‘Niet poetsen maar lullen’ - Column Wilfred Kniese - Dentz 5



U bent dat niet van mij gewend: lichtelijk grof taalgebruik. Maar de tijden zijn ernstig en er moet klare wijn geschonken worden met passend, niet mis te verstaan taalgebruik.

Sinds VWS zich helemaal gestort heeft op preventie als de weg en de waarheid en curatie in het verdomhoekje dreigt te geraken heeft de NVM zijn marketingstrategie gewijzigd en wordt nu volop ingezet op het product “gedragsverandering”. Boren als tertiaire preventie is uit, praten is in. Want daar is straks het grove geld te verdienen. De mondhygiënisten zijn immers dé experts op het gebied van gedragsverandering. Ze worden daarin al 13 jaar opgeleid en bovendien kent preventie niet de risico’s verbonden aan taakherschikking. Mooier kan het niet.

De NVM vertegenwoordigt (naar eigen zeggen - en dan is het voor VWS per definitie waar) curriculum technisch de hoogste en best opgeleide mondzorgverleners voor het werken aan gedragsverandering. Er bleef dan ook in het vierde jaar, naast het boren van dat ene gaatje, tijd genoeg over voor een extra pretpakket. Laten we dat (imaginaire) curriculum eens nader tegen het licht houden. Gedrag en gedragsverandering van de mens is het terrein van de psychologie. In dat vierde jaar is dus een spoedcursus psychologie voor startende mondhygiënisten ingebouwd. Wat staat er zoal op het menu? Zwaartepunt ligt natuurlijk bij de cognitieve dissonantie, de onaangename spanning bij het maken van levensstijlkeuzes die op gespannen voet met elkaar staan.

Lekker eten of afvallen, snoepen of geen gaatjes etc. Deze basis wordt aangevuld met Pavlov en Skinner: kwijlen, belonen, negeren en straffen. Tijdens de verdiepingscursus “Freud en de mond” wordt voor de duur van de les de tandartsstoel even in de meest horizontale stand gebracht en vervolgens geanalyseerd ..................................(op verzoek van mijn collega’s is de tussenliggende passage verwijderd omdat het onderwerp in de praktijk anno 2019 niet op een politiek correcte manier kan worden behandeld) ..........................................waarna cognitieve dissonantie deze in goede banen moet leiden en “straf en beloning” de kroon op de behandelsessie gaan zetten. Een soort ketenzorg. Maar duidelijk is wel dat onze nachtegalen werkelijk van alle markten thuis moeten zijn. Te voorzien is dat gepleit zal gaan worden voor een zesjarige opleiding. Waarna de beroeps-
hiërarchie vastgelegd gaat worden in het XYZ-model van de NVM.

Dit alles staat overigens letterlijk in het NZa-ambitiedocument van de NVM: “we moeten inzetten op gedragsverandering en leefstijlbenadering en niet op het geven van poetsinstructie” als ook “het consumeren van preventie moet bevorderd worden”. Het consumeren van preventie! Alleen een lobbykoningin kan op zo’n formulering komen. Verder begrijpelijk, patiënten hebben een broertje dood aan betalen voor poetsinstructie en de bodemloze put van gedragsverandering is een veel leuker verdienmodel. Maar er zijn nog wel wat hordes te nemen zoals: ”€ 155 als uurtarief voor de mondhygiënist moet omhoog want we leveren betere preventie en hebben dezelfde praktijkinvesteringen als de tandarts” en “het plafond van maximaal 60 minuten preventie-codes moet eraf”. Want dat al te letterlijke 1-uurtje-factuurtje van de zorgverzekeraar “straft de consument” (Freudiaanse verspreking voor mondhygiënist). Preventie kun je nou eenmaal niet mondjesmaat consumeren en een uur is amper genoeg voor de intake.Tot slot - want één ambitie is immers geen ambitie - is er de smeekbede van de NVM om een preventief aanvullend zorgverzekeringsproduct. Dus binnenkort kunnen we naast de aanvullende tandartsverzekering de aan(.)ullende mondhygiënistenverzekering tegemoet zien (u dient hier zelf een medeklinker naar voorkeur te kiezen).Een innovatief maatproduct voor amateur gedragveranderaars.

We krijgen bijna medelijden met de zorgverzekeraars als we denken aan de infernale situatie waar ze in terecht gaan komen en hebben nu al spijt dat ze door onze brief aan de minister 600.000 probleemgevallen op hun dak hebben gekregen. Want de overheid zet maximaal in op preventie en minimaal op capaciteit, de NVM kwijlt al Pavloviaans bij de gedachte aan hogere tarieven en ongelimiteerde consumptie van preventie. Plus in de verste verte geen richtlijn die Ebrowaardig aangeeft wanneer preventie bewezen effectief is, geen uitkomst-indicatoren die de behandeling transparant en meetbaar maken en geen enkele resultaatsgarantie. Is het dan vreemd dat de zorgverzekeraars stiekem lonken naar het abonnementssysteem? Praten doe je maar in je eigen tijd, zullen ze denken. Dat mag dan ongelimiteerd. Verder gewoon een vast jaarbudget met een max-max voor meetbare uitkomsten. Weg met de functionele bekostiging, weg met de urenschrijverij. Gewoon innovatief maatwerk in de preventieve bekostiging.

Onze minister stelde overigens met droge ogen in een eerste en wat geïmproviseerdere actie op het DSW-experiment dat we maar moesten beginnen met het uitdelen van foldertjes aan zuigelingen op het consultatiebureau. Dat leek hem veel logischer. Die strategie past natuurlijk wel in de praatcultuur. Maar past ook bij taakherschikking. Als je op het consultatiebureau begint valt de huidige groep 4 tot 18 jarigen alvast buiten de boot. Die mag blijven zitten met zwarte tanden en etterende monden. Gewoon even de kiezen op elkaar en straks zelf dokken. Want de capaciteit is er gewoon nog niet. Bovendien scheelt het flink in de kosten van de basisverzekering. Net geboren zuigelingen zijn pas over een jaar of vijf gedragstechnisch aanspreekbaar en dan is het experiment taakherschikking het daverende succes waarop nu al gerekend wordt. Alle capaciteitsproblemen in een klap de wereld uit. Echter, zolang de regering de oren laat hangen naar de suikerlobby en onze veelbelovende jeugd tussen 4 en 18 als zoethoudertje met een glaasje ranja door de politiek het riet in wordt gestuurd blijft het sowieso dweilen met de kraan wijd open. Misschien had VWS dan toch in 2006 een vooruitziende blik om boren in het curriculum te laten opnemen. De beste preventie om een gat niet groter te laten worden blijft nog steeds een gezonde dosis ouderwets boren. Tegenover de nieuwe slogan van de mondhygiënisten “niet poetsen maar lullen” plaatst de ANT dan ook graag haar credo: “praatjes vullen geen gaatjes”.