De Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza)

Op 11 februari jl. is het wetsvoorstel Wet toetreding zorgaanbieders (hierna: “Wtza”), samen met het wetsvoorstel Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders door de Tweede Kamer aangenomen. De Wtza zal de toelatingsbepalingen van de Wet toelating zorginstellingen (de “WTZi”) vervangen en een aantal veranderingen met zich brengen. Deze veranderingen zijn tevens relevant voor tandartsen en tandartsenpraktijken. Zo stelt de Wtza zowel eisen aan bestaande als aan nieuwe zorgaanbieders. In dit artikel zal worden ingegaan op 5 belangrijke vragen voor tandartsen en tandartsenpraktijken.

1. Geldt de Wtza ook voor de mondzorg?

De Wtza is van toepassing op alle zorgaanbieders in de zin van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (hierna: “Wkkgz”), te weten instellingen én solistisch werkende zorgverleners. Zorgaanbieders die zorg leveren in de zin van de Wet langdurige zorg (hierna: “Wlz”), de Zorgverzekeringswet (hierna “Zvw”) en die ‘andere zorg’ leveren (denk aan alternatieve geneeswijzen) vallen onder de Wkkgz en daarmee tevens onder de Wtza. De Wtza is daarmee ook van toepassing op de mondzorg en daarmee op tandartsen en tandartsenpraktijken.

2. Wat houdt de meldplicht onder de Wtza voor tandartsen in?

De meldplicht is de eerste nieuwe verplichting die de Wtza met zich zal brengen.

De meldplicht gaat gelden voor ‘zorgaanbieders’. Dit houdt in dat de tandartsenpraktijk zal moeten melden bij de IGJ. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid alleen anders zijn indien er sprake is van een tandarts die wel gebruik maakt van de praktijkruimte, maar zelf patiënten heeft (een behandelovereenkomst met die patiënten heeft) en zelf factureert. In dat geval wordt deze tandarts vermoedelijk beschouwd als solistisch werkende zorgverlener en dient hij of zij zelf te voldoen aan de meldplicht.

Aan de hand van de melding, zal desbetreffende zorgaanbieder worden gevraagd een vragenlijst in de vullen in een digitaal portaal. Zo zal worden gevraagd naar de aard van de te verlenen zorg, de inrichting van de zorg en of/hoe wordt voldaan het vereiste van “goede zorg” in de zin van de Wkkgz. Op welke wijze deze vraagstelling concreet zal gaan verlopen is momenteel nog niet vastgesteld.

Nieuwe tandartsen/tandartsenpraktijken

Op grond van de Wtza zal er een meldplicht gaan gelden voor zowel nieuwe als bestaande zorgaanbieders. Voor nieuwe zorgaanbieders houdt dit in dat deze zich voorafgaand aan de zorgverlening dienen te melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: “IGJ”). Doordat de nieuwe zorgaanbieders in een vroeg stadium al worden gewezen op de kwaliteitseisen waar zij aan dienen te voldoen, verwacht men dat ook sneller zal worden voldaan aan de geldende eisen.

Bestaande tandartsen/tandartsenpraktijken

Daarnaast geldt de meldplicht ook voor bestaande zorgaanbieders. Indien u zodoende als tandarts of tandartsenpraktijk momenteel al mondzorg verleent, dient u zich bij inwerkingtreding van de Wtza desondanks te melden bij IGJ. Dit brengt een extra administratieve last met zich. Vanwege deze last, kunnen bepaalde categorieën zorgaanbieders middels een Algemene Maatregel van Bestuur (een  besluit van het Kabinet) worden uitgezonderd van deze meldplicht. Hier is echter momenteel nog geen duidelijkheid over, waardoor het er vooralsnog uitziet dat alle zorgaanbieders – nieuw én bestaand – aan de meldplicht zullen moeten voldoen.

3. Moeten tandartsenpraktijken een Wtza-vergunning aanvragen?

De tweede verandering die uit de Wtza voortvloeit, is een gewijzigde procedure voor het aanvragen van een toelatingsvergunning. Onder de huidige Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) is bepaald dat bepaalde zorgaanbieders van rechtswege een WTZi-toelating verkrijgen, hetgeen inhoudt dat zij de WTZi-toelating niet zelf actief hoeven aan te vragen. Slechts een beperkt aantal soort zorgaanbieders wordt automatisch toegelaten, waaronder ook mondzorgpraktijken. Een en ander gaat echter veranderen met inwerkingtreding van de Wtza. Voor de grotere tandartsenpraktijken zal namelijk gaan gelden dat zij een Wtza-vergunning dienen aan te vragen en deze niet langer van rechtswege verkrijgen.

Nieuwe tandartsenpraktijken

Met inwerkingtreding van de Wtza, zullen nieuwe tandartsenpraktijken voorafgaand een toelatingsvergunning dienen aan te vragen indien de zorg zal worden verleend met meer dan 10 zorgverleners. Daarbij is het waarschijnlijk dat de juridische basis op grond waarvan de zorg wordt verleend (loondienst, zzp’er etc.) niet relevant is. Het dient wél te gaan om een organisatorisch verband (dus niet slechts zorgverleners die ieder voor zich zelfstandige mondzorg verlenen).  
Deze vergunningsaanvraag zal door het CIBG worden getoetst op de volgende elementen:

  • De transparantieseisen met betrekking tot de bestuursstructuur en de bedrijfsvoering, denk aan het aanstellen van een interne onafhankelijke toezichthouder, zoals bijvoorbeeld een raad van toezicht/raad van commissarissen. Én;
  • Documenten waaruit volgt dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor een goede kwaliteit van zorg op basis van de Wkkgz.

 

Bestaande tandartsen/tandartsenpraktijken

Voor bestaande tandartsen geldt het volgende. Zoals bovengenoemd, ontvangen instellingen voor mondzorg van rechtswege een WTZi-toelating. Voor tandartsenpraktijken die over een dergelijke WTZi-toelating beschikken én waarbij de zorg wordt verleend met meer dan 10 zorgverleners, geldt dat zij binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Wtza een toelatingsvergunning moeten hebben aangevraagd.

Het bovengenoemde is voor tandartsenpraktijken dus een wezenlijke verandering ten opzichte van de huidige situatie: waar tandartsenpraktijken voorheen van rechtswege een WTZi-toelating verkregen, dient er straks – mits de zorg met meer dan 10 zorgverleners wordt verleend – actief een Wtza toelatingsvergunning te worden aangevraagd. Dit geldt ook voor bestaande tandartsenpraktijken die over een WTZi-toelating beschikken. Daarnaast zal ook moeten worden voldaan aan de eisen aan de bedrijfsvoering en bestuursstructuur (waaronder het aanstellen van een interne onafhankelijke toezichthouder).

4. Wat moet ik doen indien op het moment van de inwerkingtreding van de Wtza de zorg wordt verleend met minder dan 10 zorgverleners, en ná inwerkingtreding met meer dan 10?

Het is mogelijk dat ten tijde van de inwerkingtreding van de Wtza de zorg wordt verleend met minder dan 10 zorgverleners. In dat geval hoeft er géén toelatingsvergunning te worden aangevraagd. Het is echter ook mogelijk dat na inwerkingtreding dit aantal zorgverleners wordt overschreden waardoor de zorg wordt verleend met meer dan 10 zorgverleners en er wel een toelatingsvergunning dient te worden aangevraagd. Zoals bovengenoemd, geldt dan in ieder geval de overgangsperiode van twee jaar. Daarnaast geldt echter altijd een aanvraagtermijn van zes maanden, vanaf het moment dat de grens van 10 zorgverleners is overschreden. Deze termijn geldt zowel voor nieuwe als bestaande tandartsenpraktijken en is vooral van belang tegen het einde of na de overgangsperiode van twee jaar.

5. Wat kan ik doen indien mijn toelatingsvergunning wordt afgewezen?

Het is mogelijk dat, op grond van de toets door het CIBG, blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden om een toelatingsvergunning te verkrijgen. In dat geval kan de aangevraagde toelatingsvergunning worden geweigerd. Ook kan een verstrekte toelatingsvergunning worden ingetrokken als niet langer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Een dergelijke beslissing van het CIBG zal naar verwachting een bestuursrechtelijk besluit inhouden, waartegen bezwaar en beroep openstaat. Hoe een dergelijke afwijzing en het bezwaar/beroep verder wordt ingevuld, is op dit moment nog niet geheel duidelijk.