Visie ANT op taakherschikking en samenwerking in de tandartspraktijk

Visie ANT op taakherschikking en samenwerking in de tandartspraktijk


De tandarts als eindverantwoordelijke van de mondzorgMinister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft het voornemen om na het zomerreces met een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), de Wet BIG te verruimen. Hierdoor krijgen andere zorgverleners in de mondzorg, zoals mondhygiënisten, zelfstandige bevoegdheden, die wereldwijd alleen aan tandartsen zijn voorbehouden. De Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT) maakt zich zorgen over de consequenties van deze ogenschijnlijk kleine wijziging van de wet en is van mening dat patiënten grote nadelen ondervinden als Nederland op deze wijze een significant afwijkend stelsel doorvoert. Naast versnippering, overbehandeling en stijgende zorgkosten, voorziet de ANT ook extra risico’s met betrekking tot patiëntveiligheid. De ANT vreest dat deze stille stelselwijziging contraproductief is voor de toekomst en kwaliteit van de mondzorg in Nederland, die bovendien onomkeerbaar zal zijn.

Lees hier de brandbrief van de ANT aan de minister.
Volgens het rapport van de Commissie-Linschoten uit 2006 zou er in de toekomst met inzet van taakherschikking nog maar de helft van het aantal tandartsen nodig zijn. De overheid was destijds van mening dat circa 60 procent van de taken van de tandarts door de mondhygiënist en tandartsassistent kunnen worden overgenomen. Het gaat onder andere om taken als controles, het boren van gaatjes, het maken en interpreteren van röntgenfoto’s en plaatsen van verdovingen; echter wel allemaal onder één dak met de tandarts als eindverantwoordelijke. Uit een recent onderzoek blijkt dat een significant deel van de mondhygiënisten verruiming van hun takenpakket en zelfstandige bevoegdheden niet nodig vinden.

Mondzorg onder één dak (MOED)
De maatregel tot verruiming van de Wet BIG door minister Schippers staat opmerkelijk genoeg haaks op het eerdere advies van de Commissie Linschoten, dat mondzorg onder één dak met de tandarts als eindverantwoordelijke als belangrijk uitgangspunt had genomen voor mogelijke taakherschikking. Mondzorg is bij uitstek teamwork. Binnen de eerstelijns mondzorg zijn dan ook verschillende zorgprofessionals actief met een grote diversiteit aan taken, deskundigheid en bevoegdheden. Samen werkt men aan de beste kwaliteit voor de patiënt. Daarbij is de tandarts als enige expert met de breedste opleiding in de mondzorg de spil, verantwoordelijk voor de coördinatie, (aan)sturing, diagnose en indicatiestelling. Kortom de tandarts is eindverantwoordelijke en aanspreekpunt voor de mondzorg van de patiënt. In dat kader is bij elke vorm van taakherschikking of taakdelegatie een goede organisatie en coördinatie van werkzaamheden het belangrijkste uitgangspunt. Het teamconcept binnen een tandartspraktijk werkt alleen onder één dak en met de tandarts als eindverantwoordelijke.

Nederland loopt wereldwijd al voorop met de mogelijkheden rondom taakdelegatie. De ANT constateert dan ook dat er geen belemmeringen bestaan in de huidige wet- en regelgeving. Het werken in teamverband is hier volledig mogelijk. Zo zijn op het gebied van preventie en het kunstgebit reeds grote stappen gezet als het gaat om taakdelegatie en efficiënte taakverdeling binnen de praktijk. En zonder dat dit ten koste is gegaan van de kwaliteit en patiëntveiligheid.

Taakherschikking
Een verruiming van de Wet BIG voor mondhygiënisten en daarmee een verruiming van hun taken en zelfstandige bevoegdheden leidt tot minder focus op preventie, terwijl juist op dit gebied qua mondgezondheid en zorgkosten nog veel winst is te behalen. Daarnaast zijn mondhygiënisten niet opgeleid om complete diagnoses te stellen buiten hun preventieve deskundigheid. Bij hen ontbreekt de integrale medische expertise en brede benadering met als risico dat bepaalde problemen in de mond snel over het hoofd worden gezien. Bovendien ontstaan door vanuit de overheid opgelegde taakherschikking meerdere loketten. Zelfstandig werkende mondhygiënisten gaan typische tandartstaken op zich nemen. Dat gaat leiden tot coördinatieproblemen en problemen bij dossieroverdracht, een algeheel ‘vals gevoel van veiligheid’ want verrichtingen met onomkeerbare gevolgen komen bij een niet-arts te liggen. Voorts meer doublures, overbehandeling en versnippering van de mondzorg. Per saldo zullen de zorgkosten op de lange termijn juist gaan stijgen. Exact het tegenovergestelde van wat de overheid al jaren voor ogen staat en wat wij als samenleving zouden moeten willen.

Te verwachten toekomstig tekort aan tandartsen
De overheid heeft als voorschot op deze taakherschikking alvast het aantal opleidingsplaatsen voor tandartsen drastisch teruggebracht, echter zonder die voor mondhygiënisten fors uit te breiden. Vooruitlopend op deze taakherschikking worden structureel al 10 jaar lang ruim 100 tandartsen per jaar te weinig opgeleid. Het idee was dat tandartsen door een bewust geschapen tekort wel moesten gaan werken volgens de lijnen uitgezet door de Commissie-Linschoten. Ondanks dat aan alle randvoorwaarden was voldaan en het bovendien financieel aantrekkelijk was, is gebleken dat tandartsen noch mondhygiënisten zijn gaan werken langs de lijnen van het rapport. De patiënt is hierin leidend gebleken. En tandartsen en mondhygiënisten hebben zich niet herkend in de rol die hen werd toebedeeld.

Patiënt zonder tandarts
Van de bewust door de Rijksoverheid gecreëerde schaarste aan capaciteit in de mondzorg plukken patiënten uiteindelijk de wrange vruchten. Nu al betekent het stopzetten van een praktijk in bepaalde regio’s dat duizenden patiënten zonder zorg komen te zitten. De situatie in Steenwijk is tekenend voor deze ontwikkeling. Dit jaar stopte daar een tandarts zonder opvolging. Circa 3000 patiënten kwamen zonder tandarts te zitten en moesten meer dan een half uur rijden voor de eerste tandarts die nog ruimte had. Maar zelfs die ruimte bleek niet voldoende. De spoeddiensten in deze regio zijn overbelast geraakt door patiënten met kiespijn maar zonder tandarts, waardoor de echt spoedeisende hulp niet meer geleverd kan worden. De komende 10 jaar stroomt in Nederland naar schatting 30 procent van de tandartsen uit wegens pensioen en zal het tekort dramatische vormen kunnen aannemen. Net als in de krimpgebieden, waar allerlei voorzieningen zoals zorg-, levensmiddelen, banken en postkantoren verdwijnen, zal de mondzorg in de toekomst niet meer beschikbaar en bereikbaar zijn voor iedereen.

Massale instroom buitenlandse tandartsen
Het afknijpen van de opleidingen heeft tot een groot capaciteitstekort geleid dat alleen kon worden opgevangen door een massale instroom van buitenlandse tandartsen. In totaal zijn er sinds het begin van het BIG-register 14.424 tandartsen ingeschreven. Hiervan zijn er 3.105 met een buitenlands diploma of nationaliteit. De afgelopen vijf jaar heeft het BIG-register ongeveer 440 tandartsen per jaar ingeschreven. Gemiddeld de helft van de tandartsen (220) heeft een buitenlands diploma of nationaliteit. Met andere medische beroepen vergeleken is dit een sterk afwijkende situatie. Buitenlandse tandartsen blijven vaak niet langer dan een paar jaar in Nederland, met als gevolg dat patiënten telkens nieuwe vertrouwensrelaties moeten opbouwen en er geen continuïteit van zorg is. Bovendien blijken buitenlandse tandartsen minder snel bereid om zich de Nederlandse taal eigen te maken. Het Capaciteitsorgaan luidt al jaren de noodklok en doet een dringend beroep op VWS de opleidingscapaciteit fors uit te breiden. Zij zien een nijpend tekort aan tandartsen ontstaan aan de horizon. Ook de ANT roept de minister op te investeren in de mondzorg en meer tandartsen op te leiden. De overheid staart zich volledig blind op taakherschikking maar dit is eenvoudigweg niet de oplossing voor het capaciteitsprobleem.
Oplossingen ANT
Voor het uitvoeren van preventieve taken en voor de beste zorg onder één dak is het organisatorisch makkelijker als de mondhygiënist zelfstandig kan verdoven. De ANT zou een dergelijke aanpassing in de Wet BIG begrijpen en omarmen. Echter, verdere taakherschikking zonder dat goed nagedacht is over de kwaliteit en patiëntveiligheid, doelmatigheid, de organisatorische haalbaarheid en het rechtmatig functioneren binnen de Europese interne markt is onwenselijk. Dit kan immers niet los worden gezien van kwaliteitsvraagstukken in brede zin, noch van de maatschappelijke doelstellingen van de mondzorg. Mondhygiënisten zijn dringend nodig voor preventie en daarmee het voorkomen van ernstige problemen in de mond die kunnen leiden tot systemische aandoeningen als hart- en vaatziekten. Mondhygiënisten zouden zich door de opgelegde verruiming van hun taken minder kunnen richten op deze kerntaak. De ANT is verbaasd over de haast die de minister lijkt te hebben met het doorvoeren van deze wets- en daarmee stelselwijziging. Wij pleiten ervoor om met alle betrokken partijen de tijd te nemen om grondig na te denken  bij de toekomst van de mondzorg in Nederland.

De ANT is, naast het verhogen van het aantal opleidingsplaatsen, voorstander van het versneld opleiden van talentvolle en ambitieuze mondhygiënisten tot tandarts, als constructieve oplossing in het kader van het toekomstig te verwachten tekort aan tandartsen en de massale instroom van buitenlandse tandartsen. Op deze manier kunnen we tekorten voorkomen en de uitstroom van tandartsen in de komende tien jaar door vergrijzing opvangen. Bovendien zien wij kansen als het gaat om het optimaliseren van de mondzorgketen aan de hand van taakdelegatie, waarbij tandartsen zelf de rollen, verantwoordelijkheden en taakverdeling onder de loep nemen en wijzigingen initiëren en coördineren. Wij zijn als tandartsen bereid op dit vlak onze verantwoordelijkheid te nemen en een plan aan te dragen. Voorwaarde is dat de mondzorg onder één dak met de tandarts als poortwachter van de mondzorg het uitgangspunt blijft.

Toegankelijke mondzorg, ook in de toekomst
Kwaliteit, veiligheid, wensen, mogelijkheden en keuzevrijheid van de consument vormen de uitgangspunten voor de mondzorgprofessionals. De ANT vreest dat op basis van de verkeerde doelstellingen afspraken worden gemaakt, die uiteindelijk contraproductief zijn voor de toekomst en kwaliteit van de mondzorg in Nederland. De ANT doet derhalve een dringend appel op het ministerie van VWS  en de Tweede Kamer – in het belang van goede, betaalbare en toegankelijke mondzorg in Nederland – om samen met de sector de toekomst van de mondzorg te bepalen. Alleen een goed onderbouwde en breed gedragen visie op de toekomst van de mondzorg, waarbij de kwaliteit en patiëntveiligheid centraal worden gesteld, kan en mag volgens ons de leidraad zijn voor de te nemen maatregelen.