Betalen voor muziek in de wachtruimte?

Begin dit jaar nam een tandarts contact op met de ANT in verband met betalen voor muziek in de wachtkamer. Hij weigerde op grond van een uitspraak van het Europese Hof een vordering van Buma/Sena te betalen. 

In die zaak van een een tandarts uit Italië, bepaalde het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de tandarts geen vergoeding verschuldigd was voor het ten gehore brengen van muziek in de wachtruimte. Het ontbreken van de vergoedingsplicht houdt verband met het beperkte en onbeduidende aantal personen voor wie de muziek hoorbaar is en de beslotenheid waarin dit plaatsvindt. Bovendien heeft de tandarts geen winstoogmerk met het ten gehore brengen van de muziek. Er is daarmee geen sprake van “een mededeling aan het publiek”, op grond waarvan een vergoeding op zijn plaats zou zijn. 

In maart 2014 ontving de Nederlandse tandarts een dagvaarding van Buma/Sena. De ANT wilde duidelijkheid hierin voor de beroepsgroep en besloot de tandarts juridisch bij te staan tijdens zijn proces. Met een interessante uitkomst voor alle tandartsen in Nederland.
Want recent werd bekend dat Buma/Sena de juridische procedure tegen de Nederlandse tandarts heeft ingetrokken. Waarbij de consequentie was dat de tandarts de vordering van Buma/Sena niet hoeft te betalen.

Rob Maaswinkel, directeur ANT, over de gevolgen hiervan:
“Of dit betekent dat Buma/Sena zich naar aanleiding van de uitspraak van het Hof op andere gedachten heeft laten brengen, is niet duidelijk. Wel lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat zij het niet hebben aangedurfd een Nederlandse rechter zich hierover te laten uitspreken. Ik leid hieruit af dat de uitspraak van het Europe Hof ook van toepassing kan zijn op Nederlandse tandartsen. Ik geef tandartsen in overweging, wanneer ze voldoen aan de drie voorwaarden (beperkt aantal personen, beslotenheid, geen winstoogmerk), de facturen van Buma/Sena niet meer te voldoen.
De volledige overweging van het Europese Hof (Italiaanse tandarts)
“De patiënten van een tandarts vormen immers normaliter een geheel van personen waarvan de samenstelling grotendeels stabiel is en maken dus een bepaald geheel van potentiële luisteraars uit, aangezien andere personen in beginsel geen toegang hebben tot de zorgverlening van deze tandarts. Bijgevolg gaat het niet om „personen in het algemeen”. Daarenboven is het aantal personen voor wie hetzelfde uitgezonden fonogram door de tandarts hoorbaar wordt gemaakt, vrij beperkt en zelfs onbeduidend, aangezien de kring van personen die tegelijk in zijn kabinet aanwezig zijn, doorgaans zeer beperkt is. Zo de patiënten op elkaar volgen, neemt dit bovendien niet weg dat deze beurtelings aanwezige patiënten in de regel niet dezelfde fonogrammen, met name de via de radio uitgezonden fonogrammen, horen. Ten slotte kan een tandarts die als achtergrondmuziek fonogrammen uitzendt in aanwezigheid van zijn patiënten, louter wegens deze uitzending redelijkerwijs niet verwachten dat het aantal patiënten van zijn praktijk zal toenemen, noch de prijs van de zorgverlening verhogen. Bijgevolg kan een dergelijke uitzending op zich geen invloed hebben op de inkomsten van deze tandarts. De patiënten van een tandarts gaan immers uitsluitend voor tandverzorging naar een tandartspraktijk en daarbij is een uitzending van fonogrammen geen aan tandverzorging inherent aspect. Zij horen toevallig en buiten hun wil bepaalde fonogrammen, afhankelijk van hun tijdstip van aankomst in de praktijk en hun wachttijd alsook van de aard van de behandeling. In deze omstandigheden kan niet worden verondersteld dat de normale kring van patiënten van een tandarts ontvankelijk is voor de betrokken uitzending. Bijgevolg vertoont een dergelijke uitzending geen winstoogmerk.”