Zorginstituut kiest voor richtlijnen

Met het plaatsen van een viertal richtlijnen op de meerjarenagenda en een oproep aan alle relevante partijen in de mondzorg om de ontwikkeling ervan voortvarend ter hand te nemen, ligt er een interessante uitdaging voor de partijen in de mondzorg en de tandartsen in het bijzonder. Met de oproep is er tevens duidelijkheid over de rol en bevoegdheden van Zorginstituut Nederland (ZiN). In een recente brief hierover stelt ZiN zich neutraal en politiek correct op.Win-win voor de mondzorg
Met het plaatsen van de richtlijnen op de Meerjarenagenda is het aftellen nu begonnen. De sector zal op tijd moeten gaan leveren. Daarvoor moeten de handen ineen. "Stichting KiMo staat operationeel in de startblokken maar beschikt nog niet over de nodige financiële middelen”, zegt ANT-voorzitter Jan Willem Vaartjes. “NVPM heeft wel de toezegging voor financiering maar enige achterstand bij het opzetten van de organisatie. Door het samengaan van Stichting KiMo en NVPM tot vereniging KiMo wordt een win-win situatie voor alle partijen en dus voor de gehele mondzorg bereikt.” 
 
Meerjarenagenda
Zorginstituut Nederland hanteert een Meerjarenagenda waarbij de richtlijnen die op deze meerjarenagenda zijn geplaatst binnen een afgesproken termijn door de sector moeten worden aangeleverd. Het staat iedereen vrij op eigen initiatief richtlijnen aan te dragen. Vooralsnog zijn vier richtlijnen op de officiële agenda geplaatst: 1) "mondzorg voor jeugdigen", 2) "klachtenvrije geïmpacteerde 3de molaar in de onderkaak", 3) update van "antistolling in de mondzorg" en 4) "peri-implantitis". Vaartjes: "Hiermee is de aftrap gegeven voor een nieuwe, uitdagende fase in de ontwikkeling van de mondzorg. We hadden natuurlijk graag gezien dat de beroepsgroep meer inspraak zou hebben gehad bij de keuze van de eerste vier richtlijnen. Voor de algemeen practicus waren er misschien interessantere keuzes mogelijk geweest. Het onderstreept nogmaals hoe belangrijk het is dat het richtlijneninstituut de vorm van een democratische vereniging heeft zodat de tandartsen hun toekomst in eigen hand kunnen nemen".
 
Toetsingskader
Om de kwaliteit van de richtlijnen in het Register te borgen, hanteert ZiN een wettelijk toetsingskader. Het belangrijkste criterium daarbij is dat alle relevante partijen op de een of andere manier betrokken zijn bij de ontwikkeling en aanbieding aan het Register. Naast de zorgverleners moet dan vooral gedacht worden aan vertegenwoordigende instanties van patiënten en van zorgverzekeraars. Daarnaast is uit het politieke debat gebleken dat veel waarde wordt gehecht aan draagkracht voor de richtlijn. Om die reden hebben KNMT en ANT gekozen voor de verenigingsvorm KiMo. Als tandartsen zelf in alle stadia van keuze, ontwikkeling en aanbieding democratisch betrokken zijn bij de richtlijn is dat de beste garantie voor draagkracht tijdens de implementatie.
 
Doorzettingsmacht
Artikel 66c van de Zorgverzekerinsgwet geeft het Zorginstituut de wettelijke mogelijkheid in te grijpen als de veldpartijen niet in staat zijn gebleken een richtlijn te ontwikkelen, dan wel op tijd aan te leveren. In de praktijk wordt hieraan gerefereerd als de doorzettingsmacht van ZiN. Deze doorzettingsmacht betreft heel nadrukkelijk de individuele richtlijnen en niet de partijen die de richtlijnen mogen aanleveren. De misvatting hierover heeft tot nogal wat verwarring en onnodige discussie geleid. De doorzettingsmacht moet vooral gezien worden als een stok achter de deur vanuit de overheid en daarmee ook een middel waar ZiN pas in uiterste instantie naar zal grijpen. Immers, ZiN zou daarmee de verantwoordelijkheid voor de richtlijn van de sector overnemen en dat gaat ten kosten van het draagvlak.