FFP2-masker biedt in veel gevallen niet meer bescherming dan een (goed) type IIR chirurgisch masker

Bewijs dat een FFP2-masker in veel gevallen niet meer bescherming biedt dan een (goed) type IIR chirurgisch masker neemt toe.

In een recent onderzoek uitgevoerd door ondermeer het Radboud UMC is gebleken dat een chirurgisch masker vergelijkbaar presteerde als een FFP2 masker. Dit onderzoek is gepubliceerd in de leidraad PBM in de (poli)klinische setting vanwege SARS-CoV-2 (FMS).

In deze leidraad is opgenomen dat in de meeste zorgsituaties chirurgische mondneusmaskers type IIR voldoen. FFP2 maskers worden net als in de leidraad in de mondzorg alleen aangeraden tijdens aerosolvormende handelingen bij zowel verdachte als bewezen COVID-19-patiënten. Waarbij wordt opgemerkt dat volgens het onderzoek van het RadBoudUMC met bioaerosolen, het beschermend effect van chirurgische maskers IIR zelfs vergelijkbaar is met dat van de gangbare FFP-2 maskers.

Een verklaring wordt gevonden in het feit dat voor de certificering van FFP maskers gebruik wordt gemaakt van testen met NaCL partikels en oliedamp en dat deze wijze van testen meer representatief is voor industriële settings waarbij toxische stoffen vrijkomen. Dat zijn andere eigenschappen dan bioaerosolen die bij besmette personen in een zorgsetting kunnen vrijkomen en dus ook andere eisen stellen aan de beschermingsmiddelen.

Het toevoegen van een faceshield aan een chirurgisch masker of een FFP2 lijkt mogelijk extra bescherming te kunnen bieden, alhoewel de spreiding van de resultaten groot is. De onderzoekers benadrukken daarnaast dat de overige basismaatregelen, zoals handhygiëne, reiniging en desinfectie, goed moeten worden uitgevoerd.