Herregistratie schoont BIG-register; gelijkmatige ontwikkeling

De invoering van de periodieke registratie brengt voor iedere beroepsgroep een opschoning van het BIG-register met zich mee. Dit is te lezen in een brief gericht aan De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Er kan worden geconstateerd dat er een redelijk gelijkmatige ontwikkeling in de opschoning van het BIG-register is.

Bij de eerste tranche van de fysiotherapeuten, verloskundigen en verpleegkundigen is 27% van de voorbedoelde beroepsbeoefenaren uitgeschreven uit het BIG-register. Voor de beroepen uit de tweede tranche - apothekers, tandartsen, gezondheidszorgpsychologen en psychotherapeuten - bedroeg dit percentage 26%. Bij de laatste tranche - de basisartsen - zal dit percentage naar verwachting rond de 20% zijn.

Hierbij is van belang te vermelden dat 41% van de totale groep basisartsen geen aanvraag tot herregistratie heeft ingediend en een ander, kleiner deel, actief kenbaar heeft gemaakt zich niet te willen laten herregistreren. Leeftijd zal hierbij een grote rol hebben gespeeld. 66% van de groep die geen aanvraag tot herregistratie heeft ingediend is 60 jaar of ouder. Daarnaast is 37% van de groep die geen aanvraag tot herregistratie heeft ingediend woonachtig in het buitenland.

Een zorgverlener die geen actieve BIG-registratie heeft, mag niet langer de beroepstitel uit de Wet BIG voeren. Wel mag men de beroepstitel voeren met toegevoegd de woorden ‘niet praktiserend’. Hiermee wordt duidelijk dat de opleiding tot arts is gevolgd maar dat er geen bevoegdheid meer bestaat om te praktiseren. Overigens geldt dat een zorgverlener ‘niet-praktiserend’, zich altijd op een later moment opnieuw kan laten inschrijven in het BIG-register als wordt voldaan aan de voorwaarden voor herregistratie, zoals het succesvol afronden van het scholingsprogramma.