Reactie ANT op Volkskrant-artikel “Is Nederlands kindergebit in verval?”

In het artikel van 12 december in de Volkskrant wordt een somber beeld van het Nederlandse kindergebit geschetst met bijdragen van hoogleraar preventieve tandheelkunde Cor van Loveren, gepensioneerd onderzoeker kindertandheelkunde Rene Gruythuysen en Ruud Bos, hoogleraar kaakchirurgie.

In 2011 verscheen in het AD een artikel van dezelfde strekking, "Kwaliteit kindergebit holt achteruit". Ook toen werden van Loveren en Bos geïnterviewd. Uit beide artikelen is op te maken dat er wel cijfers zijn, maar dat deze een wisselend beeld tonen en dat de onderzoeken mankementen vertonen. Zo nemen onderzoekers wel 5-jarigen mee maar worden 2-, 3- en 4-jarigen niet meegeteld.

De ANT herkent het signaal, maar neemt met klem afstand van de conclusie dat dit de beroepsgroep zelf te verwijten valt. Enerzijds wordt er een beeld geschapen van verwaarloosde kinderen en anderzijds tandartsen die overbehandelen, alleen maar de kassa zouden zien rinkelen en daarmee hun zorgtaak verzaken.

Er zijn in de afgelopen jaren door onder andere de beroepsverenigingen en het Ivoren Kruis projecten gestart met als doel de preventieve mondzorg voor jeugdigen meer aandacht te geven. Preventie krijgt jaar in jaar uit een steeds grotere rol in de tandartspraktijk. De declaratie van deze verrichtingen (instructies, intensievere controles, planmatig beslijpen en fluorideren) leidt niet altijd tot positieve reacties van de zorgverzekeraars. De vergoeding van de verrichting M05 is zelfs geschrapt, waar deze verrichting door Gruythuysen in het artikel nog als een effectieve minimaal invasieve behandeling wordt genoemd.

De ANT heeft het afgelopen jaar nog geprobeerd om samen met VGZ een pilot te starten voor een nieuwe wijze van bekostiging rondom het project ‘Kies voor gaaf’. Dit is uiteindelijk door VGZ afgeblazen omdat het te weinig zou opleveren. Voorts moet beseft worden dat alle kinderen die niet naar de tandarts gaan eenvoudig terug te vinden zijn door de zorgverzekeraars. En vervolgens is het een kleine moeite om de ouders van deze kinderen in de van toepassing zijnde taal aan te schrijven om het belang uit te leggen van een tandartsbezoek en er op te wijzen dat deze zorg volledig wordt vergoed. Ook op dit terrein worden weinig stappen genomen. Dit ondanks het feit dat de zorgverzekeraars bekend zijn met het feit dat alleen al in de stad Rotterdam tienduizenden kinderen de tandarts niet bezoeken. Dat deze kwetsbare groep meer aandacht behoeft is duidelijk. De meest voor de hand liggende oplossing op dit terrein is dat de zorgverzekeraars hun verantwoordelijkheid nemen, maar juist om deze conclusie wordt in het artikel met een grote boog heengelopen. En passant wordt ook weer het stokpaardje van VWS om tandartstaken naar de mondhygiënist over te hevelen als de enige mogelijke oplossing naar voren geschoven ondanks dat er geen enkel onderzoek en dus bewijsmateriaal is voor de effectiviteit van deze oplossing. Dogma's gaan deze kwetsbare jeugd echt niet helpen.

Ruud Bos noemt voorts de zorgmijding van de ouders. Als de ouders niet gaan, gaan de kinderen immers ook niet ondanks dat de zorg voor het kind volledig vergoed wordt. Bos beklaagt zich vervolgens over de beroepsverenigingen die hun plicht zouden hebben verzaakt in het "veilig stellen van de basisverzekering" en zich niet zouden mogen gedragen als vakbond. Dit is een volstrekte ontkenning van de verantwoordelijkheid van de overheid en de zorgverzekeraars. Zoals eerder betoogd is juist voor de zorgverzekeraar een grote rol weggelegd. Waarom zij hun verantwoordelijkheid niet willen nemen geeft ernstig te denken. Steeds vaker horen we dat zorgverzekeraars alleen nog maar voor het geld gaan en niet meer voor de zorg. Tandartsen mogen juist blij zijn dat hun dienstverlening voor een groot deel buiten de basisverzekering valt. Dat beperkt in ieder geval de steeds verder toenemende regeldruk en bureaucratie, nog afgezien van de druk om te contracteren die gepaard gaat met de basisverzekering.

De beroepsverenigingen besteden veel tijd en geld om te helpen het imago van de tandarts te verbeteren. Door op deze wijze het publieke debat te kiezen op een voor ons weinig onderbouwde en uiterst dubieuze wijze en op deze manier vraagtekens te zetten bij de integriteit en beroepsethiek van de tandartsen maakt dat de geïnterviewden zich buiten de werkelijkheid plaatsen en vanuit een ivoren toren de mondzorg in Nederland meer kwaad dan goed doen.

Zolang de zorgverzekeraars geen stappen nemen in het concretiseren van de tandheelkundige onderconsumptie en er geen betere cijfers voorhanden zijn, is het eenvoudigweg ongepast op deze wijze stelling te willen nemen via de krant. Laten we daarbij een voorbeeld nemen aan de huisartsen, die elkaar ook niet de schuld van toename van obesitas bij kinderen in de schoenen schuiven maar constructief nadenken hoe het probleem aan te pakken.

Ravin Raktoe, secretaris ANT