marx in? Voor de goede verstaander vrij vertaald en toegepast: we hebben lang genoeg gepraat over de mondzorg, er moet nu maar eens iets gebeuren. Dat gaat dus spannend worden de komende maanden. Mijn inschatting is dat Deloitte momenteel met de moed der wanhoop bezig is een rapport in elkaar te draaien teneinde een punt te kunnen zetten achter dit miljoenen verslindende kostenonderzoek. Maar ze hebben zich wel gecommitteerd om een objectief en wetenschappelijk verantwoord rapport op tafel te leggen dat voldoet aan de gestelde statistische betrouwbaarheidseisen. En daar zullen wij ze zeker aan gaan houden, op straffe van reputatieverlies. Dus geen herhaling à la KPGM met een handtekening onder de door de klant gewenste uitkomst. Maar het is wel evident, zonder nog zelfs maar het kaft van dit rapport te hebben gezien, dat je met de uitkomsten alle kanten op zult kunnen.

Dat de tarieven omhoog moeten valt zeker te verdedigen, voor lagere tarieven is misschien ook een case te maken en de tarieven handhaven lijkt een veilige middenweg. En dat betekent dus dat de NZa terug moet naar de tekentafel en van voren af aan moet beginnen met... jawel, het interpreteren van de mondzorg. En dat terwijl de handen jeuken. Enfin, als je de meester van de historische dialectiek wilt citeren moet je er natuurlijk rekening mee houden dat de geschiedenis weerbarstig is en niet lineair ambtelijk verloopt. De these was duidelijk: verander wat er te veranderen valt ook al lijkt het daarmee een doel op zich te zijn geworden. De antithese komt met het opium-rapport van Deloitte. Gaat de grandioze synthese op de alom verwachte revolutie uitlopen of zal de zaak straks als een nachtkaars uitgaan. De uitkomst ligt nu nog in de schoot der toekomst verborgen, maar om de kansen toch een beetje te beïnvloeden sluit ik me graag aan bij het citeren van Marx: mondzorgverleners, verenigt u.

Dentz 2 2014

Door Wilfred Kniese
Wilfred Kniese is ANT-bestuurslid (vice-voorzitter en penningmeester).