Tarieven 2020 met inhoudelijke reactie ANT

Op donderdag 20 juni zijn de tarieven voor tandheelkundige en orthodontische zorg gepubliceerd op de website van de NZa. Voor volgend jaar is de tariefbeschikking tandheelkundige zorg fors doorontwikkeld en opgeschoond. De ANT heeft zich volop voor ingezet, een up-to-date en relevante prestatielijst is immers een voorwaarde om goede mondzorg te kunnen leveren en de grond onder het bestaansrecht van de huidige regelgeving. De tandarts- en orthodontietarieven stijgen met ongeveer 1,7% in 2020.

Download hier de tarieven tandheelkundige zorg voor 2020.

Zie voor de overige wijzigingen de volgende links:

-          Beleidsregel tandheelkundige zorg;
-          Beleidsregel tandtechniek in eigen beheer;
-          Prestatie- en tariefbeschikking tandheelkundige zorg;
-          Prestatie- en tariefbeschikking tandtechniek in eigen beheer;
-          Regeling mondzorg; en
-          Brief toelichting wijzigingen regelgeving tandheelkundige zorg 2020.

Orthodontie:

-          Beleidsregel orthodontische zorg;
-          Beleidsregel tandtechniek in eigen beheer;
-          Prestatie- en tariefbeschikking orthodontische zorg;
-          Prestatie- en tariefbeschikking tandtechniek in eigen beheer;
-          Regeling mondzorg;
-          Brief toelichting wijzigingen regelgeving orthodontische zorg 2020.

Inhoudelijke reactie ANT op de wijzigingen

Herziening G-hoofdstuk

Een belangrijke prestatie is de modernisering van het deel van het G hoofdstuk dat de gnathologische diagnostiek en therapie beschrijft.  Vanuit de wetenschappelijke vereniging, NVGPT (Nederlandse Vereniging voor Gnathologie en Prothetische Tandheelkunde), kwam al lange tijd het signaal dat de naamgeving, opbouw en de inhoud van het hoofdstuk niet meer aansluiten bij de moderne inzichten over de diagnostiek en behandeling van Orofaciale Pijn en Disfunctie (OPD). Lees hier onze brief aan de NZa.

De afgelopen anderhalf jaar hebben we de NVGPT begeleid in het vormgeven van het hoofdstuk op een zodanige wijze dat het zou voldoen aan de eisen die de andere stakeholders (o.a zorgverzekeraars) stellen aan dergelijke stelselwijzigingen. Gezien het aantal veranderingen zal in de loop van 2020 al een evaluatie plaatsvinden.

Doorontwikkeling en opschonen van de prestaties

Bij de ontwikkeling van de website mondzorgkosten.nl zijn we grondig door de tariefbeschikking heen gegaan en hebben we de NZa suggesties gedaan voor het stroomlijnen en verwijderen van niet gebruikte prestaties. Een belangrijk deel daarvan is in behandeling genomen en heeft in goed overleg geleid tot een meer up-to-date beschikking.

Daarnaast was er sprake van een bezwaar van een tandarts-implantoloog rondom het niet kostendekkend kunnen uitvoeren van een immediaat implantaatbehandeling met directe tijdelijke kroon in de esthetische zone. Hij heeft dit overtuigend kunnen aantonen waardoor de prestatie nog voor 2020 is ingevoerd. Dit is de prestatie J87 geworden waarbij het tarief overeenkomt met dat van een kroon.

In eerste instantie leek dit ten koste te gaan van J19 maar door verzet van de KNMT, de implantoloog zelf en de ANT is deze prestatie behouden gebleven. Helaas is door deze discussie wel de discussie geopend dat de prestatie R24 de lading niet dekt in het geval van een implantaatkroon. Hiervoor is een aparte prestatie R34 in het leven geroepen met een tarief dat ongeveer 25 lager ligt. Voor de ANT was het belangrijk dat een implantaat gedragen kroon (R36+J44) niet lager gehonoreerd zou worden dan een R24. Immers een kroon op een implantaat kan door alle implantaatsystemen die in omloop zijn en de soms zeer complexe technieken en moeilijk verkrijgbare onderdelen, de tandarts veel tijd vergen.  

Op dit moment lopen nog de volgende juridische bezwaren van de ANT.

Deregulering van cosmetische tandheelkunde:

Het is vreemd dat de overheid gemiddelde maximumtarieven voorschrijft voor cosmetische tandheelkunde. Het gevolg hiervan is dat tandartsen in Nederland niet alle mogelijkheden tot hun beschikking hebben en patiënten niet dezelfde zorg kunnen verkrijgen zoals in andere Europese landen. Na een jarenlange voorbereiding focussen wij op dit moment focussen we op relatief kleine start met facings en bleken.

Tariefbeschikking ’Tandtechniek in eigen beheer’

Terwijl op Europese schaal grote groepen van tandartspraktijken in hetzelfde conglomeraat geplaatst worden als tandtechnische laboratoria, zijn kleine Nederlandse zorgaanbieders de afgelopen jaren hard aangepakt op het niet gebruiken van de maximumtarieven tandtechniek in eigen beheer (’sjoemelkronen’).  Het was en is zeer onduidelijk wanneer een extern laboratorium waar een tandarts aandeelhouder in is aangemerkt wordt als tandtechniek in eigen beheer.  De ANT heeft de NZa gevraagd om een richtlijn en enkele redelijke voorstellen gedaan hierom. In de beschikking van 2020 maakt de NZa het naar onze mening zelfs nog onduidelijker doordat bijna elke situatie van participatie op een ongedefinieerde wijze als tandtechniek in eigen beheer kan worden aangemerkt. Dit behelst dan niet alleen de maximale tarieven voor tandtechniek maar in de regelgeving wordt ook voorgeschreven hoe de tandtechnische werkstukken gedocumenteerd en gedeclareerd moeten worden.

C28 Behandelplan

Het afgelopen jaar is deze prestatie meerdere malen besproken in het expert team en het technisch overleg. Bij de NZa en de zorgverzekeraars kwamen meldingen binnen dat deze prestatie ook gebruikt werd bij de het indiceren van één kroon of een vulling. Omdat de prestatie C28 hier in beginsel niet voor bedoeld is, hadden wij al een verduidelijking op mondzorgkosten.nl geplaatst. In goed overleg met de andere partijen is de prestatie nu opnieuw beschreven in de beschikking. Het eindresultaat vinden wij recht doen aan het honorarium en de reikwijdte van deze prestatie.

Meerdere vullingen in één element in één zitting.

Een ander terugkerende discussie is het aantal vullingen in één element in één zitting. Op dit moment geldt de interpretatie dat vullingen die in afzonderlijke handelingen gelegd worden en elkaar niet raken als afzonderlijke vullingen gedeclaeerd kunnen worden. Een goed voorbeeld is een MOD waarna nog de tandhals opgevuld wordt. Echter ook in de cosmetische tandheelkunde met alle verschillende layering methodes is het onmogelijk om te kunnen werken zonder meerdere vullingen in één element te plaatsen. De wens van de zorgverzekeraars is te komen tot een systeem waarbij een vlak slechts eenmaal per zitting in rekening gebracht kan worden. Hiervoor hebben zij een voorstel voor 2021 ingediend, waarbij in 2020 de vlakken ook in de declaratie aangegeven moeten worden om de gevolgen beter in kaart te brengen, (zie ook verderop bij regeling mondzorg). Wat de ANT betreft is een dergelijk voorstel zonder de deregulering van cosmetische tandheelkunde onbespreekbaar aangzien een belangrijk deel van de zorg dan niet meer geleverd kan worden.

M80/M81 behandeling van witte vlekken (Icon)

Door de KNMT is ingebracht dat er een prestatie miste voor de relatief kostbare behandeling van witte vlekken middels een product als Icon. Wij hebben dat gesteund, helaas doet het eind resultaat waarbij het honorarium gelijkgesteld is aan sealen niet recht aan de inhoud van de behandeling. De complexiteit zou meer overeen moeten komen met dat van een vulling. Het is wel goed te noemen dat de tmateriaalkosten middels het ‘sterretje’ 1 op 1  doorberekend kunnen worden.

E63 toeslag voor afsluiting MTA

De zorgverzekeraars hebben aangegeven dat het onduidelijk was waar deze prestatie een toeslag bij was. Daarom is aan de prestatie toegevoegd dat E63 geldt bij de prestaties E13 t./m E17 en ook geldt per element (niet per kanaal). De ANT heeft hiermee ingestemd.

E86 Gebruik operatiemicroscoop bij wortelkanaalbehandeling

Volgens de zorgverzekeraars en de NZa is het onduidelijk wanneer deze prestatie in rekening gebracht kon worden, per zitting of per behandeling. De ANT heeft aangegeven dat wij graag de operatiemicroscoop breder inzetbaar zouden zien. Ons voorstel was om het tarief wat te verlagen maar het tegelijkertijd ook bij restauratieve tandheelkunde declarabel te maken.  Helaas is de uitkomst dat deze prestatie nu eenmaal per wortelkanaalbehandeling in rekening gebracht mag worden.

R34 Kroon op implantaat

Door de zorgverzekeraars is naar voren gebracht dat de werkzaamheden t.b.v. een implantaatkroon wezenlijk anders zijn dan t.b.v. een kroon op een natuurlijk element. Zaken zoals prepareren en aanbrnegen van een retractiedraad zouden niet noodzakelijk zijn, waardoor een lagere honorerering reeel zou zijn. Voor de ANT was het belangrijk dat een implantaat gedragen kroon (R36+J44) niet lager gehonoreerd zou worden dan een R24. Immers een kroon op een implantaat kan door alle implantaatsystemen die in omloop zijn en de soms zeer complexe technieken en moeilijk verkrijgbare onderdelen, de tandarts veel tijd vergen. Ook zou er geen financiele prikkel richting het omslijpen van tanden en kiezen moeten ontstaan. Let op het is nu verduidelijkt dat het tarief inclusief het opvullen van het schroefkanaal is, hiervoor kan geen V-code of R31 gebruikt worden.

R31 Opbouw plastisch materiaal

In het expert team en het technisch overleg is meerdere malen door de zorgverzekeraars ingebracht dat het onduidelijk was wanneer er vullingen in combinatie met kronen in rekening gebracht kunnen worden.  Vullingen kunnen voor het prepareren van kronen vervaardigd worden, bijvoorbeeld als een element breekt en later een afspraak gemaakt wordt voor een kroon. Echter vanaf het prepareren van een kroon tot en met het plaatsen van ene kroon geldt hiervoor de prestatie R31. Wij hadden dat al verduidelijkt op mondzorgkosten.nl en deze uitleg is door alle stakeholders gevolgd in de aanpassing van R31: Het aanbrengen van vulmateriaal ten behoeve van een kroon vanaf de zitting tot het plaatsen van de kroon. Andere prestaties zoals het plaatsen van een wortelstift of een rubberdam blijven uiteraard mogelijk.

R74 Vastzetten niet-plastische restauratie.

Op verzoek van de ANT is toegevoegd per pijlerelement omdat dit soms niet duidelijk was en het soms zodanig geïnterpreteerd werd als of het tarief zou gelden voor alle pijler van een brug. Dit verzoek is gehonoreerd.

Schrappen van R28, R46, R72, R73 en U20

Om de beschikking up-to-date en correct te houden heeft de ANT het verzoek gedaan om enkele prestaties te schrappen of de tekst te wijzigen. Dit is belangrijk om te voorkomen dat de beschikking zich niet doorontwikkeld en met kind en badwater wordt weggegooid en vervangen door een slechter alternatief.

R28
Met endokroon wordt momenteel iets anders bedoeld dan wat in de beschikking beschreven stond, tevens was het tarief onvoldoende voor de huidige betekenis. Tevens bleek uit de data dat de prestatie nauwelijks meer gedeclareerd werd. De NZa heeft besloten de prestatie te verwijderen.

R46
De onderdelen voor intracoronaire verankering zijn niet meer verkrijgbaar en de prestatie werd nauwelijks meer gedeclareerd. De NZa heeft besloten de prestatie te verwijderen.

R72 en R73
Deze prestaties hadden een grote overlap met R14, waardoor het efficiënter was om R14 in te zetten. Bij R14 is R40 verwijderd als mogelijkheid tot toeslag omdat het een brugdeel betreft.

U20 (Second opinion verricht door Stichting TIP)

Prestatie U20 wordt verwijderd. Stichting TIP voert de second opinions namelijk niet meer uit.

Aanpassen omschrijving van R72, R73 , R14, R45, R49, R65, R80 en R85

De omschrijvingen van deze prestaties waren niet eenduidig of voor een patient onduidelijk (tijdelijk voorziening in plaats van tijdelijk kroon- en brugwerk). Op ons verzoek zijn de omschrijvingen aangepast. Dit geldt tevens voor de omschrijvingen omtrent materiaal- en techniekkosten.

Verdoving bij initiële parodontale therapie (T21/T22).

De bepaling hoe verdoving gedeclareerd moest worden in het T hoofdstuk week af van de beschrijving bij het A hoofdstuk. De bepaling in het A hoofdtuk geldt nu en het is duidelijk gemaakt dat T21 en T22 exclusief verdoving zijn.

J35 Grondig submucosaal reinigen implantaat.

Als knelpunt is naar voren gekomen dat er geen prestatie was voor een non-chirurgisch behandeling van peri-implantitis. Hiervoor hebben de partijen J35 opgesteld, leftop deze prestatie is inclusief verdoving.

T84 aanbrengen regeneratiemateriaal als zelfstandige verrichting, per sextant.

Aan deze prestatie is toegevoegd dat deze tevens bedoeld is voor de chirurgische behandeling van peri-implantitis.

J34 (Bepaling stabiliteit implantaat middels ISQ-meting)
Een ISQ meting kon alleen in rekening gebracht worden bij het plaatsen van ene implantaat (J20,J27) terwijl het juist bij de tweede fase van een implantaat met een slechte (/geen) primaire stabiliteit van nut kan zijn. Op verzoek van de ANT is nu J23 toegevoegd aan de mogelijkheden om J34 te kunnen declareren. Let op prestatie J34 mag één keer per implantaatbehandeling in rekening worden gebracht. Dit betekent dat deze prestatie één keer per zitting waarin een implantaat wordt geplaatst in rekening mag worden gebracht.

J39 Autotransplantaat

De zorgverzekeraars hebben de prestatie van een autotransplantaat aangevraagd. Gezien het feit dat het een uitstekend alternatief is voor implantologie bij traumata op jeugdige leeftijd heeft de ANT dit gesteund. Deze complexe behandeling zal wel op gespecialiseerde centra moeten plaatsvinden.

J27, J37 Vervangen implantaat

De termijn waarin deze gedeclareerd kan worden is verlengd van 2 tot 6 maanden. Wij zouden het vreemd vinden als dit ook zou gelden als iemand zich went tot een andere zorgverlener. Aan deze opmerking is geen gehoor gegeven ook lijkt het nu neer te komen op het feit dat er 6 maanden garantie gegeven moet worden op een implantaat. Dat zou niet in alle omstandigheden regel zijn.

J40/J41/J45 Drukknoppen

Op verzoek van de KNMT is de prestatie J45 toegevoegd zodat nu ook één drukknop geplaatst kan worden. De term magneten is verwijderd. Wij hebben dit voorstel gesteund.

J79 vervangen steg

Na evaluatie is besloten om deze prestatie te verwijderen omdat bijna altijd en rebasing noodzakelijk is. De handeling is inclusief de rebasing nu en de techniekkosten kunnen daarbij worden geplaatst. Als er sprake van een nieuwe prothese gelden de reguliere codes voor een steg.

J33 (Kosten implantaat)

Het was onduidelijk wat onderdeel was van de kosten implantaat. De NZa heeft verduidelijkt dat J33 zowel kosten van het implantaat als de kosten voor het afdekschroefje (cover screw) of de tandvleesvormer (healing abutment) omvat. De ANT% heeft dit gesteund omdat nu ook duidelijker is dat een tijdelijk (kostbaar) abutment daar niet toe behoort, Deze kan bijvoorbeeld via J87 in rekening gebracht worden of tandtechniek in eigen beheer als het niet in de esthetische zone plaatsvindt,

Naar aanleiding van deze wijziging is in prestatie J23 en J29 (Plaatsen eerste en volgende Healing Abutment) de term healing abutment ook gewijzigd in tandvleesvormer. Hierdoor is duidelijker welk abutment bij deze prestatie van toepassing is.

J32 (Verwijderen gefractureerd abutment/occlusale schroef)

In de prestatieomschrijving van J32 is verduidelijkt dat deze niet in rekening kan worden gebracht binnen twee maanden na plaatsing van het abutment. Hiermee wordt verduidelijkt dat de termijn betrekking heeft op plaatsing van het abutment en niet van het implantaat.   

Verdere verduidelijking J-codes

De NZa heeft verduidelijkt dat in de regelgeving prestatie J41 tot en met J45 zijn bedoeld voor de retentiestructuur van een nieuw klikgebit of een omgevormde conventionele prothese. Prestaties J70 tot en met J78 zijn bedoeld voor reparaties aan een bestaand klikgebit.

Aantal maanden prothetische nazorg bij implantologie

Deze is verlengd van 2 naar 6 maanden. Wij vinden dat te lang, wij hadden liever 4 maanden als reële periode gezien.

Aantal maanden nazorg bij reguliere uitneembare prothetiek

Deze is verlengd van 2 maanden naar 4 maanden.

Y02 (Onderlinge dienstverlening)

De prestatie ‘onderlinge dienstverlening’ is toegevoegd. Een zorgaanbieder kan tarieven en prestaties in rekening brengen die door de NZa zijn vastgesteld. Dit betekent tegelijkertijd dat het niet is toegestaan om als zorgaanbieder een tarief in rekening te brengen voor een prestatie waarvoor geen of een andere prestatiebeschrijving wordt gehanteerd dan door de NZa is vastgesteld. Indien een zorgaanbieder een deel van de prestatie levert, en hiervoor geen aparte prestatie is vastgesteld, kan de zorgaanbieder deze zorg met ingang van 2020 in rekening brengen middels de prestatie ‘onderlinge dienstverlening’.

De prestatie onderlinge dienstverlening wordt door de uitvoerende zorgverlener in rekening gebracht aan de opdrachtgevende zorgaanbieder die vervolgens de gehele prestatie bij de patiënt in rekening brengt. Voor de prestatie onderlinge dienstverlening kan maximaal het tarief in rekening worden gebracht dat  geldt voor de gehele prestatie, die bij de patiënt in rekening wordt gebracht.

Y01 (Informatieverstrekking)

De NZA heeft prestatie ‘informatieverstrekking’ nu opgenomen in de regelgeving. De NZa kreeg de afgelopen jaren vragen van zorgaanbieders hoe om te gaan met informatieverzoeken in het kader van de individuele gezondheidszorg door derden (al dan niet via de patiënt) die niet volgen uit zorg- of dienstverlening in het kader van bijvoorbeeld de Zvw, Wlz,  Wmo of Jeugdwet. Formeel bestond daarvoor geen tarief. Informatieverstrekking die niet noodzakelijk en onvermijdelijk is voor de levering van de individuele zorgprestatie is namelijk niet verdisconteerd in de tarieven. Dit geldt bijvoorbeeld voor informatieverstrekking die ziet op een individuele patiënt op verzoek van een letselschade advocaat. Aangezien een mondzorgaanbieder BIG-geregistreerd is, zou deze alleen prestaties in rekening brengen voor handelingen of werkzaamheden in het kader van zijn beroepsuitoefening indien hiervoor een prestatie door de NZa is vastgesteld. De introductie van de prestatie informatieverstrekking geeft de zorgaanbieder hiervoor nu een declaratietitel.

De ANT is kritisch over deze wijziging. Vanuit consumentenbescherming mag de NZa een tarief vaststellen en reguleren, wij vragen ons echter af of de reikwijdte zover gaat dat ook het tarief tussen twee bedrijven bepaald mag worden alleen maar omdat één bedrijf gebruik maakt van de diensten van een BIG geregistreerde zorgverlener.

Verplichte vermelding van de kaak

Bij verschillende prestaties (P45, J70 tot en met J78, J40 tot en met J43, J53 tot en met J59) is in de omschrijving toegevoegd dat deze prestaties per kaak gelden. Op deze manier is duidelijk te onderscheiden op welke kaak de behandeling betrekking heeft.

U25 (Tijdtarief tandheelkundige hulp aan patiënten die behandeld worden in Wlz-instelling) en U35 (Tijdtarief tandheelkundige hulp aan patiënten die verblijven in de Wlz-instelling en behandeld worden in de eigen praktijk van de zorgaanbieder)

De NZa kreeg regelmatig vragen over het in rekening brengen van prestaties U25 en U35. In de prestatieomschrijving wordt daarom verduidelijkt welke prestaties naast de U25 en U35 mogen worden gedeclareerd. Dit geldt alleen voor behandelingen die in het kader van de tandheelkundige zorg als omschreven bij of krachtens de Wlz worden uitgevoerd.

Wijzigingen Regeling mondzorg

Aangeven van de behandelde vlakken van een vulling in de declaratie.

Dit is de meest ingrijpende wijziging voor 2020. De ANT vreest voor een extra administratieve last, zeker omdat het niet duidelijk is of alle softwarepaketten dit al aan kunnen. Verder zou het alleen gaan om elektronische declaraties; wij hebben gevraagd om dit specifiek te benoemen. Aangezien dat niet gebeurt is zou de conclusie moeten zijn dat het ook geldt voor papieren (pdf) facturen.

Declareren van materiaal- en techniekkosten

De NZa wil meer inzicht verkrijgen in de verhouding tussen materiaal en techniekosten een tandtechniek in eigen beheer. Dit bleek bij de huidige dataset van VEKTIS niet mogelijk. Wij en ook de KNMT hebben bezwaar gemaakt tegen het onderscheid op de papieren (pdf) factuur omdat dit voor de patiënt snel onduidelijk wordt. Er is uiteindelijk besloten dat elektronische declaratiebestanden wel het onderscheid moeten maken, dit ziet er als volgt uit:

Indicatietype 01 = honorariumIndicatietype
02 = ingekochte materiaal-en/of techniekkosten Indicatietype
03 = Wlz-mondzorgIndicatietype
04 = zelfvervaardigde materiaal-en/of techniekkosten

De materiaal-en/of techniekkosten dienen of onder indicatietype 02 of onder indicatietype 04 te worden gedeclareerd. Indien sprake is van zowel ingekochte als zelfvervaardigde materiaal-en/of techniekkostenbij één prestatie, dan dienen deze te worden ingevuld in het veld waarin de meeste kosten zijn gemaakt.

Lijst toegevoegd met prestatiescodes waarbij vermelding van het elementnummer, de kaak of het vlak verplicht is

Bij een aantal prestaties is vermelding van het elementnummer verplicht. Deze prestaties zijn opgenomen op de ‘Lijst met prestatiecodes waarbij het elementnummer vermeld moet worden’. Bij bepaalde prestaties staat in de prestatieomschrijving vermeld dat deze per kaak gelden. In de regeling in aansluitend hierop een declaratievoorschrift opgenomen. Hiernaast is het vermelden van het vlak bij vullingen als declaratievoorschrift toegevoegd. Prestaties waarbij het vermelden van het elementnummer, de kaak of het vlak verplicht is, zijn opgenomen op een lijst. Deze lijst stond voorheen als apart bestand op onze website. Om verwarring te voorkomen is de lijst als bijlage opgenomen in de Regeling mondzorg.