Terug naar de praktijk

Door Ravin Raktoe


Het rapport van de commissie Innovatie Mondzorg uit 2006 (Linschoten) is het belangrijkste advies waarop de overheid het beleid op het gebied van mondzorg in Nederland stuurt. Al sinds 2000 bestaat het advies van een eerdere commissie (Lapré, ‘Adviesgroep capaciteit mondzorg’) om binnen de sector het teamconcept en taakherschikking in te gaan voeren. De commissie Linschoten gaat daarop door en portretteert een toekomst waarin 8.000 tandartsen verdwijnen en 3- tot 5.000 mondartsen ontstaan, 2.300 mondhygiënisten vervangen zijn door 4- tot 6.000 mondzorgkundigen en het aantal preventieassistenten verdubbeld is. Dit alles in een situatie ‘waarin alle mogelijkheden tot taakherschikking volledig zijn benut’. Verwar taakherschikking overigens niet met taakdelegatie, waarbij de tandarts ervoor kiest specifiek omschreven deeltaken over te dragen aan een lager opgeleide. Taakherschikking in de mondzorg gaat om een beleidsaanpassing waarbij taken die nu tot het werkgebied van de tandarts horen, worden overgeheveld naar de mondhygiënist. U kent het riedeltje ‘primaire, secundaire en tertiaire cariës bij medisch-ongecompromitteerde patiënten’ wellicht wel.

Verder rekent de commissie Linschoten voor dat er in het beoogde teamconcept uiteindelijk met 1,8fte tandarts, 2,0fte mondhygiënist en 1,6fte preventieassistent 12.000 patiënten behandeld kunnen gaan worden. Op basis van deze cijfers zijn onder andere de aantallen opleidingsplaatsen bepaald en uitbreidingen van bevoegdheden van mondhygiënisten beoogd. Maar 10 jaar later ken ik geen praktijk met een dergelijke bezetting. Toch dendert de trein der taakherschikking voort; de minister gaf eind 2014 nog aan voornemens te zijn het beroep van mondhygiënist op te nemen onder de zogenaamde art. 3 beroepen van de wet BIG, waar de tandarts ook onder valt. Daarmee vervalt de noodzaak van opdracht van een tandarts voor verdoven, boren van primaire cariës en het maken van röntgenopnamen. De ambitie op dit vlak lijkt zo tegenstrijdig met de wens in te zetten op preventie en het voorkomen van het maken van onnodige röntgenfoto’s. En wie belet de mondhygiënist om zich met een cursus te bekwamen in de esthetische tandheelkunde of endo’s? De wet BIG dan in ieder geval niet meer.

Wordt het niet tijd dat het advies uit 2006 wordt herzien? Als zelfs het Capaciteitsorgaan, dat advies geeft over het aantal benodigde opleidingsplaatsen voor tandartsen, in haar aanbeveling rekening houdt met 50% buitenlandse instroom, dan is er toch iets niet helemaal in de haak. Taakherschikking is bedacht om het tekort aan academisch geschoolde krachten op te vangen, maar het lijkt inmiddels een vehikel om het aantal opleidingsplaatsen in de tandheelkunde te kunnen beperken. Als een decennium later de geprojecteerde cijfers uit een adviesrapport zo onwaarschijnlijk lijken, is het tijd om de knikkers opnieuw te tellen.

Door Ravin Raktoe
ANT-Secretaris Ravin Raktoe Raktoe is tandarts in Arnhem. Al voordat hij tot het ANT-bestuur toetrad, organiseerde hij diverse activiteiten voor tandartsen, zoals twee drukbezochte debatten over de kwaliteit van de mondzorg. Ook is hij bedenker en presentator van de dentale talkshow ‘Los in de mond’.