Wet minimumbeloning en zelfstandigenverklaring: de opvolger van de wet DBA

“Wet minimumbeloning en zelfstandigenverklaring”: de opvolger van de wet DBA in de internetconsultatie tot 9 december 2019

Afgelopen week is eindelijk de tekst van de opvolger van de wet DBA bekend geworden voor de zogenaamde “internetconsultatie”. Het is de bedoeling dat deze wetgeving 1 januari 2021 in zal gaan.

Internetconsultatie betekent dat partijen die belangen hebben bij de nieuwe wetgeving hun mening kunnen geven over de voorstellen. Dit kan tot uiterlijk 9 december 2019. In de tandartspraktijken wordt veel gebruik gemaakt van zzp-ers, zodat deze regelgeving en de gevolgen daarvan voor uw praktijk belangrijk is.

In de rondes na de internetconsultatie kan er natuurlijk nog veel gebeuren, maar laten we de voorstellen kort op een rijtje zetten voor u.

De wet DBA

De belastingdienst beoordeelt of een overeenkomst tussen een zzp-er en een opdrachtgever een echte overeenkomst van opdracht is of niet. Als de belastingdienst van oordeel is dat er sprake is van een schijnzelfstandige en de aard van de overeenkomst meer het karakter heeft van een arbeidsovereenkomst, heeft dat gevolgen. In ieder geval geldt dan dat de opdrachtgever loonbelasting en premies had moeten inhouden. Dat kan dus leiden tot een naheffing waarbij met terugwerkende kracht alsnog moet worden afgedragen.

De wet DBA probeert zekerheid te creëren door het gebruik van modelovereenkomsten en het publiceren op de website van de door de belastingdienst goedgekeurde modellen die in praktijk worden toegepast. Op de website van de belastingdienst staan ook een aantal concrete modelovereenkomsten in de branche van tandartsen. Het lastige is dat de praktijk precies moet overeenkomen met de inhoud van een modelovereenkomst. Als de belastingdienst constateert dat de werkelijkheid toch anders is, geeft de modelovereenkomst dus nog steeds geen zekerheid.

Er is daarom nog steeds veel kritiek op de regelgeving op dit punt en de roep om duidelijkheid is steeds groter geworden. Het is de bedoeling om feitelijk de wet DBA te wijzigen per 1 januari 2021 op een manier die meer zekerheid biedt. Tot die tijd is aangegeven dat de wet DBA niet actief wordt gehandhaafd, tenzij er sprake is van “kwaadwillenden”, dus als partijen willens en wetens een overeenkomst van opdracht aangaan terwijl het helder is dat daar geen sprake van is.

Het wetsvoorstel  “minimumbeloning en zelfstandigenverklaring” heeft de volgende wijzigingen:

  • Het kabinet wilde onder een bepaald tarief een verplichtstelling invoeren voor partijen om een arbeidsovereenkomst te sluiten. Dit is echter in strijd met Europese regelgeving. Het nieuwe plan is daarom om een minimumuurtarief van 16,-- in te voeren. Dit is exclusief de direct te maken kosten. De opdrachtgever wordt verantwoordelijk voor het handhaven van dit uurtarief. Het verplichte minimumtarief gaat gelden ongeacht voor welke soort werkzaamheden (wel of niet regulier) en ongeacht de duur van de overeenkomst.
  • De ACM heeft al te kennen gegeven om tot 1 januari 2021 niet op te treden tegen zzp-ers die gezamenlijk prijsafspraken maken om zodoende een redelijk tarief uit te kunnen onderhandelen met opdrachtgevers.
  • Bij een uurtarief hoger dan 75,-- bestaat er een opt-out mogelijkheid door het ondertekenen door beide partijen van een zogenaamde “zelfstandigenverklaring”. Er zal een model komen voor deze verklaring waarin in ieder geval komt te staan dat het niet de bedoeling van partijen is om een arbeidsovereenkomst aan te gaan. Er moet verder sprake zijn van een KvK inschrijving en er zijn een aantal administratieve eisen. De zelfstandigenverklaring kan worden getekend voor zowel reguliere als niet reguliere werkzaamheden. De duur is wel beperkt tot één jaar en mag niet worden verlengd. Er kan dus maar voor een beperkte duur zekerheid worden verkregen met een zelfstandigenverklaring.
  • Voor alle andere gevallen geldt feitelijk nog steeds het “oude” systeem van de wet DBA dus het gebruik maken van modelovereenkomsten. Wel wordt er een webmodule ingevoerd, waarmee meer zekerheid zou moeten komen over de vraag of er sprake is van voldoende zelfstandigheid in het kader van een overeenkomst van opdracht. Via de webmodule kan er een zogenaamde “opdrachtgeversverklaring” worden aangevraagd die duidelijkheid moet geven over de zelfstandigheid van de opdrachtnemer. Het verkrijgen van een opdrachtgeversverklaring wordt niet verplicht. Als partijen dus bijvoorbeeld met een modelovereenkomst werken en zeker menen te weten dat er sprake is van voldoende zelfstandigheid, kan het verkrijgen van een opdrachtgeversverklaring achterwege blijven.
  • Er wordt inmiddels al druk getest met de webmodule en het is de bedoeling om deze in de komende maanden online te gaan zetten. De toetsing die via die webmodule zal plaatsvinden zal niet veel anders zijn dan het tot nu toe ook is gegaan. Met name de vraag of er sprake is van persoonlijke arbeid (wel/niet vervangmogelijkheid) en/of een bepaalde gezagsverhouding, zal centraal blijven staan in die toets. Ook de duur van de overeenkomst en de vraag of er sprake is van reguliere of niet reguliere werkzaamheden speelt een rol. Veel zal dus afhangen van de vragen die gesteld worden in de webmodule en de weging van de verschillende beoordelingscriteria.


Dan natuurlijk de hamvraag: zullen de wijzigingen meer duidelijkheid geven en zal die duidelijkheid positief zijn voor de zzp-er in onze branche? Veel zal afhangen van het vragenlijstje dat gebruikt zal worden in de webmodule. Het kabinet had in eerste instantie nog de eis dat bij tarieven onder 75 euro per uur er geen werkzaamheden mogen worden uitgevoerd die anderen in de praktijk (werknemers) ook uitvoeren. Die eis is weliswaar niet te lezen in het nieuwe wetsvoorstel maar kan natuurlijk wel weer een rol gaan spelen in de webmodule. De vraag is in welke mate het wel of niet uitvoeren van reguliere werkzaamheden wordt gewogen in de beoordeling die in de webmodule plaatsvindt. Zodra de webmodule online zal komen, zal daarover meer duidelijkheid komen.

De ANT is van mening dat ondernemerschap en zelfstandigheid van groot belang zijn voor een efficiënte en flexibele mondzorg in Nederland. De toekomstig plannen lijken hiervoor nadelig te gaan worden. Daarnaast zullen de administratieve lasten weer verder stijgen door de nieuwe wetgeving. De ANT werkt hard aan alternatieve modellen om de zelfstandigheid van de tandarts te kunnen waarborgen.