Mission possible

Door Jan Willem Vaartjes


Vijf jaar geleden schreef ik een kritische mail aan mijn beroepsorganisatie de ANT. Hoe kon het gebeuren, was mijn brandende vraag, dat tijdens het experiment met de vrije tarieven tandartsen zich zo konden laten ringeloren door verzekeraars, consumentenorganisaties, pers en politiek? Nog voordat het experiment goed en wel van start was gegaan hadden de zorgverzekeraars al in de krant laten publiceren dat de tarieven ongetwijfeld sterk zouden stijgen en iedereen dook op de resultaten van een gebrekkige marktscan van de NZa waarmee het experiment binnen een half jaar de nek werd omgedraaid. Alleen D66 had het gezonde verstand om te vragen het experiment meer tijd te geven, maar omdat de voltallige VVD-fractie bij de Kamerbehandeling schitterde door afwezigheid, de gelederen gesloten rond de in het nauw gedreven minister, was het pleit snel beslecht. En de schade voor de mondzorg onomkeerbaar.

Wat stond er precies in mijn mailtje? Gewoon zaken als waarom we als tandartsen akkoord waren gegaan met een aanzienlijke verlaging van het aantal prestaties waardoor zaken tijdens het experiment niet meer vergelijkbaar waren. Waarom er vrije tarieven in de basisverzekering waren gekomen, een geheid recept voor bad news. Waarom een proactieve mediastrategie was uitgebleven? Waar de spreekwoordelijke lef en durf van de tandarts waren gebleven. Of men werkelijk zo bang was voor de zorgverzekeraars en men de NZa niet durfde te confronteren met methodologisch broddelwerk. Gewoon zaken dus die je van een belangenvereniging mag  erwachten.

Ik herhaalde dit alles tegenover de toenmalige directeur van de ANT. Had ik mijn mond maar gehouden. De ANT bleek namelijk onder de radar op zoek naar een dynamische voorzitter en het droge antwoord op mijn retirade: ‘put your money where your mouth is’. Op veel bestuurlijke ervaring kon ik niet bogen, maar men verzekerde mij dat bestuurlijke ervaring alleen maar een handicap zou zijn. Ook moest ik elke cent drie keer gaan omdraaien. De ANT was door sommigen gezien als een instrument om vrije tarieven te bewerkstelligen. En zou dus kunnen worden opgeheven na 2012. De financiën waren anticiperend alvast fors afgebouwd. Bovendien pakten zich donkere wolken in de vorm van het kostenonderzoek van de NZa samen boven de horizon. De organisatie moest zich volledig opnieuw uitvinden met als doel een goed geoliede machine op lean-and-mean basis. Daarbij kwam mijn IT-kennis en start-up ervaring wel heel goed van pas. Samen met bevlogen en kundige medebestuursleden hebben we project ‘Yes we can’ uitgerold en dat bewezen met creativiteit, doorzettingsvermogen en hard werken. Denk aan het onderzoek van Milliman dat de marktscan van de NZa naar de prullenbak verwees, de lef om uit de nutteloze klankbordgroep van het kostenonderzoek te stappen, de weigering onze handtekening onder de naïeve expertuitspraak rond V21 en V60 te zetten, het lanceren van een politiek- en mediaoffensief tegen de versnippering en uitverkoop van de tandheelkunde door opgedrongen taakherschikking.

Een permanente strijd, dat wel, waarbij niemand op de lauweren kan gaan rusten. Maar het is geen uphill battle gebleken. De ANT is een krachtige organisatie geworden. Door de groei met 1500 leden in een paar jaar tijd is naast power ook de financiële ruimte gekomen om een ervaren directeur, senior juristen en beleidsmedewerkers aan te stellen. En de communicatieafdeling verrast mij keer op keer met activiteiten variërend van een dentale escape room tot wekelijkse video nieuwsbrieven verzorgd door studenten tandheelkunde. En om het kantoor heen is een schil gebouwd van advocaten, communicatie-experts en andere service partners. Lean, mean en zeer flexibel om de belangen van de tandheelkunde in het algemeen en van onze leden in het bijzonder optimaal te dienen.

Een gepensioneerd collega vroeg mij of de ANT en KNMT nog zouden fuseren. Samen sta je toch sterker? Wellicht, maar onlangs hoorde ik bij onze collega’s het argument dat er drie universiteiten zijn en vier hogescholen mondzorgkunde en dat de tandartsen hierdoor outnumbered worden. En bij de NZa tref ik regelmatig commerciële belangenclubjes aan die volwaardig mogen meepraten, ook al vertegenwoordigen ANT en KNMT 95% van het veld. Zolang op deze manier gedacht en gewerkt  wordt, is de ANT als zelfstandige organisatie onmisbaar. En als de tijd rijp is voor een fusie zullen we tevreden terug kijken hoe ‘mission impossible’ een ‘mission accomplished’ zal zijn geworden. 

Door Jan Willem Vaartjes
Jan Willem Vaartjes is voorzitter van de ANT. Na zijn studie tandheelkunde heeft hij zich gedifferentieerd in de orale implantologie. Hij werkt als tandarts-partner bij de kliniek voor tandheelkunde in Utrecht. Vaartjes maakt zich sterk voor transparantie en minder regeldruk.