Samenvatting mini-symposium 7 september 2016

De ANT en KNMT organiseerden op woensdag 7 september een minisymposium in de Haagse Nieuwspoort over de voorgenomen taakherschikking in de mondzorg. Daarbij werd duidelijk dat de plannen van de minister ondoordacht zijn en kwalijke consequenties kunnen hebben.

Dagvoorzitter Tom van ’t Hek gaf de zeven sprekers vier minuten de tijd om hun standpunt over taakherschikking toe te lichten voor de aanwezigen, waaronder vertegenwoordigers van de VVD, SP, NZa, IGZ, Zorgverzekeraars Nederland, Patiëntenfederatie Nederland en de Consumentenbond. Uit de verschillende betogen bleek al snel dat er nog vele haken en ogen aan de plannen van de minister kleven waardoor het geven van meer bevoegdheden aan mondhygiënisten in feite onverantwoord is. Het zittende werkveld van mondhygiënisten is bijvoorbeeld niet opgeleid voor het indiceren en duiden van röntgen en weet onvoldoende van stralingsbescherming. Ook in de huidige opleiding is dit niet voldoende ingebed.

Tandartsentekort
Bovendien bleek tijdens het symposium dat alles wat de minister zegt te willen bereiken met taakherschikking, zoals kwaliteitsverbetering, al mogelijk is in de huidige situatie; een wetswijziging is totaal overbodig. Nico Vos, voorheen lid van de werkgroep mondzorg bij het Capaciteitsorgaan, stelde dat de wetswijziging alleen voor zelfstandig werkende mondhygiënisten bedoeld is: dat is minder dan 10% van de mondzorgverleners. Voor die kleine groep wil de overheid nu klaarblijkelijk de hele mondzorg ‘op de kop gaan zetten’. 
ANT-voorzitter Vaartjes legde uit dat er een heel andere drijfveer is: een tekort aan tandartsen. Een gat dat de overheid al lang kon zien aankomen en nu wil dichten door de mondhygiënistes meer curatieve taken te geven. “De helft van de tandartsen die zich in Nederland registeren is van buitenlandse opleidingen afkomstig. In de komende tien jaar gaat 30% van de tandartsen met pensioen. We zien dus een enorm probleem op ons afkomen. Er moeten meer tandartsen opgeleid worden”, zei Vaartjes. 

Preventie versus curatie
De ANT waardeerde de inzet van NVM-voorzitter Manon van Splunter. Hoewel ze geen bijval kreeg voor haar opvattingen, wist ze zakelijk en zonder emoties voor de belangen van de mondhygiënisten op te komen. Van Splunter liet weten dat preventie de core business van de mondhygiënist blijft. “De mondhygiënist wil geen tandarts zijn”, benadrukte ze. Wel zou taakherschikking volgens haar de transitie van curatie naar preventie een boost kunnen geven. Hoe ze dat voor zich zag, werd echter niet duidelijk. Erwin Berkhout (orale radiologie, ACTA) vroeg zich openlijk af of het geen denkfout was om mondhygiënisten ook een belang te geven bij curatie in de vorm van het behandelen van primaire cariës. “Een vulling is gefaalde preventie. Hoe doelmatig is het dat de mondhygiënist eigenbelang krijgt bij het falen van preventie? Bovendien houdt VWS geen rekening met het verlies aan capaciteit in de echte preventie.” En dat onderwerp vonden alle sprekers nu juist zo belangrijk. Berkhout stelde het zonde te vinden dat de overheid een wig drijft tussen zorgverleners die in de huidige situatie goed in teamverband functioneren. “In de geboortezorg zijn er ook twee zorgverleners met overlappende werkzaamheden”, zei Vaartjes. “Men vond de kwaliteit ondermaats. Het advies aan gynaecologen en verloskundigen is nu: maak één team, één dossier en zorg voor één aanspreekpunt. Dat is exact hoe de mondzorg nu is vormgegeven. De wetswijziging trekt dit uit elkaar en werkt dus contraproductief. We krijgen dubbele behandelingen, overdiagnostiek en dubbele röntgenfoto’s. Over vijf jaar hebben we duurdere, slechtere zorg en een schreeuwend tandartsentekort.” 

Opleiding
De vraag die telkens speelt bij discussies over taakherschikking is of de mondhygiënisten wel voldoende zijn opgeleid voor de voorgestelde taken. Hoewel Van Splunter van mening was dat de opleiding alle benodigde elementen in zich heeft en ‘mondhygiënisten al jarenlang op deze manier werken’, werd duidelijk dat ze daar te veel te optimistisch over denkt. Berkhout, die ook verantwoordelijk is voor het onderwijs aan studenten Mondzorgkunde, was er stellig over: “VWS veronderstelt dat de scholing van de tegenwoordig opgeleide mondhygiënist volstaat voor haar nieuwe taken. De redenatie is: ze doen het al tien jaar of langer, dus ze mogen het nu ook op eigen gezag. Het is hetzelfde als piloten laten vliegen zonder ondersteuning van de luchtverkeersleiding en dan zeggen: “Ze kunnen toch vliegen?” Ik voorzie een grote chaos. De verantwoordelijkheid voor rechtvaardiging voor correcte röntgenopnames ligt nu nog steeds bij de tandarts, net als die voor de stralingsbescherming van de patiënt en de omgeving. Deze onderwerpen zitten momenteel niet in het curriculum van de opleidingen Mondzorgkunde, wat het ministerie ons wel wil doen geloven.” Ook Dagmar Slot, epidemioloog, mondhygiënist en universitair docent afdeling Radiologie ACTA liet – op persoonlijke titel - weten dat in het huidige onderwijs de kennis niet voldoende is voor rechtvaardiging van röntgen en stralingsbescherming. Ook zou het hele zittende werkveld volgens haar verplicht geschoold moeten worden. 

Verzekeraars en patiënten
Nico Kerkhof, adviserend tandarts bij Zorgverzekeraars Nederland was in de zaal aanwezig en maakte duidelijk dat de verzekeraars niets zien in taakherschikking. “Het wordt zeker niet goedkoper, temeer omdat de NZa uitgaat van functionele bekostiging. Door de zelfstandige bevoegdheid van de mondhygiënist zal de zorg bovendien onoverzichtelijker worden en hoogstwaarschijnlijk duurder. Want hoe meer aanbod, hoe meer kans op overbehandeling. Wie ziet hier nu op te wachten, behalve de NVM zelf?”
De patiënten in ieder geval ook niet. KNMT-voorzitter Wolter Brands refereerde nog maar eens aan de patiëntenenquête van Patiëntenfederatie Nederland. Daaruit bleek dat het overgrote deel van de patiënten naar de tandarts wil voor periodieke controles en het vullen van gaatjes en niet naar de mondhygiëniste. De Patientenfederatie Nederland en Consumentenbond lieten overigens weten nog geen officieel standpunt te hebben ingenomen over de taakherschikking . Voor Henk van Gerven, Tweede Kamerlid SP, werd tijdens het symposium wel duidelijk dat de taakherschikking ongunstig is voor de patiënt. “De drijfveer voor deze taakherschikking is geld en dat kan een bedreiging inhouden voor de kwaliteit. Zelfs de zorgverzekeraars zeggen nu dat het geen geld gaat opleveren. Er is maar een conclusie: we leiden te weinig tandartsen op. Ze komen nu van heinde en verre uit het buitenland. Dat is van de zotte. Als we meer tandartsen opleiden, is er meer te kiezen en gaat de kwaliteit van de mondzorg omhoog.”

Sprekers tijdens het minisymposium taakherschikking

Dr. E. Berkhout - Hoofd afdeling Orale Radiologie ACTA
R. Bos -  Secretaris Ivoren Kruis
Dr. W. Brands - Voorzitter KNMT
Dr. D. Slot - Epidemioloog en mondhygiënist, universitair docent afdeling Radiologie ACTA
M. van Splunter - Voorzitter NVM
J.W. Vaartjes - Voorzitter ANT
N. Vos - Tandarts, lid voormalig werkgroep mondzorg van het Capaciteitsorgaan