Wijzigingen wet BIG in 2019

In december 2016 heeft toenmalig minister Schippers een wetsvoorstel tot wijziging van de wet BIG ingediend. In juli 2018 is deze door de Eerste Kamer gekomen, en de wet zal naar verwachting in het voorjaar van 2019 in werking treden. Alle reden om de belangrijkste wijzigingen voor u als mondzorgaanbieder nog even op een rij te zetten.

BIG-registratie vermelden!
Met de wetswijziging wordt het vermelden van het BIG-nummer verplicht voor zover de zorgaanbieder zich in het kader van de beroepsbeoefening presenteert. Bijvoorbeeld via de website van de praktijk, maar ook in de correspondentie met patiënten. De Inspectie voor de Gezondheidszorg & Jeugd (IGJ) zal hier, zodra de wet in werking is getreden, actief op toezien. De exacte voorwaarden voor het melden van de registratie zullen worden uitgewerkt in een ministeriële regeling. De minister heeft wel al gesteld dat moet worden voorkomen dat de verplichting een te grote administratieve lastenverzwaring met zich brengt. Ondanks dat deze regeling er op het moment van schrijven (januari 2019) nog niet is, kunnen mondzorgprofessoinals alvast bekijken op welke manier de vermelding van de BIG-registraties kan worden geoptimaliseerd. U kunt deze bijvoorbeeld standaard in de elektronische handtekening van uw e-mails plaatsen.

Openbaarmaking maatregelen
Met ingang van de nieuwe wet BIG zullen berispingen niet meer automatisch openbaar worden gemaakt, maar alleen wanneer de tuchtrechter dit in het belang van de individuele gezondheidszorg acht. In het huidige systeem wordt elke berispring in beginsel openbaar gemaakt, waarbij niet werd geoordeeld of de openbaarmaking ook een doel dient. Dit zou zorgen voor onnodige naming & shaming.

Uitbreiding tweede tuchtnorm
Met dit wetsvoorstel wordt de zogenoemde ‘tweede tuchtnorm’ uitgebreid. Met deze wijziging wordt uitdrukkelijk geregeld dat ook gedragingen die niet zijn begaan in de hoedanigheid van BIG-geregistreerde tandarts, tuchtrechtelijk getoetst kunnen worden. Zo kan ongewenst privé-gedrag ook tuchtrechtelijk worden getoetst wanneer het van ‘dien aard en ernst is’. Volgens de wetgever moet er bijvoorbeeld worden gedacht worden aan levens-, gewelds- en zedendelicten, zoals seksueel misbruik of ernstige mishandeling. In de jurisprudentie wordt de tweede tuchtnorm op dit moment al vrij ruim uitgelegd, de wetgeving sluit hier nu ook bij aan.

Verbreding maatregelen
Dit wetsvoorstel maakt het voor het tuchtcollege mogelijk een nieuwe maatregel op te leggen; het zogeheten algeheel beroepsverbod. Met dit beroepsverbod is het de zorgaanbieder niet alleen verboden voorbehouden handelingen te verrichten, maar behandeling van patiënten of patiëntgroepen in bredere zin kan worden verboden. De IGJ krijgt met dit wetsvoorstel daarnaast de mogelijkheid een zorgaanbieder direct op non-actief te stellen, zonder een tussenkomst van de tuchtrechter. Dit wordt de “Last tot Onmiddellijke Beëindiging beroepsactiviteiten” genoemd. Kritisch zal moeten worden bekeken of IGJ niet te lichtzinnig zonder rechterlijke toetsing overgaat tot het op non-actief stellen van tandartsen en andere zorgaanbieders. Dat zou een onwenselijke situatie opleveren. Bovenstaande maatregelen zijn dan ook alleen bedoeld voor uitzonderlijke situaties, waarin er sprake is van ernstig normschendend gedrag van de zorgaanbieder.

Procedurele veranderingen
De wetgever probeert door middel van een aantal maatregelen de capaciteit van het tuchtcollege efficiënter te benutten en alleen de juiste klachten door het college te laten behandelen. Zo kan de klager gebruik maken van een tuchtklachtfunctionaris, die helpt met het formuleren en indienen van een klacht bij het tuchtcollege, maar bijvoorbeeld ook kan adviseren eerst de reguliere klachtenprocedure te doorlopen. Kennelijk niet-ontvankelijke of kennelijk ongegronde klachten kunnen in de nieuwe wet BIG door een zogenaamde voorzittersbeslissing worden afgedaan, in plaats van dat ze door een voltallig college worden behandeld. Ook wordt in het voorstel voortaan griffierecht gevraagd van de klager; een betaling van 50 euro. Volgens de wetgever een belangrijke bijdrage om de klager te laten nadenken of de zaak zich in redelijkheid wel leent voor een tuchtrechtelijk proces.

Met bovenstaande ‘filters’ wil de wetgever ervoor zorgen dat de capaciteit van het tuchtcollege zo efficiënt en effectief mogelijk wordt ingezet, en dat het tuchtrecht echt wordt gebruikt voor de ‘zwaardere’ zaken.

Grote veranderingen?
De meeste wijzigingen in de wet zijn alleen voor de mondzorgaanbieder van belang op het moment dat deze in aanraking komt met het tuchtrecht. Het vermelden van de BIG-registratie is echter een wijziging waar elke mondzorgaanbieder mee te maken krijgt. Het is afwachten op welke manier de ministeriele regeling het vermelden van het BIG nummer zal verplichten.

Bovenstaande is een weergave van de belangrijkste wijzigingen, maar niet uitputtend. Voor alle relevante stukken kunt u hier kijken.

Door: Daniël Post & Céline Peersman – www.eldermans-geerts.nl
Advocaten | Zorgmakelaars | Juristen| Adviseurs in de zorg