‘Maak je borst(lap) maar nat’ - Column Jan-Willem Vaartjes - Dentz 1



Op 23 januari publiceerde de commissie Borstlap haar eindrapport ‘In wat voor land wil je werken’ met daarin adviezen voor een nieuwe inrichting van de arbeidsmarkt. De belangrijke punten zijn dat het werknemerschap weer de norm moeten worden voor alles wat betreft ‘reguliere arbeid’ en daarnaast stelt de commissie voor om de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandigen op te heffen. Hierbij geldt dan een verplichte deelname aan een collectief sociaal stelsel. De verschillende maatregelen hebben, indien ze uitgevoerd worden, een forse impact op alle zelfstandigen. De achterliggende opvatting is dat de hoogopgeleide bovenlaag vaste contracten heeft, terwijl aan de andere kant van de streep mensen staan voor wie vast werk een luxe is en zich van flexcontract naar flexcontract slepen. Waarbij de zzpgroep ook onvoldoende verzekerd is tegen arbeidsongeschiktheid en weinig pensioenvoorzieningen treft. Dit wordt niet alleen als risico gezien voor het individu maar ook de samenleving zelf.

Goede voorzieningen voor deze groep zullen ergens van bekostigd moeten worden en onvermijdelijk zal dit worden gehaald bij de eerder genoemde hoogopgeleide bovenlaag. Dat doet me denken aan het jaar 1998 waarin ik afstudeerde en als startende tandarts zzp’er verplicht het ziekenfonds in moest. Ik kon daardoor niet alleen geen eigen huisarts meer kiezen, maar betaalde ook een (inkomensafhankelijke) premie die duizenden euro’s meer kostte dan mijn eerdere particuliere verzekering met vrije artsenkeuze. Een zelfde effect kan je verwachten bij een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Het zal een inkomensafhankelijke verzekering worden die niet meer dekt dan de definitie van het UWV en na 2 jaar is het de WIA. De toetsing zal niet zijn of je nog tandarts kan zijn (beroepsarbeidsongeschiktheid) maar ander werk wordt ook tot de mogelijkheden gerekend. De kans op een grote inkomensval is daardoor levensgroot. Hierdoor is het alsnog noodzakelijk om bovenop deze verplichte verzekering een eigen beroepsarbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Iets vergelijkbaars kan je verwachten met een verplicht pensioenfonds. Een tandarts kan op vele wijzen pensioen opbouwen o.a. ook door de verkoop van zijn of haar praktijk. Indien je voortijdig overlijdt verdwijnt dit vermogen niet en zal het overgaan naar je echtgenoot of kinderen. Een verplicht pensioenfonds zal ook inkomensafhankelijk zijn en de kosten zijn een beperking in de vrije keuze om zelf pensioen op te bouwen.

Fiscaal gezien worden de ondernemersaftrekposten (o.a. mkb-winstvrijstelling) afgebouwd, maar ook voor DGA’s is het voorstel om (zijn aandeel) in de winst van de vennootschap te belasten als arbeidsinkomsten. Voor tandartsen met een eigen praktijk is dit een nadelige verandering en het is enigszins vergelijkbaar met het Amerikaanse systeem waar ik mee te maken heb gehad doordat ik tot 2018 ook Amerikaans staatsburger was. In Nederland kan je winsten in de onderneming volledig toewijzen aan de reserve zodat je dit later nog kan gebruiken voor investeringen of tegenslagen mee kan opvangen. Bij een systeem dat de winst nog een keer in box 1 belast houdt de onderneming veel minder over en is de scheiding tussen privé en onderneming te klein geworden. Wat was ik opgelucht toen ik daar eindelijk vanaf was en weer in staat was om zelf te bepalen hoe de onderneming haar geld investeerde.

De zelfstandigheid komt met de adviezen van Borstlap ook verder onder vuur te liggen. De bewijslast wordt omgedraaid doordat geldt ‘werknemer, tenzij’. Reguliere activiteiten verrichten betekenen een gezagsrelatie en er is geen mogelijkheid meer voor de ‘wil der partijen’. Een tandarts-zzp’er heeft echter doelbewust gekozen om zelfstandig te zijn en ook de praktijkhouder wenst deze zelfstandigheid. De tandarts is een vrije beroepsbeoefenaar die zelf patiënten kan behandelen zonder dat een manager daar aanwijzingen voor hoeft te geven en waarbij een gezagsrelatie onnodig en ook onwenselijk is. Tevens is voor de tandartspraktijk het doorbetalen en integreren van een zieke tandarts een te grote last. Als in een regulier bedrijf de leidinggevende ziek wordt dan stort niet direct de verkoop in. Er kunnen langlopende contracten afgesloten zijn of bijv. de verkoop van producten in de winkels loopt gewoon door. In een tandartspraktijk heeft de ziekte ook direct gevolgen voor de inkomsten gegenereerd in die kamer, deze vallen dan volledig uit. Het doorbetalen en het reïntegreren is daardoor een dubbele klap, ook al zou het zoals voorgesteld beperkt worden tot één jaar.

Zelfstandigheid en ondernemerschap van tandartsen zijn speerpunten van de ANT. We komen binnenkort uit met nieuwe modellen waarmee zelfstandig en met behoud van ondernemerschap in de tandartspraktijk samengewerkt kan worden. Zelfs als alle plannen van de commissie Borstlap doorgaan, is een maatschapconstructie waarbij de zelfstandige zelf factureert aan de patiënt nog altijd de optie die blijft bestaan. Leuker kunnen ze het niet maken, wel ingewikkelder.