ANT standpunt opleiding assistenten

Het nieuwe ABC in de opleiding voor assisterend personeel

feb 2016- Vandaag brengt de ANT het ‘standpunt Opleidingen Assisterend Personeel in de Tandartspraktijk’ uit, waarin de opleiding voor assisterend personeel wordt gestructureerd. Aan de hand van rolbeschrijvingen in de tandartspraktijk worden er drie (A, B en C) diploma’s voor tandartsassistenten beschreven, waarvan er één voor een nieuwe functie is. Aanleiding hiertoe is de vraag vanuit de praktijk naar dat wat we als de ‘klassieke mondhygiënist’ kunnen aanduiden. De ANT is in gesprek met opleiders die de daarvoor beoogde nieuwe opleiding kunnen gaan vormgeven en aanbieden. Deze nieuwe opleidingsstructuur volgt op het ‘ANT standpunt Werkzaamheden Assisterend Personeel’ van juni 2015, dat voorzag in een ordening van werkzaamheden voor assisterend personeel op basis van risicoprofielen.

Opleidingen en cursussen voor personeel van de tandartspraktijk zijn in de afgelopen jaren meer divers en diepgaander geworden. Voor wat betreft de opleidingen voor assisterend personeel is dit een door de markt gestuurde ontwikkeling, maar voor de uitbreiding van de opleiding mondzorgkunde is dit vooral een gevolg van de wens van overheid en opleiders om te komen tot een verdere taakherschikking in de mondzorg, conform het advies van de commissie Linschoten (2006). Zo is het opleiden van de mondhygiënist om primaire cariës te behandelen niet onomstreden. In veel tandartspraktijken is er onvoldoende vraag naar dit soort vaardigheden waardoor theorie en praktijk niet op elkaar afgestemd zijn. Niettemin zijn er wel degelijk praktijksettings waar gekozen is om de mondhygiënist wel deze taken te laten uitvoeren. In dat geval wordt de mondhygiënist veel minder ingezet voor de primaire preventieve taken en de behandeling van parodontitis. We constateren dat er in de tandartspraktijk vooral vraag ontstaat naar wat we als ‘de klassieke’ mondhygiënist kunnen aanduiden.

Nieuwe opleiding tot paro-assistent
De opleiding tot tandartsassistent kan volgens de ANT met een A, B en C diploma een gestructureerd karakter krijgen dat ook voor patiënten makkelijk te begrijpen is. Het A-diploma staat voor de omloop- tot stoel-assistent, dat conform het bestaande ANT standpunt modulair is opgebouwd; meer opleiding waar het nodig is, minder waar het kan. Het B-diploma staat voor de preventie-assistent zoals we die nu ook kennen. Het C-diploma komt te staan voor een nieuwe opleiding tot ‘paro-assistent’ en omvat de volledige preventie-opleiding, plus de huidige paropreventie en paropreventie-nazorg opleidingen; sterk vergelijkbaar met de ‘klassieke mondhygiënist’.

De paro-assistent kan als een nieuwe functieomschrijving met bijbehorende opleiding worden ingevoerd. Het heeft gezien de loopbaan van de student en de doorstroommogelijkheden van deze opleiding de voorkeur dat voorafgaand aan de start het niveau Mbo-4 is gehaald. Duidelijk een stap boven het niveau van de stoel-assistent en de preventie assistent, maar nog steeds vallende binnen het kader van de taakdelegatie onder leiding van de tandarts. Hiermee kan in de ogen van de ANT de volstrekt onnodige en door de overheid opgelegde taakherschikking worden vermeden. Het curriculum is vergelijkbaar met dat van de tweejarig opgeleide mondhygiënist maar heeft een meer praktijkgericht karakter. Parodontitisclassificatie, behandelen van diepere pockets, furcatieproblematiek, en microbiologie zijn typische leermodules voor deze opleiding.

Deze oplossing biedt talrijke voordelen. Goed gemotiveerde en vaardige tandartsassistentes die wel de ambitie hebben om zich verder te ontwikkelen, maar (nog) geen behoefte hebben aan de opleiding Mondzorgkunde wordt hiermee een fraai perspectief op carrièreontwikkeling geboden met uitstekende kansen op de arbeidsmarkt. En de patiënt profiteert van vakbekwame behandeling onder directe supervisie van de tandarts en krijgt bovendien de mogelijkheid om in de vertrouwde tandartspraktijk behandeld te blijven worden. De tandarts tot slot, kan ondanks het groeiende tekort aan mondhygiënisten en de alsmaar stijgende praktijkkosten, de praktijkvoering op bewezen verantwoorde wijze continueren. Het inzetten van de paro-assistent kan dus alleen maar gezien worden als een logische efficiencyslag en een vorm van verantwoord en rationeel ondernemerschap. Deze doelmatigheid bespaart de samenleving bovendien de kosten van dure opleidingen waaraan in de praktijk helemaal geen behoefte blijkt te zijn.