Legionellapreventie

In de gemiddelde tandartspraktijk kan met eenvoudige maatregelen het risico van legionellabesmetting tot een aanvaardbaar minimum worden beperkt. Om uw risico's (algemeen) in kaart te brengen, bent u verplicht de Risico-inventarisatie en Evaluatie uit te voeren.

Klik hier voor de RI&E voor tandheelkundige praktijken.

Risico-analyse
Het risico zit in besmet water, dat bovendien verneveld wordt. Het drinken van besmet water levert geen risico's op, het gaat om inademing. Er moet derhalve altijd een inventarisatie worden gemaakt of er aerosolvormende tappunten aanwezig zijn, waarbij ook de hele waterinstallatie moet worden gecontroleerd op eventuele risico's van legionellagroei. 
De verneveling vindt plaats bij tappunten waar warm water en/of water met veel kracht wordt getapt. Dat is in de tandartspraktijk in ieder geval het geval bij de airotorkoeling. Verder moet ieder tappunt op mogelijke verneveling worden beoordeeld (sproeikranen, douche etc.). De maatregelen moeten vooral gericht zijn op het voorkomen van besmetting van het water in het gehele leidingnet dat naar deze punten leidt.

Waterleidingwet
Tandheelkundige praktijken vallen niet onder de Waterleidingwet of het Waterleidingbesluit (2004 wijziging): "Water bestemd voor bedrijfsmatige toepassingen, zoals ... het gebruik van water voor ... tandheelkundige en mondhygiënische units ... vallen niet onder het begrip leidingwater in de zin van de Waterleidingwet."  (Staatscourant 154, 2002)

In de WIP richtlijn (hoofdstuk 9.3) kunt u het volgende vinden:
De behandelunit: Ten aanzien van de behandelunit doen zich twee belangrijke problemen voor: contaminatie van het inwendige door terugslag van water in het systeem bij het stoppen van de spraywateraanvoer en vermindering van de microbiologische kwaliteit van het water, door stilstand in het leidingwater.
 
Terugzuiging: Een behandelunit behoort een voorziening te hebben, die terugzuiging van water in de leidingen tegengaat (antiretractiekleppen).
 
Stilstand van water in de leidingen:  Stilstand van water (‘s nachts en in het weekend) leidt tot vorming van een biofilm aan de binnenkant van de kunststof leidingen van de unit en tot uitgroei van verschillende bacteriën, waaronder Legionella. Met het doorspoelen van deze leidingen wordt een 10- tot 20-voudige reductie van het aantal distaal uittredende bacteriën gerealiseerd. 
 
-‘s Morgens voorafgaand aan de eerste behandeling moeten alle leidingen van de unit naar de instrumenten (meerfunctiespuit, airotor, micromotoren, meerfunctiespuit van de assistente, cavitron) worden doorgespoeld, waarbij er voor moet worden gezorgd dat alle instrumenten/ tappunten afzonderlijk tenminste 30 seconden worden doorgespoeld.
- Tussen twee patiënten in worden de gebruikte leidingen, zonder hand- en hoekstukken, tenminste 10 seconden doorgespoeld. Dit is niet nodig bij gebruik van instrumentarium met antiretractiekleppen.
 
Desinfectie van het leidingsysteem en/of toevoegen van een desinfectans aan het unitwater, leidt tot een waterkwaliteit die in veel gevallen voldoet aan de gewenste bacteriologische norm van <200 kve/ml [24-30]. Bij aanschaf van een nieuwe unit wordt geadviseerd te kiezen voor een unit met een ingebouwd, veelal semi-automatisch werkend, waterdesinfectiesysteem. Deze moderne units staan doorgaans garant voor een gemakkelijke en betrouwbare desinfectie van het water en de leidingen. Units met een dergelijk systeem dienen te zijn voorzien van een terugstroombeveiliging (BA-beveiliging), om terugvloeien van water in het net te voorkomen (NEN-EN 1717).
 
Units die nog niet aan vervanging toe zijn, kan men overwegen los te koppelen van de waterleiding en te voorzien van een fles die (handmatige of automatische) desinfectie van het fleswater en daarmee het water in de unitleidingen, mogelijk maakt. Perslucht van de unit wordt dan gebruikt om het water-plus-desinfectans uit de fles in de leidingen te laten. Over het algemeen leveren desinfectantia met waterstofperoxide of preparaten op basis van peroxiden, goede resultaten op. De concentratie van de waterstofperoxide in het fleswater is ca 300 ppm (0,03%). Deze kan men controleren met peroxide-teststrips.

Leidingen van units met flesvoorziening kunnen ook worden gedesinfecteerd door in het weekend een speciaal desinfectans in de leidingen te laten staan. Gedurende de week kan men dan werken met gewoon kraanwater in de fles.

Klik hier voor het legionella dossier (Rijksoverheid)
Meer informatie over de BA-beveiliging op de website van de VGT.