Zorg groeit volgend jaar harder dan economie

De gezondheidszorg groeit volgend jaar naar verwachting harder dan de economie. Dat blijkt uit berekeningen van het Economisch Bureau van de ING. Dat vraagt volgens econoom Edse Dantuma om aanpassingen bij de overheid en bij zorgaanbieders (Bron: Zorgvisie).

De gezondheidszorg groeit volgens de berekeningen van de ING volgend jaar met 2,5 procent, terwijl de economie 1,6 procent groeit. ‘Voor de gezondheidszorg is dit de groei die we voor de crisis ook zagen, 2011 was het laatste echte groeijaar’, zegt Dantuma, senior econoom bij de ING.

Redenen voor groei zorg 
De redenen voor de sterke groei zijn divers, blijkt uit het rapport van de ING. ‘Een klein deel wordt veroorzaakt doordat de economie ook groeit. Daardoor zijn er ruimere budgetten; mensen hebben meer geld om uit te geven aan de zorg’, legt Dantuma uit.

Groei in de zorg afremmen
Dantuma verwacht dat de economie de groei in de zorg niet bij kan benen. In de zorg zorgt de vergrijzing voor enorme groei, terwijl die op de economie als geheel juist een remmend effect heeft. De ING verwacht dat de druk van de zorgkosten op de overheidsbegroting door de stijging steeds groter zal worden. ‘Er komt dan vanzelf weer een roep om uitgavenbeheersing, de groei zal moeten worden afgeremd. Maar de vraag is wat een nieuw kabinet er na de verkiezingen van maart mee gaat doen. Bovendien is het nog onduidelijk wat er gebeurt als de hoofdlijnenakkoorden in 2017 aflopen.’

Uitdaging voor zorgaanbieders in 2017 
Er ligt volgens Dantuma niet alleen een taak voor de overheid om de groei te beperken, maar ook voor zorgaanbieders. ‘Aanbieders moeten rekening houden met de stijgende lijn en na gaan denken over hoe ze zich positioneren. Er zijn grotere samenwerkingsverbanden nodig, ze moeten het niet alleen doen. We zien dat het overgrote deel van de zorgaanbieders nog niet in samenwerkingsverbanden werkt’, zegt de econoom. Hij benadrukt het belang van een duidelijke positie in de regio en van meerjarencontracten met verzekeraars. ‘Zorgaanbieders moeten vooruitkijken. Het gaat niet alleen om wat ze volgend jaar doen, maar ook op de lange termijn.’

Tandartsen
Ook bij tandartsen staan de tarieven door overheidsingrijpen structureel onder druk. Sinds 2013 is de vrije prijsvorming teruggedraaid en zijn nieuwe, lagere maximumtarieven ingevoerd. Het percentage consumenten met een aanvullende tandartsverzekering neemt bovendien af. Onder tandartsen neemt de ketenvorming toe. Enerzijds omdat dit professioneler werken, goedkoper inkopen en een groter behandelaanbod mogelijk maakt, anderzijds vanwege opvolgingsproblematiek. Er zijn weinig nieuwe tandartsen opgeleid en de nieuwe generatie werkt liever binnen een samenwerkingsverband dan solo.

Efficiënte mondzorg volgens de ANT
Er zijn verschillende onderzoeken die aantonen dat de vraag naar mondzorg de komende jaren niet zal afnemen, maar eerder toenemen. Denk bijvoorbeeld aan zorg voor kwetsbare groepen (ouderen, jeugd, maar ook immigranten waar vanuit de cultuur en maatschappij mondzorg niet altijd hoog op de prioriteitenlijst staat). De ANT pleit voor efficiënte zorg waar een goede taakverdeling onder één dak geleverd kan worden en waarbinnen de mondhygiënist een belangrijke rol speelt in de preventie. Hierin is de ANT het eens met het rapport van Dantuma. Efficiëntie en samenwerking zijn hard nodig. Daarbij is de focus op preventie uiterst belangrijk, want uitsluitend door op tijd (dus op jonge leeftijd) met preventie te beginnen, kan curatieve mondzorg op latere leeftijd voorkomen worden. In Nederland worden er zowel te weinig mondhygiënisten als te weinig tandartsen opgeleid. De laatste jaren is het aantal nieuwe BIG-geregistreerde tandartsen voor 50% opgeleid aan buitenlandse instellingen. Dit versluiert het gegeven dat er in Nederland dus feitelijk te weinig tandartsen worden opgeleid. Desondanks zet met name het ministerie van VWS (daarbij overigens gesteund door de NVM) nadrukkelijk in op het herschikken van (onder andere) curatieve taken van de tandarts richting mondhygiënisten onder de noemer ‘taakherschikking’. Volgens de ANT is dit een onwenselijke ontwikkeling die bovendien geen oplossing gaat bieden voor de problemen van de toekomst, die nu al voorzienbaar zijn.