Vereenvoudiging verrekening van inhaalzorg bij continuïteitsbijdrage

Naar aanleiding van een brief van KNGF, Stichting Keurmerk Fysiotherapie, Paramedisch Platform Nederland, KNMT, ANT, NVM Mondhygiënisten, ONT en NVvP, aan Zorgverzekeraars Nederland(ZN), heeft ZN besloten tot een verduidelijking van de werkwijze voor de verrekening van inhaalzorg en de bepaling van omzetderving. Dit betekent dat de inhaalzorg en de omzetderving (op uniforme wijze) niet per maand, maar voor de periode als geheel, worden bepaald. Dit betekent dat schommelingen in de omzet van het tweede halfjaar niet meteen zorgen voor terugbetalingen. Voor alle zorgaanbieders pakt dit neutraal of positief uit. 

In dezelfde brief verduidelijkt ZN hoe verzekeraars zullen omgaan met inhaalzorg per verzekeraar. De oorspronkelijke tekst kon zo gelezen worden, dat een hogere omzet bij een individuele verzekeraar kon leiden tot terugbetalen van inhaalzorg, ook als de totale maandomzet niet hoger is als in 2019. Dat is volgens ZN niet het geval: inhaalzorg wordt in zijn geheel berekend en vervolgens verdeeld over zorgverzekeraars. De Q&A wordt op dit punt aangepast.