Rapport Panteia bevestigt dat opleidingscapaciteit Tandheelkunde drastisch omhoog moet

Minister Bruins wil nieuw onderzoek om taakherschikking te rechtvaardigen

Onder grote druk heeft minister Bruins vorige week, vlak voor het zomerreces, alsnog het Panteia-rapport naar de Tweede Kamer gestuurd. In het rapport staat klip en klaar dat het aantal opleidingsplaatsen Tandheelkunde moet worden uitgebreid van 240 naar 390.

De conclusie van Panteia dat de capaciteit zo snel mogelijk omhoog moet, lijkt een enorme streep door de rekening van VWS. Het toont op schrijnende wijze het failliet aan van het beleid van VWS van de afgelopen 12 jaar, waarin de capaciteit alleen maar is verlaagd. Panteia laat zelfs zien dat er 500 plaatsen nodig zijn om in 2030 niet in de problemen te komen. VWS heeft lange tijd geprobeerd te voorkomen dat het Panteia-rapport zou worden gepubliceerd. De door de ANT gestarte WOB-procedure begin dit jaar en de aankondiging van een rechtszaak hebben kunnen voorkomen dat de conclusies van Panteia genuanceerd zouden worden of dat het rapport in een bureaula zou verdwijnen. Tot zover het goede nieuws. Want met een begeleidende brief bij het rapport van Panteia, bevestigt minister Bruins dat de opleidingscapaciteit tandheelkunde en mondzorgkunde niet los kunnen worden gezien van het voornemen om taakherschikking door te voeren. Capaciteit is daarmee hét bezuinigingsinstrument voor de mondzorg geworden. Door de opleidingscapaciteit tandheelkunde sinds 2006 ‘af te knijpen’ wil VWS taakherschikking afdwingen. VWS heeft al aangekondigd om meer experts in te huren om het werk van Panteia nog eens dunnetjes over te doen en daarmee de AMvB- taakherschikking, die uiterlijk vandaag aan de Kamer moet worden aangeboden, alsnog te kunnen rechtvaardigen.

In 2006 is het aantal opleidingsplaatsen tandheelkunde verlaagd van 300 (destijds de officiele numerus fixus) naar 240 met de gedachte dat de effecten door taakherschikking zouden kunnen worden opgevangen. Sindsdien worden er dus jaarlijks 60 tandartsen te weinig opgeleid, een tekort dat ten dele is opgevuld met buitenlandse tandartsen. Zelfs als de capaciteit nu wordt verhoogd, zal dat pas over 7 jaar effect gaan hebben. Cumulatief zijn er dan al 1200 tandartsen te weinig opgeleid. Tel daarbij op de latente vraag naar tandartsen vanuit de jeugd- en de ouderenzorg en het tekort loopt snel op tot boven de 1500. Om dat in 2030 weer onder controle te krijgen moet de opleidingscapaciteit naar 500 worden opgevoerd. VWS wil de huidige 240 plaatsen handhaven en gokt dus volledig op de effecten van taakherschikking door 1500 universitaire tandartsen te laten vervangen door hbo-mondhygienisten. De experts, waaronder de universiteiten, hebben daar geen enkel vertrouwen in, al was het maar omdat VWS over geen enkel rapport of studie beschikt, die dit beleid kunnen onderbouwen. En dat is toch wel een minimumvoorwaarde voor zorgvuldig handelen van de overheid.

Kritiek
De ANT heeft vorig jaar bij de start van het capaciteitsonderzoek scherpe kritiek geuit op de aanpak en werkwijze van Panteia, een bureau dat na een zorgvuldige inkoopprocedure door VWS als meest geschikt werd aangemerkt. Onze kritiek spitste zich toe op het feit dat de effecten van taakherschikking niet werden meegenomen in een van de hoofdscenario's en dat het onderzoek veel te beperkt van opzet was om tot verantwoorde beleidsaanbevelingen te komen. Het is echter, zo is nu gebleken, VWS geweest die Panteia de aanwijzing heeft gegeven om taakherschikking volledig buiten beschouwing te laten. Daarnaast werd een beperkt budget ter beschikking gesteld, zodat uitgebreid onderzoek onmogelijk was.

Ondanks scherpe en naar nu blijkt terechte kritiek van de ANT op de aanpak van het rapport, heeft Panteia een correct scenario doorgerekend. VWS heeft Panteia onder grote druk gezet om ermee akkoord te gaan dat externe experts kritiek op het rapport zouden mogen leveren. De wijze waarop VWS die druk heeft uitgeoefend en ook de manier waarop deze experts nu worden ingezet om het rapport onderuit te halen, doet geen recht aan de uitkomsten in de wetenschap dat Panteia, conform de aanwijzing van VWS, geen rekening heeft gehouden met de effecten van taakherschikking. Panteia heeft weerstand geboden aan de druk en de conclusies hoofdzakelijk gehandhaafd. Het rapport van het Capaciteitsorgaan uit 2013 is geactualiseerd met een uitkomst, die iedereen met gezond verstand heeft kunnen voorspellen.

De ironie is dat de werkgroep Mondzorg van het Capaciteitsorgaan, die in 2013 door minister Schippers aan de kant is gezet door de subsidie stop te zetten, weer moet aantreden om de conclusies van Panteia in de juiste context te plaatsen. De kernvraag is: gaat het Capaciteitsorgaan zijn eigen conclusies van 2013 bekritiseren? De ANT hoopt in elk geval dat de Tweede Kamerleden goed wakker zijn geschud door de conclusies van Panteia en het belang van de patiënt voorop gaan stellen. Voor ANT-voorzitter Jan Willem Vaartjes is er maar één oplossing: “Dit is het derde rapport dat hamert op extra tandartsen. We zeggen: stop met treuzelen en geldverspilling en start met opleiden.”