Tariefbeschikking tandheelkundige zorg: Alles over prestatie J33

Per 1 januari 2016 is de prestatie J33 opgenomen in de tariefbeschikking Tandheelkundige zorg. Wat houdt de prestatie in en waarom is hij ingevoerd?De NZa heeft prestatie J33 ingevoerd om de bekostiging gelijk te trekken met de kaakchirurgen en is gebaseerd op de gemiddelde prijs die door zowel de tandartsen als de kaakchirurgen in de afgelopen jaren is gedeclareerd.

Doordat J33 is gebaseerd op gemiddelde kosten en bij een volgend kostenonderzoek herijkt zal worden, heeft het de potentie in zich om een ‘race to the bottom’ te worden. De ANT steunt de activiteiten van de Belangenvereniging Implantologie Nederland (BIN) en de INDENT groep om in het particuliere segment deze beperking weg te nemen. Een gemiddelde prijs is voor de consument als referentie een goede indicatie maar het zou geen verplicht plafond mogen zijn.

Wat is de prestatie J33?
Met prestatiecode J33 kunnen de kosten van het implantaat in rekening worden gebracht. De prestatie kent geen vast tarief, maar een maximumtarief. Dit betekent dat nooit hoger, wel lager gedeclareerd kan worden. De 1-op-1-regel die voor een groot deel van de materialen en technieken in de mondzorg geldt en altijd aangeduid wordt met een sterretje (*), is hierop niet van toepassing.

Uitwerking in de praktijk
Bij het plaatsen van een implantaat: J20, J21, J22, J27 zijn de sterretjes verdwenen waardoor er geen techniekkosten meer door te berekenen zijn. Er wordt bij deze prestaties verwezen naar J33 om de kosten van het implantaat in rekening te brengen.

Wat wordt onder het plaatsen van een implantaat verstaan?

  • vrij prepareren, afschuiven mucoperiost inclusief eventuele correcties processus alveolaris
  • prepareren implantaatbed
  • plaatsen implantaat
  • controleren primaire stabiliteit
  • plaatsen (healing)abutment
  • terugleggen en aanpassen mucoperiost inclusief hechten


Dit betekent dat elk healing abutment of elk ander abutment (bijv. tijdelijke kroon) inclusief is bij deze prestaties. De prestaties J23, J24, J25 en J44 (2e fase en plaatsen abutment t.b.v. een kroon) kunnen hierdoor niet op dezelfde dag in rekening gebracht worden en daardoor is er geen mogelijkheid om op dat moment buiten J33 extra techniek- en materiaalkosten in rekening te brengen.

Na de genezing kan wel in de tweede / volgende fase een healing abutment, een tussen-abutment/multi-unit abutment, of een abutment voor een tijdelijke kroon via de prestatie J23, J24, J25 in rekening gebracht worden. Betreft het een abutment voor een definitieve kroon dan kunnen de techniekkosten daarvan ook nog via J44 of via de kroon (R24) doorberekend worden.

Wat te doen bij een tijdelijke kroon direct bij implantatie (immediate loading / immediate provisionalisation), die enkele maanden of langer in situ blijft?
Doordat de tijdelijke abutments vaak in prijs niet geschikt zijn om tegelijkertijd met het implantaat via de J33 te worden doorberekend, is het zaak dat er een aansluitende prestatie zou moeten zijn waarbij ook techniekkosten gerekend kunnen worden.

In het verleden zijn voor het plaatsen van abutments in implantaten ook wel de stiftopbouw prestaties gebruikt (R32 en R33), deze prestaties zijn echter alleen van toepassing op natuurlijke gebitselementen.
De enige juiste prestatie die aansluit op de handeling is de prestatie R80 en R85: eerste en volgende temporaire voorziening.

Het tandartshonorarium voor deze prestatie is laag (+/-€26). Doordat er echter veel tandtechnische handelingen zijn die de implantoloog moet verrichten om een tijdelijke kroon op een implantaat te vervaardigen (abutment beslijpen, en kunststof aanbrengen, esthetisch en functioneel vormgeven en polijsten) is er sprake van tandtechniek in eigen beheer. De situatie is te vergelijken met een implantoloog die alleen het abutment afdrukt en wegstuurt naar de tandtechnieker en vervolgens het eindproduct weer in het implantaat bevestigt. Voor de tussenliggende handelingen zou de tandtechnieker de implantoloog een rekening sturen en de tandarts plaatst die als techniekkosten bij de R80. In dit geval voert de implantoloog de handelingen zelf uit en kan deze in rekening brengen. Als tandarts bent u dan wel gehouden aan de lijst tandtechniek-in-eigen-beheer. Voor het vervaardigen van een tijdelijke kroon op een abutment komen de volgende prestaties in aanmerking:

6420 Confectie opbouw bewerken, €38,10
5264 Kunststof noodkroon/-brug per deel, €52,19
9901 Kostprijs materialen (kostprijs abutment) €xx,xx

Samen met de R80 betekent dit een totaal van ongeveer €116 + kostprijs abutment

Er bestaat ook een tandtechniek-in-eigen-beheer prestatie ‘implantaat toeslag’ die eventueel kan worden toegevoegd:

6490 Implantaat toeslag; eenmalig per werkstuk per implantaat, €72,18

Deze toeslag is eenmaal per implantaat per werkstuk, wat betekent dat later deze niet nog een keer door de tandtechnieker bij de definitieve kroon berekend mag worden.

Hoe tandtechniek-in-eigen-beheer te verwerken in het dossier en de factuur?
Wanneer tandtechniek in eigen beheer wordt toegepast dan zullen de prestaties als tekstregels moeten worden toegevoegd aan het patiëntendossier (dus niet op de factuur) en het totaal als techniekkosten worden opgeteld bij de juiste prestatie, in dit geval R80 of R85.