commANTaar: Taakherschikking als splijtzwam van de mondzorg

Afgelopen dinsdag waren de mondzorgkoepels samen om in Amsterdam een avond bij te wonen ter ere van het eenjarig bestaan van de Geschilleninstantie Mondzorg (SGIM), een geslaagd samenwerkingsverband van de koepels NVM, ONT, KNMT en ANT.

Sinds de commissies Lapré (2000) en Linschoten (2006) hebben nagedacht over taakverdeling en samenwerking in de mondzorg is er veel gebeurd. Ontwikkelingen die onder meer hebben geleid tot de (verdere) emancipatie van het vak van mondhygieniste. Inmiddels is dit een volwaardige en gewaardeerde partner aan de behandelstoel met een prima HBO opleiding. De discussie over taakherschikking heeft in die zin (ook) goede dingen gebracht. Echter, de burger (en patiënt!) ziet de mondhygieniste niet zitten als vervanger van de tandarts. Preventie en tandsteen verwijderen ok, maar geen curatieve behandelingen (en kom nou niet aan met tertiaire preventie svp). De patientenorganisaties zien niets in de intransparantie die de beoogde rol van de MH met zich meebrengt. 

Als ANT hebben wij bij zijn aantreden de minister uitgenodigd om op informele wijze te zoeken naar het doorbreken van de onder minister Schippers ontstane patstelling. Tevergeefs naar nu blijkt. De minister nodigt uit voor overleg en maakt daags daarvoor zijn in beton gegoten mening publiek bekend. De tandartsen zullen dit overleg dan ook niet bijwonen. Deze minister laat de kans voorbij gaan om met diplomatie de zaak vlot te trekken. Met het voortzetten van het dogmatische VWS-beleid gaat iedereen weer terug in zijn eigen loopgraaf. De beoogde taakherschikking zal niet herinnerd worden als de kroon op de emancipatie van de MH, maar als de splijtzwam van de mondzorg. En dat is wel jammer.