Wetswijziging niet-gecontracteerde zorg: Wat zijn de mogelijke gevolgen voor de tandarts

Advocatenkantoor Eldermans|Geerts organiseert op 22 november a.s. een seminar over de verschillen tussen gecontracteerde en niet-gecontracteerde zorg. De zorgaanbieders zonder overeenkomst met de zorgverzekeraar, staan de laatste tijd namelijk weer volop in het nieuws. Aanleiding daarvoor is de recente aankondiging door de minister van een wetswijziging, waarmee de overheid de mogelijkheid krijgt om voor bepaalde zorgsectoren zelf te bepalen welke vergoeding patiënten krijgen voor de nota van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder. Wat zijn de mogelijke gevolgen voor tandartsen?

In de mondzorg hebben veruit de meeste zorgaanbieders geen overeenkomst met de zorgverzekeraar. In de implantologie, prothetiek en jeugdtandheelkunde wordt door sommige tandartsen wel gecontracteerd en valt de zorg (deels) onder de basisverzekering. Verzekeraars hanteren in de basisverzekerde mondzorg meer en meer een zogenoemde ‘restitutiekorting’, waarbij patiënten slechts een gedeelte van de nota vergoed krijgen als zij naar een ongecontracteerde tandarts gaan. Die vergoeding ligt nu, vanwege jurisprudentie daarover, nog op ca. 75% van het tarief dat gecontracteerde zorgaanbieders van de verzekeraar ontvangen. Het overige deel komt voor rekening van de patiënt.

De minister heeft echter aangekondigd te komen met een wetswijziging, waarmee de overheid de mogelijkheid krijgt om voor bepaalde zorgsectoren zelf te bepalen welke vergoeding patiënten krijgen voor de nota van een niet-gecontracteerde zorgaanbieder. Doel daarvan is het aandeel ongecontracteerde zorg terugdringen. In theorie zou de minister dus kunnen bepalen dat patiënten die naar een ongecontracteerde tandarts gaan bijvoorbeeld 60%, 40% of zelfs minder vergoed kunnen krijgen.

De betekenis van het aankomende wetsvoorstel voor de mondzorg is nog niet duidelijk. Het risico voor ongecontracteerde tandartsen bestaat dat hun patiënten minder snel zullen kiezen voor een ongecontracteerde tandarts, als zij een (te) groot deel van de nota zelf moeten betalen. Voor gecontracteerde zorgaanbieders betekent het wetsvoorstel mogelijk dat zij uiteindelijk genoegen moeten nemen met minder goede contractvoorwaarden; want het niet tekenen van de overeenkomst is bij een lagere vergoeding voor de patiënt minder aantrekkelijk en dat betekent een minder goede onderhandelingspositie tegenover de verzekeraar.

Hoe het wetsvoorstel eruit komt te zien, of het daadwerkelijk door de politiek wordt aangenomen en wat de betekenis voor de mondzorg wordt, moeten wij maar afwachten. Het verdient wel aanbeveling scherp te blijven op dergelijke ontwikkelingen. Dat zal de ANT in ieder geval doen.

22 november 2019: Kosteloos seminar over verschillen tussen gecontracteerde en niet-gecontracteerde zorg

Tijdens dit zorgseminar gaan de advocaten van Eldermans|Geerts in op vragen als:

  • wat zijn de mogelijkheden voor de minister om niet gecontracteerde zorg tegen te gaan?;
  • wat zijn de voor- en nadelen en aan welke verplichtingen moet u voldoen als niet gecontracteerde zorgaanbieder;
  • wat is de stand van zaken op het gebied van het cessieverbod en het machtigingsvereiste en wat kunt u daaraan doen?
  • welke praktische informatie is nodig om een keuze te maken om wel of geen contractuele relatie aan te gaan?
  • wanneer mag een verzekeraar een restitutiekorting toepassen en wanneer niet?

Meer informatie en aanmelden