Vertrouwen is goed, maar de ANT is beter

Door Jan Willem Vaartjes


“Voorts vormt de taakherschikkingsoperatie binnen de mondzorg aanleiding voor een herbezinning op het tariefgebouw voor deze sector. Zo zijn de huidige wettelijke maximumtarieven volledig toegerekend naar de tandarts, terwijl straks mondhygiënisten een deel van de tandartsverrichtingen voor hun rekening kunnen nemen. Handhaving van deze systematiek kan een doorvoering van taakherschikking in de weg staan.”

Heb ik hiermee uw aandacht? Iets waarvoor we waarschuwden, stond kennelijk ook letterlijk op papier. Deze passage is afkomstig uit de aanbiedingsbrief van het toenmalige kabinet van het rapport Innovatie Mondzorg (rapport Linschoten). We weten inmiddels allemaal wat het ministerie van VWS doet met zaken die ‘taakherschikking in de weg staan’. Zo zou de opdracht van de tandarts in de weg staan en wordt dit vanaf 2020 geregeld met de AMvB taakherschikking. Dat de volgende ingreep er eentje zal zijn in de tarieven, lijkt voor de hand te liggen. Het falen van taakherschikking in de mondzorg mag straks immers nooit aan de taakherschikking zelf liggen. De passage moet toch bekend geweest zijn, maar sijpelde niet door tot de tandarts in het veld. Waarom werd er toen niet groot uitgepakt en kwam men niet in verzet? Waarschijnlijk omdat een goede relatie belangrijk was en dat er natuurlijk wel koninklijk gereageerd moest worden. Is dat erg? Ja, helaas wel, want in 2013 wordt in het rapport dat de Wet BIG evalueert geschreven dat er overwegend positieve reacties waren op het rapport Linschoten. Vervolgens raadt dit rapport aan om het aantal zelfstandige verrichtingen van de mondhygiënist uit te breiden. En zo geschiedde ook. Er bovenop zitten en gelijk in actie komen loont dus wel degelijk. Achteraf, na meerdere positieve rapporten, is het lastig repareren. Na het debacle van de vrije tarieven in 2012 hebben we de ANT gereorganiseerd tot een wendbare en moderne organisatie die voor niets en niemand bang is. Dit en het feit dat we nu meer dan 2.500 werkzame tandartsen als lid hebben, maakt dat we nu een echte vuist kunnen maken. En dat blijft ook nodig de komende tijd. Voor de start van het experiment taakherschikking in 2020 zal de AMvB nog juridisch moeten worden aangepakt. De EU-richtlijn die de professionele beroepen beschrijft, lijkt vrij duidelijk te zijn over het feit dat de tandarts de enige is die de tandheelkunde mag beoefenen en koppelt daar ook een minimale educatie aan. De ANT zal tot aan het Europese Hof betogen dat de AMvB in strijd hiermee is en bovendien het vrije verkeer van buitenlands gediplomeerde tandartsen belemmert. Maar ook op een ander vlak is actie noodzakelijk: de NZa wil namelijk het tariefsysteem ingrijpend veranderen. Opvallend genoeg is deze wens toevallig vlak voor de start van het experiment taakherschikking ontstaan. De vorige grote wijziging viel samen met het experiment vrije tarieven, en de NZa moet zich die vergissing toch goed kunnen herinneren. Desondanks wordt een aantal redenen gegeven om tot verandering over te gaan. Zo zou het tariefsysteem niet voldoende op preventie gericht zijn, is kwaliteit niet te meten en daarnaast zou het ook onvoldoende transparant zijn.

Bij al deze beweegredenen zijn echter vraagtekens te plaatsen. Preventie is bijvoorbeeld tegenwoordig goed te leveren in teamverband met behulp van de M-codes. Waarschijnlijk bedient de NZa zich van een eufemisme en staat er dat het vervaardigen van vullingen onvoldoende wordt bestraft. Hiermee gaat men voorbij aan de achterliggende sociale factoren die vaak hand in hand gaan met cariës. Factoren waar de tandarts vaak geen invloed op heeft maar wel verantwoordelijk voor wordt gemaakt. Bovendien is niet alle curatie te voorkomen met preventie. Indien de overheid echt preventie van cariës zou willen bewerkstelligen in plaats van verkapte bezuinigingen dan is een suikertaks een echt effectieve maatregel. In plaats daarvan wordt de btw op gezonde producten als groenten en fruit volgend jaar verhoogd naar 9 procent, en worden erosieve lightfrisdranken goedkoper.

De ANT zal u gedurende het proces op de hoogte houden en zich geen onzin laten aanpraten. Deze opstelling voorkomt dat u over een paar jaar een plan voor grote stelselwijziging opgedrongen krijgt met in het begeleidend rapport de opmerking dat de betrokken partijen overwegend enthousiast zijn. Ik kan niet anders eindigen dan met: vertrouwen is goed, maar de ANT is beter.

Door Jan Willem Vaartjes
Jan Willem Vaartjes is voorzitter van de ANT. Na zijn studie tandheelkunde heeft hij zich gedifferentieerd in de orale implantologie. Hij werkt als tandarts-partner bij de kliniek voor tandheelkunde in Utrecht. Vaartjes maakt zich sterk voor transparantie en minder regeldruk.