Woord van het bestuur

Geachte collegae,

Het is voor iedereen een zware en verwarrende tijd. Het beroep van tandarts heeft nog nooit zo een onzekere tijd gekend en het voortbestaan van praktijken waar jullie tientallen jaren aan hebben gewerkt staat op de tocht. Onvermijdelijk merken we ook dat er zeer veel verschillende meningen zijn en dat de situatie van dag tot dag veranderen kan. Middels deze brief willen we jullie een eerlijk verhaal vertellen. Een verhaal dat mogelijk ook weer veranderd moet worden, maar dat wij als bestuur van de ANT op dit moment en met de beperkte kennis over de toekomst als het meest waarschijnlijke scenario zien.

Allereerst is het belangrijk om te weten dat de voornaamste reden om de tandartszorg tot 6 april te beperken, het afvlakken van de curve van het aantal coronabesmettingen in Nederland is. Dit is uitdrukkelijk niet gedaan omdat de ANT van mening is dat het te gevaarlijk is voor mondzorgverleners om te werken. Of vanwege het feit dat patiënten bij ons een significant hoger risico lopen in vergelijking met andere plekken in de maatschappij waar zij samenkomen. 

Het is juist onze maatschappelijke verantwoordelijkheid geweest om ouderen en kwetsbare groepen zo goed als mogelijk te beschermen en de druk op onze ziekenhuizen te helpen beperken. Daarom is het terugschalen van de reguliere mondzorg tijdelijk noodzakelijk. Toch lijkt de gedachte te heersen dat de terugschaling van mondzorg plaatsvindt, omdat we alleen nog maar met extreme protocollen kunnen werken. Tandartsen mailen en appen elkaar dagelijks veel van dit soort zaken en het leidt zelfs tot publieke uitingen op social media. Het lijkt soms ook te leiden tot het doorsturen van spoedpatiënten naar kaakchirurgie in plaats van hen zelf te behandelen. Dit alles is begrijpelijk, maar tegelijkertijd ook zeer onwenselijk. We hebben onze zorgplicht en we lijken tandartspraktijken publiekelijk te bestempelen als een gevaarlijke plek, terwijl dat met onze geëigende werkwijze en protocollen niet zo is. Het is essentieel dat ook na 6 april mensen begrijpen dat ze met een gerust hart een tandartspraktijk kunnen bezoeken.

Tandartspraktijken hebben in vergelijking met vele andere zorgaanbieders een goede basis met de geldende infectiepreventierichtlijn. Daarnaast beschikken we momenteel over meer beschermingsmiddelen dan andere zorgverleners zoals verpleegkundigen en huisartsen, zorgverleners die soms zonder mondmasker (mogelijke ) COVID-19 patiënten moeten verzorgen of consulteren. Druppelbesmetting (droplets) van een hoestende patiënt is minstens zo zorgwekkend als onze aerosolen. Toch doen deze zorgverleners nauwelijks beklag op social media over het gebrek aan beschermingsmiddelen en gaan zij door met het behandelen van patiënten, ondanks dat (druppel- en contact)besmetting reëel is. Het is een lastige en angstaanjagende tijd voor iedereen, maar we hebben gekozen om zorgverlener te zijn, ook als dat risico’s inhoudt. Niet voor niets klappen mensen voor de zorg. De harde boodschap is dan ook dat het zeer waarschijnlijk is dat wij bij de groep horen die uiteindelijk het coronavirus zal krijgen. 

De oplossing ligt niet in het blijvend platleggen van de mondzorg totdat er een vaccin is uitgebracht, of in extreem strenge infectiepreventie-richtlijnen die onwerkbaar zijn op de lange termijn. De oplossing ligt in een gecontroleerde opschaling, zo mogelijk al vanaf 6 april, van de mondzorg in relatie tot de verspreidingsgraad van het virus, waarbij ouderen en kwetsbare groepen worden ontzien.
Daarnaast alle steun voor het ontwikkelen van betere medicatie met tevens een vaccin voor het bereiken van groepsimmuniteit.

Het spijt ons dat er geen beter bericht van te maken is. Blijf (spoed)patiënten behandelen en deel je beschermingsmiddelen met andere zorgverleners. Zorg er voor dat de tandartspraktijk een veilige en betrouwbare plek blijft om naar toe te gaan, zowel tijdens als na deze crisis.

Heel veel sterkte en gezondheid de komende periode. Pas op je zelf en iedereen om je heen.

Jan Willem Vaartjes
Ravin Raktoe
Richard Suy
Wilfred Kniese