Papieren tandarts ongewenst

Door Jan Willem Vaartjes


Onder de radar wordt gewerkt aan een nieuw raamplan voor de opleidingen Tandheelkunde en Mondzorgkunde. Hierin staat waarin de tandarts en mondhygiënist moeten worden opgeleid. Het plan is in een stroomversnelling gekomen doordat de ANT de lacunes in de huidige opleiding Mondzorgkunde heeft blootgelegd. De politieke wens is er nog steeds om taakherschikking erdoorheen te duwen. Dus dan moeten nog snel alle oneffenheden worden gladgestreken.

Zoals te verwachten van een politiek gekleurd raamplan staat de conceptversie vol voorbeelden hoe de ideale mondzorgwereld er achter het bureau uitziet. Er wordt zelfs al gesproken over de mondhygiënist-regisseur. Maak kennis met het raamplan jargon: De juist afgestudeerde tandarts bezit een breed kennis- en vaardighedenpakket uit het tandheelkundig-medisch kennisdomein. Ziet de mondzorg als een deel van de algehele gezondheidszorg en bouwt een collegiale samenwerking op, verwijst en werkt doeltreffend samen in een multidisciplinair samenwerkingsverband om te komen tot besluitvorming rond optimale patiëntenzorg, onderwijs en/of onderzoek… Et cetera.

Uiteraard moet je als tandarts begrijpen wat artsen schrijven en kennis hebben van de algemene gezondheid. Er zijn situaties waarin ons werk invloed heeft op de algemene gezondheid, maar vaker nog is het omgekeerd: aandoeningen en medicatie hebben veel invloed op de mondgezondheid. Laten we ons hoofd daardoor nou niet op hol brengen. Neem de relatie tussen parodontitis en diabetes. Het belangrijkste gegeven is dat een paropatiënt met diabetes lastiger te behandelen is. Zou het niet slimmer zijn om meer effort te steken in een kundige behandeling van parodontitis in plaats van meer kennis over diabetes?

Voor de tandheelkundige faculteiten die onderdeel zijn van Geneeskunde is het helaas veel goedkoper en praktischer om in het curriculum meer diabetes op te nemen in plaats van (klinische) verdieping in de parodontale therapie. Om nog maar te zwijgen van de steeds verdere integratie van de opleidingen Mondzorgkunde en Tandheelkunde. Zo moeten we nu al vrezen dat de parodontologische kennis van de afgestudeerde tandarts het bachelorniveau niet meer ontstijgt. Als ik parodontitispatiënt met diabetes zou zijn, zou ik veel liever een tandarts hebben die mijn mondziekte vakkundig kan behandelen dan een papieren mondarts die een beetje van alles weet. In Duitsland is niet voor niets het plan ontstaan om de faculteiten Tandheelkunde volledig los teweken van de medische faculteiten.

Het ‘tandheelkundig-medisch kennisdomein’ bekt natuurlijk lekker voor de bühne, maar biedt veel minder meerwaarde dan de opstellers van het raamplan beseffen. Tandheelkundige en medische interacties zullen in de toekomst worden gesignaleerd door intelligente softwaresystemen. Eigenlijk zal dat de eerste vorm van robotisering worden waar de tandarts echt op kan leunen. En dat terwijl in de andere vormen van robotisering en technologische revoluties de tandarts nieuwe stijl geacht

wordt het allemaal na de studie in de vingers te krijgen. Denk hierbij aan 3D-printing met bijbehorende materiaalkeuzes, nieuwe (digitale) diagnostische methodes, digitale planningen en analyses, hybride navigatiesystemen voor het prepareren in bot en tandweefsel. Eigenlijk is het ingenieursaspect van ons beroep ondergesneeuwd geraakt en wordt vergeten dat een tandartspraktijk ook een EHBO-post is. Als een echte Dr. House moet de toekomstige tandarts iemand van zijn acute klachten af kunnen helpen met een brede range van mogelijke tests en opnames. Moeten zulke elementaire zaken worden doorgeschoven naar ‘dat leer je wel in de praktijk’ of ‘lees de richtlijn’? Of laten we de opleiding echt aansluiten bij de praktijk en maken we het geen speelbal van mensen met politieke hobby’s?

Gloort er nog hoop in deze donkere dagen? Misschien wel. Onlangs heeft de faculteit Nijmegen een nieuwe decaan gekregen met bijzonder veel klinische ervaring: de Belgische professor Hugo de Bruyn. Hopelijk is zijn Belgische link voldoende om de druk van het ‘politiek-correcte’ universitaire landschap in Nederland met gezond verstand te compenseren. Met uitgeknepen tandheelkundige faculteiten die non-stop hun hand bij Geneeskunde en de overheid moeten ophouden een enorme uitdaging.

Is er ook nog leuk nieuws voor 2018? Jazeker, de ANT heeft bezwaar gemaakt tegen de tariefbeschikking van 2018. We praten al jaren over de mogelijkheid om een contract met een patiënt aan te gaan en voor hoogwaardige en vaak cosmetische behandelingen af te kunnen wijken van het NZa-maximumtarief. Sommige behandelingen zijn immers niet kostendekkend uit te voeren. Dat de NZa regulerend tussen tandarts en patiënt blijft zitten, vinden wij buiten alle proporties. Maken we een kans? We denken van wel, anders zouden we na jarenlange zorgvuldige voorbereidingen deze stap niet gezet hebben. Alvast een voorspoedig 2018 toegewenst!

Door Jan Willem Vaartjes
Jan Willem Vaartjes is voorzitter van de ANT. Na zijn studie tandheelkunde heeft hij zich gedifferentieerd in de orale implantologie. Hij werkt als tandarts-partner bij de kliniek voor tandheelkunde in Utrecht. Vaartjes maakt zich sterk voor transparantie en minder regeldruk.