ComMiT

ComMiT vertegenwoordigt mondhygiënisten in teamverband

De ANT wil een betere samenwerking en intensiever overleg met mondhygiënisten die in een tandartspraktijk werken. Hiervoor is de Commissie Mondhygiënist in Teamverband (ComMiT) opgericht. ComMiT stelt zich ten doel de ANT te faciliteren in overleg met mondhygiënisten door te adviseren over kansen en knelpunten in de samenwerking. Voorzitter Edwin van Leeuwen, mondhygiënist, psycholoog en schrijver van onder andere het artikel “Taakherschikking in de mondzorg, de Commissie Linschoten anno nu”  legt uit wat de plannen zijn.

Er is veel gebeurd sinds het eerste kwartaal van 2016. Een door de ANT geopenbaarde brief van de Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten (NVM) aan het Ministerie van Volksgezondheid (VWS) doet sterk vermoeden dat beide partijen een verbond hebben gesloten. De taakherschikkingsagenda van VWS neemt met deze niet-openbare afspraken een vlucht; de NVM hamert in diverse dossiers op gelijktrekken van de rol van tandarts en mondhygiënist en stelt zich nooit kritisch op richting de overheid. Van Leeuwen vraagt zich af wie er spreekt voor de mondhygiënisten die in tandartspraktijken werkzaam zijn en content zijn met de huidige rolverdeling: ‘De NVM doet dat in mijn optiek in ieder geval niet. Daar waar er polarisatie is, heeft de NVM die in de hand gewerkt. Tegelijkertijd houdt de NVM zich soms juist compleet afzijdig in publieke discussies en op deze manier drijven zij een wig tussen de mondhygiënist en tandarts. Dit is niet alleen schadelijk voor de mondzorg als geheel, maar vooral voor de mondhygiënist die zich niet vertegenwoordigd voelt door de enige koepelorganisatie, maar wel met de gevolgen van het beleid te maken krijgt. ComMiT richt zich op deze collega’s en hoort hun bezorgdheid aan maar ook hun ideeën over hoe het anders moet.’

Poortwachtersrol

Verreweg het grootste deel van de mondhygiënisten is werkzaam in een tandartspraktijk en is daar een zeer belangrijk deel van het behandelteam. Dit concept van Mondzorg Onder Eén Dak (MOED), dat gebaseerd is op taakdelegatie en de tandarts als eindverantwoordelijke, heeft zich inmiddels decennialang bewezen en heeft de Nederlandse mondzorg mede gebracht op het niveau waarop deze zich momenteel bevindt. De vertegenwoordiging van de NVM richt zich echter veel meer op de vrijgevestigde mondhygiënist, vindt van Leeuwen: ‘Bij bepaalde mondhygiënisten met een eigen praktijk zie ik duidelijk dat ze zich willen profileren als een adres waar je als patiënt alle mondzorg kunt krijgen. Dan schiet je al gauw te kort want alle preventie ten spijt, zul je van tijd tot tijd toch echt ook aan curatie moeten doen. De taakherschikking zoals ze nu wordt voorgesteld in de tekst van de Algemene Maatregel van Bestuur, waarin naast röntgen, anesthesie en curatie eigenlijk de poortwachtersrol zelf geheel verschuift van tandarts naar mondhygiënist, is voor deze ondernemers een godsgeschenk. Voeg daar bij een lading onbewust onbekwame vers afgestudeerden die op de opleiding beloofd is dat ze minstens zo goed zijn geschoold als een tandarts, en er gaan onwenselijke dingen gebeuren. Hier verwacht je dan eigenlijk van een koepelorganisatie dat ze de beroepsbeoefenaar met beide benen op de grond zet, maar zoals gezegd is dat niet wat de NVM doet. Toch hoor je mondhygiënisten die geen vertrouwen hebben in de gekozen koers, en dat zijn vaak mondhygiënisten die werkzaam zijn in een tandartspraktijk. Deze groep heeft geen stem en die wil ik ze in mijn nieuwe rol gaan verschaffen.’

Enquête

Van Leeuwen start met een enquête onder zijn collega’s, om te toetsen wat zij vinden van de ophef over de taakherschikking en om er achter te komen in hoeverre zij zich kunnen vinden in de manier waarop de nieuwe zelfstandige bevoegdheden worden verworven. Daarnaast interviewt hij een aantal mondhygiënisten:  ‘Tijdens de interviews merkte ik dat sommige mondhygiënisten goed op de hoogte zijn van de voorgenomen wijzigingen en het gevaar ervan inzien. Eén collega had net het interview met NVM-voorzitter Van Splunter gelezen in het NT. Ze vroeg zich af hoe Van Splunter kon stellen dat de beroepsgroep het boren niet ambieerde terwijl de NVM deze ‘tertiaire preventie’ wel naar zich toe probeert te trekken. Haar woorden waren letterlijk: “Dus je neemt iets weg bij de tandarts, en je gaat ze daarna in hun eigen blad vertellen dat je er niets mee gaat doen? Wie bedenkt dat?” Een ander mooi voorbeeld was dat van een collega die zich stoorde aan de borstklopperij over het onderwijsniveau. Ze zei: “Als je in een tandartspraktijk werkt en niet in je vrijgevestigde cocon zit weet je pas wat het verschil is tussen de cariologie-opleiding van tandarts en mondzorgkundige.” Deze nuances hoor je niet in de openbare discussies.’

Publicatie

ComMiT publiceerde in november 2016 De mondhygiënist als breekijzer, een kritische beschouwing van het mandaat van de NVM op basis van de gehouden enquête en interviews. Wat kunnen we nog meer gaan verwachten van ComMiT? ‘Op korte termijn willen we van zoveel mogelijk mondhygiënisten die zich niet vertegenwoordigd hebben gevoeld, horen. Ik roep hen op te mailen (ant@ant-tandartsen.nl) over dat wat ze dwars zit met betrekking tot de koers die nu gevaren wordt en te laten horen wat er voor hen belangrijk is. We zijn verder bezig met het opzetten van een nieuwsbrief om de mondhygiënist in teamverband op de hoogte te houden van onze inspanningen.’