Nieuw hoofdstuk in tragikomedie taakherschikking

Deze week heeft de Tweede Kamer een laatste blik geworpen op de AMvB taakherschikking die eigenlijk al in het voorjaar van 2016 had moeten worden behandeld. Van de drie ingediende moties is er één gesneuveld: het ging de coalitie, die momenteel wel andere problemen aan het hoofd heeft dan de Nederlandse mondzorg, te ver om de SP te volgen in de oproep het experiment uit te stellen totdat het Capaciteitsorgaan duidelijkheid zou hebben verschaft over de werkelijke omvang van het capaciteitstekort. En dit ondanks het feit dat zowel in de Tweede als de Eerste Kamer hierover kritische vragen waren gesteld.

De twee andere moties van het CDA zijn wel aangenomen nadat de minister al eerder had aangegeven tegen deze moties geen bezwaar te hebben. Eén van de moties is duidelijk interessant omdat gevraagd wordt om een regeling van de achterwacht in geval van calamiteiten voordat aan het experiment mag worden deelgenomen. De minister zal dit echter niet willen regelen in de AMvB zelf, dus het gaat in de praktijk neerkomen op controle door de IGJ.

Overigens had de minister al eerder aangegeven dat het experiment voor tandartsen op vrijwillige basis is en dat duidt er op dat samenwerkingsovereenkomsten alleen bij hoge uitzondering zouden kunnen worden afgedwongen. In de praktijk zal dit allemaal wel gaan meevallen is onze inschatting. Mondhygiënisten die zelfstandig willen gaan boren zullen de nodige maatregelen nemen.

De andere motie verlangt volledige transparantie over de criteria van de nulmeting. Een waardevolle motie indien deze door het Parlement serieus genomen gaat worden. Als men echter genoegen gaat nemen met een tevredenheidsonderzoek onder patiënten en mondhygiënisten, kan men wat ons betreft de nulmeting beter overslaan en rechtstreeks de Wet BIG aanpassen.    

Met deze stemronde lijkt een einde te zijn gekomen aan de parlementaire behandeling van de AMvB taakherschikking. De maatregel moet nu eerst worden voorgelegd aan de Raad van State voor juridisch advies, advies dat voor de minister een semi-vrijblijvend karakter heeft. Het Capaciteitsorgaan zal eind januari mogelijk met een tussentijdse conclusie komen. Het zal leerzaam zijn te zien hoe de minister met de cijfers en aanbevelingen om zal gaan.

Het is voor ons niet zozeer teleurstellend dat het experiment gestart wordt: de zaak immers sleept al drie jaar en alle voortekenen duiden erop dat het experiment een geprogrammeerde mislukking gaat worden als het gaat om de beleidsdoelstellingen rond het capaciteitsprobleem in de mondzorg en het overhevelen van taken van tandartsen naar mondhygiënisten. De echte teleurstelling is dat de minister en diens ambtenaren hebben aangetoond louter op zenden en niet op ontvangen te staan, dat zij alleen maar willen nemen zonder te geven en dat elke dialoog met de betrokkenen die het echte werk moeten doen radicaal wordt afgekapt. Daarmee vervreemdt de minister zich van de zorgverleners en wordt andermaal aangetoond dat patiënten in de Nederlands politiek slechts een registratienummer bij een verzekeringspolis zijn. Overal in de zorg worden de stemmen steeds luider over de ontsporing van dit beleid. Laat het voor ons een opmaat zijn om samen met alle collega-mondzorgverleners in 2019 de schouders te zetten onder gezamenlijke acties om de negatieve gevolgen voor patiënt en zorgverlener tot een minimum te beperken.