Hoorzitting Kamer over mondzorg / tandzorg, 3 oktober 2016

Op maandag 3 oktober vond de hoorzitting mondzorg en tandzorg plaats in de Thorbeckezaal in het Tweede Kamergebouw. De kamer wilde daarmee niet alleen de taakherschikking aan de orde stellen, maar ook zicht krijgen op de algemene stand van zaken in de sector.

Na de brief van minister Schippers aan de Tweede Kamer over de taakherschikking, dienden Tweede Kamerleden Henk van Gerven (SP) en Arno Rutte (VVD) een voorstel in voor de hoorzitting. Maar liefst 26 vertegenwoordigers van mondzorgkoepels, patiëntenorganisaties, toezichthouders, zorgverzekeraars en uit onderwijs, wetenschap en praktijk, stuurden een position paper en mochten hun standpunten verder toelichten tijdens drie zittingsrondes. Na iedere ronde stelden Rutte, Van Gerven en Hanke Bruins Slot (CDA) vragen. Voorzitter Van Gerven sprak zijn waardering uit voor de grote opkomst die volgens hem een beeld gaf van de betrokkenheid van mondzorgverleners en het belang van de mondzorg. “De mondzorg is een ondergeschoven kindje in de aandacht van de politiek”, merkte Rutte op.

Taakherschikking door tekort

ANT-voorzitter Jan Willem Vaartjes maakte direct in de eerste zittingsronde duidelijk dat de plannen van de minister voor verdere taakherschikking geen oplossing zijn voor het onderliggende probleem: het grote tekort aan tandartsen. Een probleem dat door de overheid bewust gecreëerd is en dat de minister nu wil oplossen met curatieve mondhygiënisten. “Het zijn maatregelen die tegen het algemene beleid indruisen. Preventie wordt vervangen door curatie. Mondzorg onder een dak, het ideale model, wordt verlaten. Er is geen enkel bewijs voor dat dit een goede maatregel is.” Stefan Listl, hoogleraar kwaliteit en veiligheid van de mondzorg van de Radboud Universiteit was het daarmee eens. Hij noemde de plannen voor taakherschikking niet doelmatig en zei dat er behoefte is aan betere data. 

Twee minuten pitches voorzitters ANT en KNMT.

Overigens werd tijdens de hoorzitting niet duidelijk hoe groot het tandartstekort is. Van Gerven vroeg het Şeniz Sari, specialist BIG-register CIBG, Johanan van Diermen (IGZ) en Lourens Kooij (CBGV) die hem –terecht- verwezen naar het Capaciteitsorgaan. De werkgroep mondzorg van het Capaciteitsorgaan krijgt echter al een aantal jaren geen subsidie meer van VWS, waardoor de overheid het onmogelijk maakt om het tekort aan te tonen. 

Tandartsen zonder BIG-registratie
Dát er een tekort is, wijst de praktijk echter uit. “We werven buitenlandse tandartsen, maar dat is geen duurzame oplossing. Het brengt bovendien veel problemen met zich mee.”, zei tandarts Ter Bogt die pleitte voor het opleiden van meer Nederlandse tandartsen en een particuliere tandheelkundeopleiding.  
Lourens Kooij, voorzitter Commissie Buitenlands Gediplomeerden Volksgezondheid (CBGV), legde uit dat de grootschalige inzet van buitenlandse tandartsen niet zonder potentiële risico’s is. In artikel 35 van de Wet BIG staat dat niet-BIG geregistreerde beroepsbeoefenaren hun werk mogen uitoefenen onder supervisie en verantwoordelijkheid van een BIG-geregistreerde volgens de zogenaamde verlengde-arm constructie. Kooij maakte zich zorgen over het oneigenlijk gebruik van het artikel: “Er zijn buitenlandse tandartsen die jarenlang als zelfstandig tandarts werken, zonder BIG-registratie. Vijf jaar geleden waren dat er zo’n 400.” Van Diermen (IGZ) herkende het beeld: “We komen dit geregeld tegen in het toezicht.” Hanke Bruins Slot vroeg zich af waarom deze situatie getolereerd wordt. Van Diermen gaf toe dat het voor de inspectie lastig te toetsen is of er sprake is van een verlengde arm constructie.

Twijfels NPCF
Onno Hofman, voorzitter van Het Ivoren Kruis, sprak zijn zorgen uit over de taakherschikkingsplannen en deed een oproep om de mondzorg niet aan ingrijpende veranderingen bloot te stellen omdat er op preventievlak nog veel werk te doen is: “Elk gaatje is gefaalde preventie. Wij vinden dat mensen die opgeleid zijn voor preventie niet ingezet moeten worden voor curatie. We hebben die mensen heel hard nodig. De minister heeft de mondzorg rust, reinheid en regelmaat beloofd. Ik doe een oproep om nu niet met nieuwe dingen te komen.”
Jan Benedictus van Patiëntenfederatie NPCF noemde de taakherschikking eerst nog ‘gemiereneuk op de vierkante centimeter’: “Het gaat ons er om dat professionals goed samenwerken”, lichtte hij toe. Later antwoordde hij op een vraag van Van Gerven dat de NPCF niet enthousiast is over taakherschikking: “Er is twijfel bij ons. Is de mondhygiënist voldoende opgeleid om te kunnen diagnosticeren en röntgen te indiceren? We denken dat de tijd er nog niet rijp voor is. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat partijen tegenover elkaar staan en dat is voor patiënten niet prettig. We willen rust en duidelijkheid.” Ook Marloes van Dongen, afdelingsmanager Zorginkoop Integrale en Generieke Zorg bij VGZ was van mening dat taakherschikking de mondzorg gecompliceerder en onoverzichtelijker maakt. “We juichen mondzorg onder een dak toe.” 
Uiteraard maakte voorzitter Manon van Splunter duidelijk dat de NVM groot voorstander is van taakherschikking. Het zou volgens haar bijdragen aan efficiënte en doelmatige zorg. “De politiek heeft het liefst dat iedereen het met elkaar eens is, maar dat is in deze discussie niet mogelijk”, zei Henk van Gerven. “Zou taakherschikking onder één dak niet een mooi poldermodel kunnen zijn als antwoord op de behoefte in de samenleving?”
 
Beloningsstructuur

Aandacht was er ook voor het beloningssysteem in de mondzorg. Hans Beekmans, voorzitter Keurmerk Onafhankelijke Mondzorg (KOM) was van mening dat tandartsen die topzorg willen verlenen, verleid worden tot ‘sjoemeltandheelkunde’: “Het huidige beleid moet worden voorzien van gezonde prikkels om kwaliteit te kunnen verlenen. Het recht van de patiënt om een behandeling te kiezen, moet hersteld worden.” Marlous van Dongen (VGZ) zei tevreden te zijn over de kwaliteit van de mondzorg: “Alleen biedt het bekostigingssysteem geen ruimte voor innovatie. Het bevat ook perverse prikkels. Er is bijvoorbeeld geen beloning voor aanbieders die niet mee willen doen aan productieverhoging en geen onnodige zorg willen leveren. Zo zien we bijvoorbeeld vaker M-codes voorbijkomen, maar zien we niet dat curatie afneemt.”
Marian Kaljouw, voorzitter Raad van Bestuur Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) zei open te staan voor meer maatwerk in de tarieven: “Maar het veld is aan zet om de belangen van de patiënten te waarborgen en met protocollen en richtlijnen te komen. Hoe meer de sector reguleert, hoe minder we als overheid hoeven te doen. De NZa wil alleen in gesprek over tarieven als er ook gesproken wordt over kwaliteit.” 

Kinderen en ouderen
Verschillende sprekers luidden de noodklok over de mondgezondheid van kinderen en kwetsbare ouderen. Specialist ouderengeneeskunde Gert-Jan van der Putten noemde de slechte mondgezondheid van ouderen een geriatrische reus’, een gigantisch probleem. Anita Visser van de Nederlandse Vereniging voor Gerodontologie (NVGd) zich af hoe het in een welvarend land als Nederland kan gebeuren dat er ouderen zijn die soms sterven met kiespijn. Ze pleitte voor mondzorg in het basispakket, betere eerstelijnssamenwerking, meer onderzoek én een betere beloning voor de tandartsen: “Voor een bezoek aan huis krijgt een tandarts zestien euro; een kwart van het tarief van een loodgieter”. Taakherschikking vond ze niet reëel voor deze complexe groep. Hellen Blom-Reukers, voorzitter Nederlandse Vereniging van Kindertandheelkunde (NVvK) vertelde dat we ons ernstige zorgen moeten maken over de kindergebitten en de enorme ongelijkheid die er is, zeker onder allochtone kinderen. “In die groep is een forse achterstand in mondgezondheid en die blijft bestaan. Wij willen zorg op maat leveren. Mondzorgverleners moeten onder één dak samenwerken aan het behandelplan. De regie moet bij de tandarts liggen.”

Lees het conceptverslag rondetafelgesprek mondzorg (.pdf)
Hieronder vindt u enkele videocompilaties van de hoorzitting in de Kamer:

Samenvatting (23m) van het eerste blok van de Hoorzitting.

Helder pleidooi voor samenwerking en geen taakherschikking van de voorzitter van het Ivoren Kruis.

De toekomst waar minister Schippers en VWS heen wil. De tandarts is niet meer het eerste aanspreekpunt van de patient en poorwachter van de mondgezondheid.

Dhr. L.R. Kooij, voorzitter Commissie Buitenlands Gediplomeerden Volksgezondheid (CBGV) en Dhr. J.R. van Diermen, hoofd producten en mondzorg Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) zeggen interessante zaken over buitenlands gediplomeerden werkzaam in de tandartspraktijk.