Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding

3 april 2019

Op 1 augustus 2019 treedt de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding in werking. Ook zorginstellingen krijgen hiermee te maken.
In de basis heeft iedereen in Nederland het recht zich te kleden zoals hij of zij wil. Maar in bepaalde situaties moeten mensen elkaar kunnen aankijken. Bijvoorbeeld in het onderwijs, in overheidsgebouwen, in het openbaar vervoer en dus ook in de zorg. Daarom wordt het op die plekken verboden om kleding te dragen die het gezicht bedekt. Denk daarbij bijvoorbeeld aan bivakmutsen, boerka’s, nikabs, en integraalhelmen.

Het verbod gaat gelden voor gebouwen en erven van zorginstellingen waar zorgverleners zorg, jeugdhulp of jeugdgezondheidszorg verlenen vanuit Zvw, Wlz of Jeugdwet dan wel het rijksvaccinatieprogramma uitvoeren. Denk onder andere aan ziekenhuizen, verpleeghuizen, praktijken van fysiotherapeuten, huisartsen en tandartsen en apotheken. En bijvoorbeeld aan sporthallen op het moment dat daar gevaccineerd wordt.

De wet heeft geen betrekking op een gebouw en erf waar uitsluitend particulier gefinancierde zorg wordt verleend.

In instellingen die verblijf voor onbepaalde tijd aanbieden geldt het verbod niet voor kleding die door cliënten, patiënten of hun bezoekers wordt gedragen:

  • in residentiele delen van de zorginstelling, dat wil zeggen de delen van het gebouw waar de cliënten verblijven/wonen;
  • in niet-residentiele delen van deze instelling die door het bevoegd gezag van de zorginstelling zijn uitgezonderd van het verbod. Dit kunnen de delen van het gebouw en het erf zijn waar cliënten, patiënten of hun bezoekers vaak (langs) komen.
     

Welke gezichtsbedekking wordt bedoeld?
Bij de uitvoering van de wet staat het bevorderen van goede communicatie voorop. Het verbod heeft betrekking op alle vormen van kleding waarin het gezicht geheel bedekt of zodanig is bedekt dat alleen de ogen onbedekt zijn, dan wel onherkenbaar is gemaakt: bijvoorbeeld bivakmutsen, boerka’s, nikabs, integraal-helmen.

Het verbod geldt niet voor kleding die noodzakelijk is voor lichamelijke bescherming in verband met de gezondheid of veiligheid, noodzakelijk is in verband met de uitoefening van een beroep of sport, of passend in verband met deelname aan feestelijke of culturele activiteit.

Wat wordt verwacht van zorginstellingen?  
Verwacht mag worden dat medewerkers in de bovenbedoelde instellingen bekend zijn met het verbod. Afhankelijk van een inschatting door de instellingen van de kans op overtreding kunnen vooraf afspraken worden gemaakt over hoe te communiceren met iemand die in overtreding is.

Daarbij is het voor instellingen die erop gericht zijn cliënten langdurig te laten verblijven van belang dat duidelijk is:

welke de residentiële en welke de niet-residentiële delen van het gebouw van de instelling zijn
waar het in niet-residentiële delen van de zorginstelling is toegestaan aan cliënten of patiënten en hun bezoekers om gezichtsbedekkende kleding te dragen.

Hoe te handelen bij overtreding van het verbod?
Iemand die in overtreding is kan door een medewerker van de instelling gevraagd worden om de gezichtsbedekking af te doen of het gebouw te verlaten. Bij een oplopend conflict kan de politie worden gebeld voor de-escalatie. In het uiterste geval kan aan de betreffende persoon een boete worden opgelegd.  

Meer informatie