Bedrijfshulpverlening (BHV)

Bedrijfshulpverleners (BHV’ers) zijn gewone werknemers. Als er in de praktijk echter iets gebeurt - er breekt brand uit, iemand bezeert zich of er is misschien wel een ontruiming nodig- dan zijn het BHV'ers die actie ondernemen. Zij weten wat er moet gebeuren als er brand is, of wat zij moeten doen als iemand flauwvalt. Zij weten ook wat zij moeten doen als het gebouw ontruimd moet worden. In zo'n geval zorgen de bedrijfshulpverleners er samen voor dat de mensen zo rustig mogelijk, maar wel snel, het gebouw kunnen verlaten.Bedrijfshulpverleners zijn opgeleid om binnen de praktijk een voorpostfunctie te vervullen totdat de professionele hulpverleningsdiensten (politie, brandweer en ambulance) zijn gearriveerd. Zij nemen maatregelen om letsel en schade zoveel mogelijk te beperken.

Ben ik het als werkgever verplicht om de Bedrijfshulpverlening te organiseren?
De Arbowet verplicht iedere werkgever tot het organiseren van bedrijfshulpverlening. De BHV-organisatie omvat het beleggen en organiseren van de in de wet benoemde taken:

1. Het verlenen van eerste hulp bij ongevallen.
2. Het beperken en het bestrijden van brand.
3. Het beperken van de gevolgen van ongevallen.
4. Het in noodsituaties alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere personen in de praktijk of inrichting.

ANT Ledenvoordeel
De ANT heeft BHV voor Praktijken samengesteld. U kunt daarmee al uw medewerkers een BHV-cursus en herhalingscursus laten volgen. Zo weet u zeker dat u voldoet aan de eisen. 

Hoeveel Bedrijfshulpverleners zijn er nodig?
In de Arbowet is per 1 januari 2007 de getalsnorm van minimaal één Bedrijfshulpverlener op vijftig werknemers verlaten. BHV is dus meer maatwerk geworden. Het aantal benodigde BHV’ers hangt samen met de aard, grootte en ligging van de praktijk en de restrisico’s. Er zullen voldoende BHV’ers aangewezen en opgeleid moeten worden zodat, rekening houdend met ziekte, vakanties of ploegendienst er altijd BHV aanwezig is. Als een praktijk uit veel verschillende ruimtes bestaat, is het aan te raden dat de BHV’ers verspreid werken over de praktijk en/of verschillende etages. In kleine praktijken mag de werkgever de BHV-taken zelf uitvoeren. De werkgever moet dan een passende opleiding hebben gevolgd. Bij afwezigheid van de werkgever moet er een vervanger zijn om aan de eis te voldoen dat er altijd een BHV’er aanwezig is. Veel kleine MKB-bedrijven hebben maar één BHV’er. Praktijken kunnen samenwerken met andere praktijken in de directe omgeving of zorgen dat zij zelf over meerdere BHV’ers (dus minimaal twee à drie) beschikken.

Hoe vaak moet ik een herhalingscursus volgen?
Als Bedrijfshulpverlener moet u regelmatig bijscholing krijgen zodat uw kennis en vaardigheden op peil blijven. Hoe en waar de bijscholing geregeld moet worden, staat niet in de wet. Geadviseerd wordt om jaarlijks te herhalen. Dit om te voorkomen dat de reeds opgedane kennis en vaardigheden wegzakken. Wanneer u er niet voor kiest om jaarlijks te herhalen, is het verstandig om in ieder geval eens per 2 jaar te herhalen. Dit om er verzekerd van te zijn dat wanneer zich een noodsituatie voordoet, de BHV’er adequaat kan handelen. BHV’ers moeten regelmatig oefenen. De overheid raadt aan minimaal 1 keer per jaar een ontruimingsoefening te houden. In de arbeidsomstandighedenwet (artikel 15, lid 1 en lid 3) staat omschreven welke sancties opgelegd kunnen worden wanneer de Bedrijfshulpverlening niet goed georganiseerd is. (http://www.zelfinspectie.nl/boetesensancties/uitslag?wet=arbeidsomstandighedenwet&artikel=15)

Kan ik aansprakelijk worden gesteld worden als Bedrijfshulpverlener?
Tijdens de lessen worden vaak vragen gesteld over de aansprakelijkheid van de hulpverlener. De kans dat een hulpverlener wettelijk aansprakelijk wordt gesteld voor zijn hulpverlening of sterker nog dat hij voor de strafrechter moet verschijnen is uiterst klein. Aan het onderwerp aansprakelijkheid en bedrijfshulpverlening zitten twee kanten. We kennen de strafrechtelijke en de civielrechtelijke aansprakelijkheid. Het strafrecht richt zich op de vraag aan wie de schade kan worden verweten en of hij daarvoor gestraft moet worden. Het is dan de overheid (het Openbaar Ministerie) die tot vervolging overgaat. Bij het civielrecht gaat het erom wie moet opdraaien voor schade, toegebracht aan een derde. Daarbij eist doorgaans een persoon (een werknemer) een schadevergoeding van een ander, bijvoorbeeld de werkgever. De Bedrijfshulpverlener kan alleen aansprakelijk gesteld worden als hij opzettelijk of willens en wetens de fout in gaat. Als de hulpverlener weloverwogen en deskundig handelt, hoeft hij niet bezorgd te zijn wanneer het hem overkomt.