CommANTaar: Het einde van de aanvullende zorgverzekering

De zorgverzekeraars gaven onlangs aan dat er niet genoeg werd verdiend op de aanvullende verzekeringspakketten, en dan met name waar het tandheelkunde en fysiotherapie betreft. Zorgverzekeraars komen voort uit de oude ziekenfondsen en tenminste een deel van hen propageert een organisatie zonder winstoogmerk te zijn. Zorgverzekeraars dienen, met andere woorden, een maatschappelijk belang. En dat gaat boven ieder jaar weer meer winst te maken. Uiteraard dienen  verzekeraars financieel gezonde instellingen te zijn en mede daarom zijn ze onderworpen aan solvabiliteitseisen en overige regelgeving, maar het uitgangspunt blijft: zorgverzekeraars zijn ingericht om de financiële basisvoorziening te leveren voor een goede volksgezondheid. Ook vrijwillige aanvullende pakketten zijn echte verzekeringen. Natuurlijk, theoretisch kunnen mensen geld opzij leggen voor eventueel gebruik van hun tandarts en fysiotherapeut. De werkelijkheid wijst uit dat er dan aanzienlijk minder gebruik (en te laat) van wordt gemaakt. En dat is niet goed voor de Nederlandse volksgezondheid.


Marketingafdelingen van zorgverzekeraars hebben ons jaren verzekeringen “op maat” verkocht. “Te oud voor kinderen? Dan geen geboortezorg meer meeverzekeren, neem alleen wat je verwacht te gebruiken”. Het collectiviteitsbeginsel werd daarmee ernstig uitgehold. Het concurrentiestreven leidt niet tot daadwerkelijke kostendaling, maar tot uitgeklede pakketten. Een ongewenst neveneffect. Per definitie neemt de winstgevendheid van deze pakketten dan af. Maar is dat erg? Moet er overal (veel) winst op gemaakt worden? Zorgverzekeraars hebben een maatschappelijke rol, en dit is het moment om die waar te maken.