De NVDMFR neemt standpunt in inzake conebeamCT onderzoeken

Vanwege de onduidelijkheid die heerst over de voorwaarden waaronder conebeamCT onderzoeken gedaan mogen worden en wie het toestel mag instellen, heeft de Nederlandse Vereniging voor DentoMaxilloFaciale Radiologie (NVDMFR) twee standpunten ingenomen. De ANT steunt de standpunten van de NVDMFR.

Voldoende geschoold
Om de hogere stralingsbelasting voor de patiënt voldoende te compenseren is een correcte indicatiestelling, uitvoering en diagnostiek voor een conebeamCT onderzoek noodzakelijk. Om een conebeamCT onderzoek te kunnen uitvoeren moet een tandarts voldoende geschoold zijn.

Over deze scholing bestaat nu onduidelijkheid. De overheid heeft in het verleden besloten dat gebruikers van conebeamCT apparatuur voor tandheelkundige doeleinden een opleiding moeten volgen die voldoet aan de eindtermen ‘Stralingshygiëne voor het gebruik van CBCT toestellen door tandartsen’. Deze opleiding betreft dus tandartsen en tandarts-specialisten die zelf een conebeamCT toestel beheren en gebruiken. De praktijkrichtlijn radiologie 2015 van de KNMT stelt dat ook tandartsen die alleen een aanvraag doen voor CBCT-opnames (verwijzing) aan deze eindtermen moeten voldoen.

Nu blijkt dat zorgverzekeraars conebeamCT onderzoeken niet meer willen vergoeden omdat de verwijzend tandarts niet aantoonbaar aan de door de KNMT geformuleerde voorwaarde voldoet. Mede hierom heeft de NVDMFR een standpunt ingenomen:

‘Een tandarts die een aanvraag doet voor het laten vervaardigen van een conebeamCT onderzoek (‘verwijst’ moet aantoonbaar geschoold zijn in de basisprincipes van conebeamCT (inclusief stralenbelasting), indicatiestelling en basale interpretatie van conebeamCT beelden. Deze scholing is wat de NVDMFR betreft aanzienlijk minder veelomvattend dan hetgeen de KNMT in haar praktijkrichtlijn vereist.’

Delegatie van bediening voor conebeamCT
In het standpunt van de KNMT is ook genoemd dat in geval van delegatie van bediening van het conebeamCT toestel aan een medewerker van de verantwoordelijk tandarts(-specialist), deze medewerker aantoonbare instructie van leverancier of tandarts moet hebben ontvangen. De KNMT wijkt hierin af van de eisen die zij stelt aan de medewerker die intraorale en/of panoramische en schedelprofielopnamen maakt, namelijk bekwaamheid en aantoonbare externe scholing die aan gedefinieerde eisen voldoet (zoals per 1-1-2018 vereist voor alle gedelegeerde taken).

Omdat men zeer verbaasd is dat volgens de KNMT niet geschoolde tandartsassistenten conebeamCT apparatuur mogen instellen, heeft ook hierover de NVDMFR een standpunt ingenomen.

‘Bij voorkeur bedient een gekwalificeerde tandarts(-specialist) of radiodiagnostisch laborant het conebeamCT toestel. Indien dit onmogelijk is dan zou een bekwame en aantoonbaar geschoolde medewerker deze handeling na delegatie door de tandarts(-specialist) kunnen uitvoeren, mits de omstandigheden zodanig zijn dat de instellingen van het toestel duidelijk en eenduidig gecommuniceerd worden naar en toegepast worden door betreffende medewerker.’

Lees hier de brief inzake van de NVDMFR over de standpuntbepaling met betrekking tot de conebeamCT onderzoeken.