Vragen van spraakmakers | 14 - 18 mei 2018

Het programma "Spraakmakers" van NPO Radio 1 besteedde deze week elke dag aandacht aan het tandartsentekort in Nederland. 

Henk van Soest hoort de laatste jaren steeds vaker dat er een tekort is aan tandartsen. Van Soest is opleider van Spaanse tandartsen die in Nederland aan het werk willen en ziet daarom zelf ook dat er plaats genoeg is. Hij vraagt zich af hoe we het tandartsentekort in Nederland kunnen oplossen.

Verslaggever Maarten Bleumers werd een week lang met deze vraag op pad gestuurd. De verslaggever ging allerlei veldpartijen af om te zien hoe zij denken over het tandartsentekort. Ook de ANT kwam veelvuldig aan bod. Jan Willem Vaartjes, voorzitter ANT, heeft het standpunt van de ANT over dit onderwerp duidelijk verwoord. 

Aflevering 1 - maandag 14 mei

Verslaggever Maarten Bleumers gaat deze uitzending naar een tandartsenpraktijk in Emmen. Hier interviewt hij onder andere een tandarts die uit Spanje komt en sinds een jaar in Nederland werkt. Henk van Soest geeft aan dat de markt voor buitenlandse tandartsen in Nederland tussen de 150 en 180 tandartsen per jaar is. De praktijk in Emmen heeft zo'n vijf jaar geleden zijn toevlucht al gezocht in buitenlandse tandartsen. Dit was nodig aangezien patiënten anders afgestoten moesten worden. Marlies van der Vooren van Dental Care Professionals geeft aan dat het met name in Zeeland en Zeeuw-Vlaandere lastig is om tandartsen te vinden. Verder geeft zij aan dat de nood in sommige gebieden al heel hoog is en de komende jaren zeker zal toenemen. Ook is het aantal tandartsen dat met pensioen gaat groter dan het aantal tandartsen dat afstudeert. Van der Vooren denkt dat het gevolg zal zijn dat patiënten in bepaalde provincies straks verder zullen moeten gaan reizen om naar de tandarts te gaan. De KNMT zegt dat het tandartsentekort geografisch bepaald is. Wolter Brands legt uit dat er door vergrijzing 300 tandartsen per jaar nodig zijn en dat er 240 tandartsen per jaar afstuderen in Nederland, wat tot een tekort leidt. Ook aan VWS is gevraagd of zij een tandartstekort ervaren, het vooralsnog schriftelijke antwoord luidt dat er bij de inspecties van het ministerie geen signalen zijn dat dat tekort er is. Wel heeft het ministerie onderzoek gedaan naar het tekort, dat rapport is nog niet verschenen. Jan Willem Vaartjes (voorzitter ANT) zegt zelfs dat er wanbeleid gevoerd is. Het ministerie heeft namelijk al in 2013 van het Capciteitsorgaan het advies gekregen om het aantal opleidingsplaatsen voor tandartsen te verhogen met ruim 40 plaatsen, maar VWS heeft daar niets mee gedaan. Hierover zegt Vaartjes dat het ministerie twee keer een officieel rapport van een officieel overheidsorgaan (het Capaciteitsorgaan) negeert, waardoor gesproken kan worden over wanbeleid. De verslaggever sluit het eerste item af met het gegeven dat er in 2016, 264 buitenlandse tandartsen naar Nederland kwamen. Vorig jaar is dat aantal afgenomen naar 131. Hoe dat komt, wordt behandeld in de tweede aflevering. 

Aflevering 2 - dinsdag 15 mei

Van Soest gaf deze aflevering de opdracht aan verslaggever Maarten Bleumers om uit te zoeken waarom het lijkt of Nederland het buitenlandse tandartsen steeds moeilijker te maakt om in Nederland te komen werken, ondanks het tekort aan tandartsen in Nederland. De bron van buitenlandse tandartsen die helpen het tandartsentekort in Nederland op te lossen lijkt op te drogen. Twee jonge Spaans-Nederlandse tandartsen, werkzaam in Zeeland, wordt de vraag gesteld waarom zij niet in Spanje zijn gaan werken. Zij geven aan dat tandartsen in Spanje meer werken en de kwaliteit niet zo goed is. De KNMT geeft aan dat de instroom van buitenlandse tandartsen plotseling daalt. In 2016 werden er nog 263 nieuwe buitenlandse tandartsen in Nederland ingeschreven, in 2017 waren dat er nog maar 131. Dat terwijl we wel tandartsen nodig hebben. In Spanje is per jaar plek voor 800 tandartsen, terwijl er wel 1800 worden opgeleid. Van Soest leidt in Spanje en Portugal tandartsen op om te slagen voor de Nederlandse taaltoets, die sinds een jaar verplicht is voordat een tandarts in Nederland aan de slag mag. Deze toets zou wel eens de oorzaak kunnen zijn van de dalingen van de inschrijvingen. De verslaggever gaat daarom langs bij taalinstituut Babel. Slechts 1 instituut neemt de taaltoets af waardoor er wachttijden tot 10 weken zijn. Hierdoor wordt het steeds moeilijker om mensen examen te laten doen zegt van Soest. Directeur van instituut Babel, Mark Buijs, geeft aan dat de overheid instituut Babel op objectieve gronden heeft geselecteerd voor de uitvoering van deze opdracht middels een aanbestedingsprocedure. Instituut Babel geeft aan zovele te toetsen als nodig, tot wel enkele keren per week. Hij geeft toe dat de wachttijden oploden, maar dit is naar eigen zeggen omdat het moeilijk in te schatten is wanneer de kandidaten komen. Voor tandartsen van buiten de EU is er een ander instituut, met maar 2 examen momenten per jaar bij een ander instituut en die zitten voor het komende jaar al vol. Dit is geen wenselijke situatie zegt Jan Willem Vaartjes. Hij zegt dat het logisch is dat het ministerie bedrijven aanwijst zodat je controle hebt, maar dit kunnen er makkelijk meer dan één zijn. Er is namelijk animo voor, dus dat is jammer. De ANT is dus voor het verruimen van de toetsmogelijkheden, zodat een tandarts die opgeleid is in het buitenland meer kans heeft om de toets af te nemen. Ook werd aan Vaartjes de vraag gesteld dat de ANT er van vindt dat we de gaten moeten dichten met mensen van over de grens. Daarop gaf hij het voorbeeld dat wanneer dit bij de huisartsen was gebeurd, de Tweede Kamer op de kop had gestaan. Hoewel de ANT is blij met de buitenlandse tandartsen, moeten we ons al land wel achter de oren krabben. Aan de in Spanje opgeleide tandartsen uit de eerste aflevering werd gevraagd of hij geholpen werd door de Nederlandse overheid. Daarop geeft hij aan dat hij een belastingvoordeel voor 8 jaar van 30% krijgt. Dat geld kunnen we natuurlijk ook op een andere manier inzetten. Helaas wil minister Bruins nu niet inhoudelijk reageren omdat er ieder moment een rapport over het Nederlands tandarstentekort kan verschijnen. In de volgende aflevering zal er worden ingegaan op het plan van minister Bruins om de mondhygiënist meer zelfstandigheid te geven.

Aflevering 3 - woensdag 16 mei

In de derde aflevering van spraakmakers de vraag: “Stel dat mondhygiënisten meer mogen doen, gaat dit dan het tandartsentekort verminderen?”. Op dit moment heeft een mondhygiënist een opdracht van de tandarts nodig om kleine gaatjes te kunnen boren, het geven van een injectie of het maken van een röntgenfoto. Tijdens de opleiding worden mondhygiënisten opgeleid om een goede samenwerking te kunnen doen, van goed samenwerken sta je sterker, aldus een mondhygiënist. Je moet volgens haar de lijntjes kort houden, anders wordt de patiënt de dupe. Maar minister Bruins wil de verplichte opdracht van de tandarts voor de mondhygiënist opheffen. Alleen krijg je hier versnippering van zorg mee volgens de ANT. Er zitten meerdere kapiteins op één schip waardoor de patiënt minder duidelijkheid heeft waar die aan toe is. Mondhygiënisten geven aan dat dat ze worden opgeleid om zelfstandig te werken, terwijl tandartsen aangeven dat mondhygiënisten worden opgeleid om in teamverband te werken. Albert Feilzer, de baas van ACTA, geeft aan dat in de opleiding van de mondhygiënist op dit moment nog niet wordt geleerd hoe een mondhygiënist kan inschatten wat de risico’s zijn van een het geven van een verdoving. De mondhygiënist wordt aldus Feilzer opgeleid om de handelingen uit te voeren, maar niet om een risicoschatting te maken. Ook raakt volgens hem bij taakherschikking de rol van preventiespecialiteit uit het oog. Wanneer de focus wordt verlegd naar herstellen in plaats van voorkomen, laten we preventie liggen. Manon van Splunter, voorzitter van de NVM, is het daar niet mee eens. Volgens haar kunnen de mondhygiënisten beide blijven doen. Feilzer geeft vervolgens nog eens aan dat het experiment taakherschikking geen enkel probleem oplost. In 2020 mogen een paar honderd mondhygiënisten aan het experiment meedoen. Dit experiment duurt vijf jaar gevolgd door een jaar evaluatie. In 2026 zou de wet kunnen worden aangepast at misschien alle mondhygiënisten hier aan mee kunnen doen. Dat werkt volgens Feilzer helemaal niet op zo’n lange tijdstermijn.

Aflevering 4 - donderdag 17 mei

De vierde aflevering van ‘Vragen van Spraakmakers’ wordt ingeluid door de oplossing: leid dan gewoon meer tandartsen op. Verslaggever Bleumers gaat naar de opleiding tandheelkunde in Amsterdam om uit te zoeken of dit net zo makkelijk gezegd als gedaan is. Er is in ieder geval genoeg animo voor de opleiding, een ACTA-student geeft aan dat er ongeveer 2000 aanmeldingen zijn voor de opleiding tandheelkunde, waarvan er maar 144 kunnen worden toegelaten. Al jaren geleden werd duidelijk dat er meer tandartsen nodig waren dan dat er van de opleiding afkwamen. Vanaf 2000 heeft het Capaciteitsorgaan al aangegeven om 300 tandartsen per jaar op te leiden. De ANT is boos omdat het ministerie voor taakherschikking heeft gekozen in plaats van voor het verruimen van opleidingsplaatsen. Voormalig minister Schippers heeft letterlijk in een brief gezegd dat zij het advies van het Capaciteitsorgaan negeerde omdat ze van mening was om taakherschikking te bevorderen. Dit wilde zij doen door het expres creëren van een tandartsentekort, zodat een tandarts wordt gedwongen om taken uit handen te geven. De KNMT geeft daarbij aan dat tandartsen steeds meer parttime zijn gaan werken, omdat steeds meer afgestuurde tandartsen vrouw zijn. Hierdoor heb je dus eigenlijk nog meer dan 300 tandartsen nodig. Aan Feilzer wordt de vraag gesteld of het mogelijk is voor ACTA om meer studenten op te leiden. Feilzer geeft aan dat veel tandheelkundige zorg niet verzekerd is, hierdoor kunnen veel mensen het niet betalen waardoor ze niet naar de tandarts kunnen gaan. Als gevolg zijn er te weinig patiënten bij ACTA. Het wordt dus lastig om tandartsen te leren om complexe behandelingen te verrichten. Hij geeft aan dat er alleen meer patiënten zullen komen wanneer de behandeling met aanzienlijke korting geleverd kan worden. Alleen dan kunnen de studenten met veel ervaring in qua complexe behandelingen worden opgeleid. De verslaggever geeft aan dat alles om geld draait, waardoor de keuzes van de minister in hoge mate daardoor worden bepaald.

Aflevering 5 - vrijdag 18 mei

In de laatste aflevering van ‘Vragen van Spraakmakers’ vraagt van Soest zich af hoe het zit met de resultaten van een onderzoek dat gaat komen maar er eigenlijk al in januari had moeten zijn. In dit rapport heeft de minister laten onderzoeken of er wel echt een tandartsentekort is. De minister wil verslaggever Bleumers nog niet over het rapport te woord staan. Er wordt enkel gezegd dat de inspecties geen signalen over een tekort binnenkrijgen. Dat vindt Bleumers een rare woordkeuze aangezien er volgens hem signalen genoeg zijn. Na onderzoeken in 2010 en 2013 door het Capaciteitsorgaan, laat de minister nu weer onderzoek doen naar het tandartsentekort. Minister Bruins heeft eerder aangegeven de resultaten in het voorjaar naar buiten te kunnen brengen. Jan Willem Vaartjes zegt dat het rapport wel al in januari als concept bij het ministerie is aangeboden. Dit weet de ANT omdat de ANT een WOB-verzoek is gestart, waarbij de stukkenlijst te zien is maar alleen nog niet is vrijgegeven. Bleumers richt zich vervolgens tot de Tweede Kamer waar Kamervragen zijn gesteld over het tandartsentekort. Henk van Gerven (Tweede Kamerlid SP) voorziet een tekort aan tandartsen en wacht ook met smart op het rapport van de ministerie. Van Gerven geeft aan dat het gerucht gaat dat het rapport dat in januari door Panteia werd ingediend, niet beviel  en dat het ministerie aanvullend onderzoek aan het doen is. Van Gerven vindt dat heel vreemd en heeft daarom gevraagd het rapport naar de Kamer toe te sturen. Hij gaat er namelijk vanuit dat de genoemde cijfers kloppen en dat het nu gaat over de interpretatie daarvan. Hij wil de cijfers zien zodat de politiek verder kan met het maken van beleid voor het tandartsentekort. Tegen Vaartjes is gezegd dat het rapport nog niet ingezien mag worden om zo een onnodige maatschappelijke discussie te vermijden. De ANT verwacht dat in het rapport staat dat er meer tandartsen opgeleid moeten worden, maar dat het ministerie dat nog niet wil uitbrengen gezien alle problematiek die nu speelt. De verslaggever sluit af dat hij verwacht dat er nog genoeg discussies zullen volgen rondom het tandartsentekort, of het ministerie die nu nodig of onnodig vindt.