Petitie ANT ‘Blijf af van mijn tandarts’ gebaseerd op feiten, niet op emoties

Afgelopen vrijdag heeft de NVM een reactie gegeven op de door de ANT gestarte petitie 'Blijf van mijn tandarts af'. De NVM trekt het veronderstelde tekort aan tandartsen in Nederland in twijfel.

Tekort bewust gecreëerd
Dit veronderstelde tekort van tandartsen wordt echter bewust door VWS gecreëerd om taakherschikking richting mondhygiënisten af te dwingen. Het opleiden van meer tandartsen zou deze taakherschikking in gevaar kunnen brengen en zou de AMvB overbodig maken. Dat de NVM zich dus wat in het nauw gedreven voelt door onze actie is begrijpelijk, maar rechtvaardigt nog niet om de feiten te negeren.

Buitenlandse tandartsen
Momenteel zijn er bijna 3000 tandartsen met een niet-Nederlandse nationaliteit en een niet-Nederlands diploma afkomstig uit niet minder dan 63 landen van Afghanistan tot Zwitserland. Dit bijzonder hoge aantal, dat jaarlijks toeneemt - de helft van het aantal nieuwe inschrijvingen in het BIG-register komt uit het buitenland, camoufleert een stijgend onderliggend tekort. De ANT is van mening dat dit beleid naast praktische bezwaren als taal en de nog incomplete beroepsbeperkingen-uitwisseling (IMI), ook een wissel trekt op het teamconcept en de preventieve aanpak die we in Nederland graag verder willen ontwikkelen.

Mondhygiënisten in het buitenland
Veel Europese landen kennen geen mondhygiënist of hebben hiervoor een andersoortige opleiding. Daarom is het teamconcept met delegatie en focus op preventie niet gebaat bij de huidige afhankelijkheid van buitenlandse opleidingen. Dit besef begint pas recentelijk bij onze politici door te dringen maar wordt inmiddels wel onderkend.

Erkend tekort
Voorts heeft de rechter bevestigd dat er in Nederland een structureel tekort is aan in Nederland opgeleide tandartsen. De rechter verklaarde de zogenaamde expat-regeling van toepassing op buitenlandse tandartsen hetgeen de Nederlandse schatkist jaarlijks € 20 mln. kost. Ook het Capaciteitsorgaan Mondzorg heeft in zijn laatste rapport de alarmbel geluid over het tekort aan opleidingsplaatsen en minister Schippers heeft deze week in een brief aan de Kamer bevestigd dat zij dit rapport serieus neemt en haar beleid hierover in overeenstemming zal brengen met de conclusies van het rapport. Deze veranderde houding van de minister is ook wel begrijpelijk nadat premier Mark Rutte tegenover ANT-voorzitter Jan-Willem Vaartjes voor de camera had bevestigd dat er inderdaad te weinig tandartsen in Nederland worden opgeleid.

Taakherschikking niet de oplossing
Kortom, de feiten spreken voor zich ook als de boodschap die uit deze feiten spreekt de NVM niet geheel welgevallig is. Nu de politiek zich eindelijk, en mede dankzij onze petitie, bewust wordt van het werkelijke, onderliggende probleem wordt ook steeds pijnlijker duidelijk  dat de AMvB taakherschikking het verkeerde antwoord is op de verkeerde vraag en daarmee sterk contraproductief gaat werken voor datgene wat de mondzorg in Nederland werkelijk nodig heeft. De ANT haalt dus geen twee zaken door elkaar zoals de NVM suggereert maar legt juist de logische koppeling tussen enerzijds het tekort aan tandartsen en anderzijds het dossier taakherschikking.

Samenwerken
ANT neemt voorts graag gezamenlijk met de NVM de handschoen op om constructief na te denken over het maximaal faciliteren van de mondhygiënisten om hun werk optimaal en tot ieders tevredenheid, inclusief de eigen tevredenheid, te kunnen verrichten. Immers, bijna drie op de vier mondhygiënisten in Nederland werken al nauw samen in de tandartspraktijk en die relatie, zo blijkt keer op keer, wordt door de tandartsen hogelijk gewaardeerd en op waarde geschat. Daarom is de ANT verguld dat minister Schippers de inspanning en inbreng van de ANT heeft weten te schatten. In haar brief aan de Kamer deze week beloofde ze met alle stakeholders in de mondzorg om de tafel te gaan zitten om het dossier taakherschikking nog eens een keer heel goed door te spreken. En dat is wat ons betreft de opmaat om te onderkennen dat de AMvB misplaatste politiek is en dat de sector heel goed in staat is om onderling afspraken te maken en belemmeringen en knelpunten weg te nemen. En dat kan uitstekend binnen het huidige wettelijke kader.