Sector piepelen

Door Jan Willem Vaartjes


Met ouderwets polderen heeft het veld meer dan twee jaar vergaderd om het klikgebit te laten voldoen aan het mantra van minister Schippers’ “zinnige en zuinige zorg”. Het mes op de keel was de dreiging om de vergoeding van het klikgebit uit het basispakket te schrappen. Het opgeleverde pakket maatregelen bestond uit een tweetal richtlijnen, gedragsregels en als bonus een zes procent hogere korting van het honorarium.

Men verwachtte dat door dit goede werk het Zorginstituut Nederland (ZiN) zeer tevreden zou zijn en dus geen ingrijpende maatregelen zou nemen. Verbazingwekkend of misschien toch ook weer niet, werden door ZiN de conclusies van de bovenkaakrichtlijn handig als strengere algemene eis gebruikt, waardoor veel patiënten met een loszittende onderprothese nu jaren langer moeten wachten op de behandeling. Dankzij deze tactiek kan minister Schippers een brief naar de Tweede Kamer sturen met de strekking dat de richtlijn die het veld zelf gemaakt had de basis was van de strengere  indicatiestelling. Zo krijgt zij geen last van een politieke partij als de SP die zich zou kunnen afvragen waarom het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de beste zorg voor een loszittend onderkunstgebit verschraalt. Het is immers de sector zelf die nu zogenaamd de professionele en  wetenschappelijke standaard heeft neergezet.

Een leerzaam lesje sector piepelen en een wake-upcall voor degenen die enigszins naïef denken dat ZiN onafhankelijk is en richtlijnen alleen met wetenschap en kwaliteit te maken hebben. Als het om geld gaat en om verdeling van zorg, dan worden richtlijnen geen EBRO maar politiek.

Een andere eyeopener was het feit dat er voor de toepassing van een klikgebit alleen zeer weinig bewijs zou zijn. Patiënten gaan juichend de deur uit en het is nota bene een van de beter onderzochte gebieden in de tandheelkunde en waarin de controlegroepen ook makkelijk te vormen zijn. Als nu blijkt dat het klikgebit slechts een expert opinion is, dan is te verwachten dat alle richtlijnen het niveau van een best practice niet gaan ontstijgen Algemeen geldend zullen ze wel zijn. Hoe vaak moet je een patiënt oproepen om peri-implantitis te voorkomen? Hoe vaak moet je de waterkwaliteit
van een unit meten, eenmaal, tweemaal, andermaal, wie biedt?

Wiens praktijkvoering wordt de best practice die als basis dient voor de richtlijn? Het voorspelt niet veel goeds dat de jeugdmondzorg vechtend door de landelijke media rolde. En als de overheid al niet de portemonnee wil trekken voor de beste behandeling die de richtlijn aanbeveelt, hoe zit het dan met praktijken waar patiënten dat niet willen of kunnen? Ik zie het ZiN niet per verzekerde gemotiveerd afwijken van de richtlijn. Iets wat een tandarts steeds weer geacht wordt te doen. Aangezien we grotendeels afhankelijk zijn van de financiën van de patiënt, kan dit een probleem worden.

Het internationaal gerenommeerde Cochraneinstituut produceert al jaren evidence based reviews op het gebied van de mondzorg. Daarin worden ontzettend goede high-level adviezen gegeven, maar de zorgverlener behoudt veel vrijheid in de uitvoering. Ze halen het daar niet in hun hoofd om een best practice dwingend aan de sector op te leggen. Bij het klikgebit hebben we nu gezien hoe werkelijk wordt omgegaan met het werk van het veld. Laat ons het hoofd dus niet op hol brengen door al die negatieve opmerkingen over gebrek aan kwaliteit en gebrek aan richtlijnen in de mondzorg. We zijn nog steeds vrije, academisch geschoolde beroepsbeoefenaren die hoogwaardige zorg verstrekken aan de bevolking met een hoge patiënttevredenheid tot gevolg.

Door Jan Willem Vaartjes
Jan Willem Vaartjes is voorzitter van de ANT. Na zijn studie tandheelkunde heeft hij zich gedifferentieerd in de orale implantologie. Hij werkt als tandarts-partner bij de kliniek voor tandheelkunde in Utrecht. Vaartjes maakt zich sterk voor transparantie en minder regeldruk.