Toelichting NZa op berekening tariefstijging

De ANT heeft de NZa gevraagd om de berekening van de gemiddelde tariefstijging van 0,3% toe te lichten aangezien de inflatiecijfers hoger uitvallen.

Hieronder het antwoord van de NZa:
Het huidige tarief kent als puntwaarde: 5,265173 (voorcalculatorisch niveau 2015). De puntwaarde wordt berekend door de rekensom van de arbeidskostencomponent en praktijkkosten te delen door de rekennorm (puntenaantal). Elk onderdeel kent afzonderlijke indexatiepercentages op voor- en nacalculatorisch niveau.
 
De tarieven per 2016 hebben als puntwaarde (voorcalculatorisch niveau): 5,284927. Het verschil is – zoals hierboven genoemd 0,38%. We benoemen kort de stappen die leiden tot de berekening van de puntwaarden van 2016.

Het schonen van de voorlopige index 2015: de voorcalculatie in 2015 was 0,75%. In deze berekeningsstap wordt dit eruit gehaald. Daarmee krijgen we het definitief niveau 2014.
Aan dit resultaat voegen we de definitieve index 2015 toe (en krijgen we dus het definitief niveau 2015).
Aan dit resultaat voegen we de voorlopige index 2016 toe.
Hieraan wordt tot slot de inhaal over het jaar 2015 toegevoegd. In het geval van de tandheelkundige zorg leidt deze stap overigens tot een negatieve inhaal omdat de tarieven die in 2015 gedeclareerd zijn, achteraf (met zicht op de definitieve indexatie-percentages in 2015) te hoog bleken.

Kortom, de tariefstijging per 2016 wordt niet alleen bepaald of berekend door de (verwachte) inflatie voor 2016 maar wordt ook beïnvloed door correcties over voorgaande jaren.
 
De ANT vindt dit een lastige werkwijze en zou het logisch vinden dat het plan waarbij de NZa de indexatie baseert op CBS-cijfers doorgang vindt.